De rechtbank Overijssel heeft op 17 december 2025 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 23 december 2026. Dit besluit volgt op een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) die de situatie rondom de minderjarige monitort. De verlenging is noodzakelijk vanwege onduidelijkheden over de rol van de vader, die momenteel in detentie verblijft en een veiligheidsrisico vormt voor de minderjarige en diens moeder.
De vader is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, maar heeft hiertegen hoger beroep ingesteld. Zijn gedrag is recentelijk erg boos en dreigend geweest, waardoor contact tussen vader en zoon op dit moment niet in het belang van de minderjarige wordt geacht. De moeder ondersteunt de verlenging en benadrukt de noodzaak van de betrokkenheid van de jeugdbeschermer.
Daarnaast heeft de minderjarige nog onvoldoende geprofiteerd van de hulpverleningstrajecten die recent zijn gestart. De hulpverlening richt zich op het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen in het leven van de minderjarige. De rechtbank acht vrijwillige hulpverlening onvoldoende vanwege de instabiele situatie en de onvoorspelbaarheid veroorzaakt door de vader.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De rechtbank benadrukt dat zodra de situatie rond de vader stabieler is, de mogelijkheid tot contact opnieuw zal worden onderzocht met inachtneming van de wensen van de minderjarige.