Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[eiser] ,
[eiseres],
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord in kort geding met 17 producties;
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn buren en eigenaren van aangrenzende percelen met kwalitatieve verplichtingen voor natuurontwikkeling. Eiser klaagt over onrechtmatige wijziging van de waterhuishouding door gedaagde, die een sloot dempte en een duiker buiten werking stelde, wat leidt tot wateroverlast en belemmering van de nakoming van kwalitatieve verplichtingen.
De voorzieningenrechter beoordeelt het spoedeisend belang en de kans van slagen van de vorderingen in kort geding. Uit rapportages van deskundigen blijkt dat de wateroverlast aannemelijk is en samenhangt met het afsluiten van de duiker, ondanks dat natuurlijke grondwaterstanden ook een rol spelen. Gedaagde beroept zich op het recht van afwatering van hoger naar lager gelegen percelen en toestemming voor het dempen van de sloot, maar niet voor het buiten werking stellen van de duiker.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat gedaagde onrechtmatig handelt door het belemmeren van de afwatering. De vordering tot herstel van de oude duiker wordt toegewezen, waarbij de duiker moet worden verlaagd tot 5,20 m+NAP om voldoende afvoer te garanderen. Het gebruik van de klep op de duiker moet in overleg tussen partijen plaatsvinden. De overige vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld de duiker binnen 21 dagen te verlagen tot 5,20 m+NAP om wateroverlast te beëindigen.