Op 19 december 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in Almelo uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die betrokken was bij de handel in cocaïne. De rechtbank heeft de verplichting opgelegd tot betaling van € 206.190,00 aan de Staat, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank baseerde deze beslissing op de wettige bewijsmiddelen die aantoonden dat de veroordeelde financieel voordeel had genoten uit zijn strafbare activiteiten. De officier van justitie had aanvankelijk een vordering ingediend voor een bedrag van € 93.500,00, maar dit werd tijdens de zitting verhoogd naar € 206.190,00, gebaseerd op de berekeningen van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging voerde aan dat de kosten voor de aanschaf van een SKY-ECC toestel in mindering moesten worden gebracht, maar de rechtbank verwierp dit argument. De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde in 2020 ten minste 6 kilo en in 2021 ten minste 8 kilo cocaïne had verhandeld, wat leidde tot de vaststelling van het totale wederrechtelijk verkregen voordeel. De beslissing is genomen op basis van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, dat de mogelijkheid biedt om ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel te vorderen. Het vonnis is openbaar uitgesproken en is ondertekend door de rechters en de griffier.