Uitspraak
1.De procedure
- de producties van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 9 december 2025,
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Gedaagde huurt sinds 21 juli 2025 een woning van eiser. Eiser zegt de huurovereenkomst op 20 augustus 2025 op wegens dringend eigen gebruik, gerelateerd aan zijn echtscheiding. Gedaagde stemt niet in en blijft in de woning wonen met zijn vriendin.
Eiser vordert ontruiming van de woning, maar de kantonrechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft bewezen dat de woning dringend nodig is voor eigen gebruik. De kantonrechter stelt dat het opzegverbod in de huurovereenkomst niet rechtsgeldig is vanwege strijd met het Burgerlijk Wetboek. Ook zijn formele bezwaren tegen de opzegging niet doorslaggevend.
De kantonrechter weegt mee dat een kort geding geen diepgaand onderzoek toelaat en dat de belangenafweging bij dringend eigen gebruik in een bodemprocedure hoort. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom andere onroerende zaken niet geschikt zijn voor bewoning. Ook de financiële situatie van eiser is onvoldoende aangetoond als reden voor ontruiming.
Daarom wordt de ontruimingsvordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk gemaakt dringend eigen gebruik.