Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De vordering van de officier van justitie
2.De procedure
3.De beoordeling van de vordering
van de lading. De rechtbank ziet vanwege de afgelegde verklaring van de veroordeelde en zijn lage positie in de criminele organisatie, aanleiding om een andere berekeningswijze te hanteren dan het OM heeft gehanteerd. Uit de beslaglijst en het vonnis volgt dat er een totaalbedrag van € 78.356,60 onder de veroordeelde in beslag is genomen. De rechtbank merkt dit geldbedrag aan als het wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij heeft genoten.
4.De wettelijke voorschriften
5.De beslissing
- stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 78.356,60;
- wijst de vordering voor het overige af;
- legt de veroordeelde de
- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.