ECLI:NL:RBOVE:2025:7516

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/08/339827 / KG ZA 25-253
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Bottenberg-van Ommeren
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Aanbestedingswet 2012Art. 6:162 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tegen gunningsbeslissing aanbesteding jongerenwerk Gemeente

De Gemeente startte een Europese openbare aanbesteding voor jongeren(welzijns)werk, waarop eiser en één andere partij inschreven. De opdracht werd gegund aan de andere inschrijver. Eiser stelde dat de beoordelingscommissie niet objectief was en fouten maakte bij de beoordeling, die niet overeenkomstig het bestek zou zijn en evident feitelijk onjuist.

De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordelingscommissie voldoende objectief handelde, mede doordat een onafhankelijke voorzitter en een externe aanbestedingsrechtadvocaat het proces begeleidden. De vermeende stroeve relatie tussen eiser en de Gemeente bood onvoldoende grond om aan te nemen dat de beoordeling niet objectief was.

Inhoudelijk was de beoordeling van de inschrijving van eiser niet evident onjuist. Hoewel eiser op onderdelen kritiek had op de motivering, was het voor haar voldoende duidelijk wat werd verwacht en was de gunningsbeslissing transparant en voldoende gemotiveerd. Eiser scoorde op alle criteria een voldoende, maar de andere inschrijver scoorde hoger, met name op het punt van de omslag naar contextversterkend werken.

De vorderingen tot intrekking of herbeoordeling van de gunningsbeslissing werden afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten van de Gemeente. Het vonnis is gewezen door mr. H. Bottenberg-van Ommeren en op 19 december 2025 uitgesproken.

Uitkomst: De vorderingen van eiser tegen de gunningsbeslissing van de Gemeente worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/339827 / KG ZA 25-253
Vonnis in kort geding van 19 december 2025
in de zaak van
de stichting [eiser],
gevestigd te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaten: mrs. Tj.P. Grünbauer en D. Plana,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE [gemeente],
zetelend te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaten: mrs. K.T. Schipper en A.M. Cornel.

1.De zaak in het kort

De Gemeente heeft een aanbesteding gestart voor de uitvoering van jongeren(welzijns)werk in de Gemeente. [eiser] en één andere aanbieder hebben op deze aanbesteding ingeschreven. De Gemeente heeft de opdracht aan de andere inschrijver gegund en [eiser] komt daar in deze zaak tegenop. Volgens [eiser] was de beoordelingscommissie van de Gemeente niet objectief en heeft de Gemeente fouten gemaakt bij de beoordeling van haar inschrijving. Die beoordeling was volgens [eiser] niet overeenkomstig het bestek en/of evident feitelijk onjuist. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van [eiser] af omdat de beoordelingscommissie voldoende objectief heeft gehandeld en er geen sprake is van de door [eiser] gestelde fouten bij de beoordeling. De gunningsbeslissing is deugdelijk en op transparante wijze gemotiveerd. Deze beslissingen worden hierna gemotiveerd.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de akte overlegging producties van [eiser] van 11 november 2025;
- de akte overlegging productie van [eiser] van 4 december 2025;
- de mondelinge behandeling van 5 december 2025 en de door de griffier gemaakte aantekeningen;
- de pleitnota van [eiser] ;
- de pleitnota van de Gemeente.

