De rechtbank Overijssel heeft op 23 december 2025 uitspraak gedaan over het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die sinds 22 oktober 2025 gedetineerd is. De gevangenhouding was bevestigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De rechtbank constateert dat de gronden voor voorlopige hechtenis, waaronder recidivegevaar, onverminderd aanwezig zijn, mede gelet op eerdere veroordelingen in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt daarom afgewezen.
Wel wordt het verzoek tot schorsing toegewezen, omdat het persoonlijke belang van verdachte, met name het voorzien in het levensonderhoud van zijn gezin, zwaarder weegt dan het maatschappelijke belang bij voortduring van de hechtenis. De verdachte heeft een baan gevonden, is bereid een waarborgsom van €5.000 te betalen en heeft aangeboden schadevergoeding aan gedupeerden te betalen.
De schorsing wordt verbonden aan strikte voorwaarden, waaronder het niet onttrekken aan hechtenis, medewerking aan identificatie, het niet plegen van strafbare feiten, en het verschijnen op oproepen van politie en justitie. De voorlopige hechtenis wordt geschorst zodra de waarborgsom is voldaan.