2.5.Vervolgens heeft het college de besluiten van 4 december 2024 en 16 mei 2025 genomen (hierna: de bestreden besluiten).
3. Het zonnepark is in strijd met de bestemming 'Agrarisch met waarden' met de lettertekenaanduiding 'Specifieke vorm van waarde - kleinschalig landschap' en de dubbelbestemming 'Waarde - archeologische verwachtingswaarde' uit het bestemmingsplan "Buitengebied 2009". Het college heeft daarom niet alleen een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), maar ook voor de activiteit afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1° en 3°, van de Wabo). Tevens is aan de vergunninghouder een vergunning voor de activiteit aanleggen op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo verleend. Aan de omgevingsvergunning is de ruimtelijke onderbouwing “ [Ruimtelijke Onderbouwing] ” van [adviesbureau 1] ten grondslag gelegd en aan de omgevingsvergunning zijn verschillende voorschriften verbonden. Volgens het college is de hoogte van de batterijopslag maximaal 4 meter en de afstand tot de woning van [eiser] ongeveer 250 meter. De ruimtelijke effecten zullen mede door de landschappelijke inpassing naar de mening van het college zeer beperkt zijn.
4. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wabo. De vergunninghouder heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend op 29 september 2023. Dat betekent dat in dit geval het recht, waaronder de Wabo en de Crisis- en herstelwet zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Beoordeling van het beroep
5. [eiser] heeft in het beroepschrift enkele stellingen ingenomen die de rechtbank niet als beroepsgrond tegen de bestreden besluiten kwalificeert. Dit geldt voor de opmerkingen dat [eiser] tegen een overvloed aan zonneparken op land en landbouwgrond is, dat het park snel verouderd zal zijn en daardoor een desinvestering zal blijken te zijn en dat het merkwaardig is dat de gemeente van dit stuk landbouwgrond een industrieel zonnepark wil maken met een transformatorhuis en energieopslagsysteem. Het staat [eiser] vrij deze stellingen in te nemen, maar uit deze stellingen kan niet worden afgeleid op grond waarvan de rechtbank tot de conclusie zou moeten komen dat de bestreden besluiten in strijd zijn met het recht (rechtsregels en/of -beginselen). Met betrekking tot de in het beroepschrift opgenomen vragen, geldt eveneens dat deze niet als beroepsgrond kunnen worden aangemerkt. Ook hierop zal de rechtbank in deze uitspraak niet ingaan.
Zorgvuldigheid en motivering
6. Het college heeft bij de besluitvorming de ruimtelijke onderbouwing van [adviesbureau 1] betrokken. Uit deze ruimtelijke onderbouwing volgt dat het zonneveld landschappelijk wordt ingepast, waarbij aan de noordzijde een takkenril wordt gerealiseerd, de oost-, zuid- en westzijde van het plangebied worden ingepast met struweelsingels en aan de zuidwestzijde wordt een aarden wal aangelegd van circa 1.20 m hoog waarop inheemse heesters worden geplant. In de ruimtelijke onderbouwing is onder meer aandacht besteed aan het Rijksbeleid, Provinciaal beleid en gemeentelijk beleid, aan bodem, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie, archeologie, verkeer en parkeren, water, lichtreflectie en energienetwerk.