3.De feiten

3.1.
[eiser] is een welzijnsorganisatie, die binnen de Gemeente actief is. De activiteiten van [eiser] zijn gericht op het vergroten van zelfredzaamheid en samenredzaamheid van kwetsbare inwoners van de Gemeente. [eiser] is binnen de Gemeente op dit moment de zittende aanbieder van jongeren(welzijns)werk.
3.2.
De Gemeente is een Europese openbare aanbestedingsprocedure gestart voor de uitvoering van gemeentelijke dienstverlening met betrekking tot jongerenwerk in de Gemeente. De Gemeente is aldus de aanbestedende dienst. Op de aanbesteding zijn de Aanbestedingswet 2012 en de Gids Proportionaliteit van toepassing.
3.3.
[eiser] heeft op 5 september 2025 ingeschreven op de aanbesteding. Naast [eiser] heeft zich nog één andere inschrijver, [inschrijver] , aangemeld.
3.4.
De opdrachtomschrijving voor de aanbesteding vermeldt onder meer:
“In de huidige situatie is de subsidie voor het Jongerenwerk voor de periode 1-1-2025 t/m 31-12-2026 [1] verstrekt aan [eiser] d.m.v. een subsidietender. In de periode daarvoor waren er binnen [gemeente] meerdere organisaties die gesubsidieerd werden voor de uitvoering van het jongerenwerk. De uitvoering van het jongerenwerk wordt momenteel gedaan door één organisatie, waarbij de werkwijze activiteitengericht is.
(…)
In de nieuwe situatie wil [gemeente] meer contextversterkend gaan werken in plaats van
activiteitgericht werken. We willen af van de activiteitgerichte benadering waarin jongerenwerk wordt gezien als een verzameling producten of activiteiten. In plaats daarvan kiezen we voor een contextversterkende benadering, waarin jongerenwerkers leven en werken in de leefwereld van jongeren. Met de contextversterkende benadering wordt bedoeld dat jongerenwerkers zich richten op de jongeren en hun systeem, waarbij ze actief inspelen op de omgeving waarin die jongere leeft. Het doel is om die omgeving zo te versterken of toe te rusten dat de jongere beter kan groeien, zich veiliger voelt en meer kansen krijgt.”
3.5.
De opdracht wordt in de onderhavige aanbesteding gegund aan de inschrijver met de beste kwaliteit. Dit gunningscriterium bestaat vervolgens uit de volgende kwalitatieve (sub)gunningscriteria: inhoud van de opdracht (250 punten), samenwerking (150 punten), pioniersfase (225 punten), monitoring (175 punten) en toelichting en casus (200 punten).
3.6.
Tot de aanbestedingsstukken behoren voorts een Programma van Eisen en een set gunningscriteria. Op 1 augustus 2025 is door de Gemeente een Nota van Inlichtingen gepubliceerd.
3.7.
De set gunningscriteria vermeldt onder meer:
Beoordeling
De beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria wordt uitgevoerd door een beoordelingsteam bestaande uit minimaal 3 inhoudelijke beoordelaars. Beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria vindt plaats door hetzelfde beoordelingsteam.
(…)
Uw beschrijving wordt door de leden van het beoordelingsteam individueel beoordeeld en gewaardeerd op basis van de in deze paragraaf opgenomen beoordelingsmethode. Na individuele beoordeling bespreken zij samen de argumenten die hebben geleid tot de individueel gegeven scores, waarna zij per gunningscriterium tot één gezamenlijke score op basis van consensus komen. Deze gezamenlijke consensusscore is de uiteindelijke score per kwalitatieve gunningscriteria. Andere scores dan hieronder aangegeven (0, 2, 4, 6, en 8) zijn niet mogelijk.
Daarbij let het beoordelingsteam op in ieder geval de volgende aspecten:
  • De mate waarin de uitwerking volledig is, dat wil zeggen dat de uitwerking alle gevraagde informatie bevat;
  • De mate waarin de uitwerking concreet, eenduidig en ondubbelzinnig is;
  • De mate waarin de uitwerking aansluit (en eventueel overtroffen) bij de omschrijving van de opdracht zoals omschreven in de aanbestedingsdocumenten;
  • De mate waarin de uitwerking laat zien dat de eisen uit het programma van eisen geborgd (en eventueel overtroffen) worden.
De beoordelingscommissie maakt gebruikt van onderstaande beoordelingsmethode:

Score '8' =Overtreffend: Uw inschrijving geeft overtreffend antwoord met een concrete en realistische beschrijving. Uw onderbouwing is
overtuigend en biedt duidelijk meerwaarde voor ons in het behalen van de doelstelling.

Score '6’ = Ruim voldoende: Uw inschrijving geeft volledig antwoord met een concrete en realistische beschrijving. Uw antwoord is overtuigend
voldoet aan onze verwachting voor het behalen van de doelstelling.
  • Score '4' = Voldoende: Uw inschrijving geeft voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
  • Score '2' = Zeer beperkt: Uw inschrijving geeft inhoudelijk zeer beperkt antwoord op de meeste elementen. Uw beantwoording geeft zeer beperkt inzicht en/of biedt geen meerwaarde voor ons. Uw onderbouwing geeft te summier inzicht en geeft aanleiding tot zeer beperkt kunnen realiseren van de doelstelling
  • Score '0' = Onvoldoende: Uw inschrijving geeft onvoldoende of minimaal antwoord op alle of de meeste elementen. Uw beschrijving ontbreekt en/of is niet concreet onderbouwd. Uw antwoord geeft ons onvoldoende inzicht en geeft aanleiding tot twijfel over het kunnen realiseren van de doelstelling.”
3.8.
Het beoordelingsteam bestond uit de heer [beleidsmedewerker] , beleidsmedewerker Sport en Jeugdwelzijn bij de Gemeente, mevrouw [progamma-adviseur] , programma-adviseur Gezondheid en Transformatie bij de Gemeente en mevrouw [consulent] , consulent Jeugdhulp bij de Gemeente. Het beoordelingsteam werd daarnaast begeleid door een onafhankelijke externe voorzitter en een advocaat aanbestedingsrecht.
3.9.
De Gemeente heeft [eiser] bij brief van 3 oktober 2025 meegedeeld dat haar inschrijving is afgewezen. De gunningsbeslissing vermeldt:
“Bedankt voor uw inschrijving voor de aanbesteding [aanbesteding] . Wij hebben uw inschrijving en die van één andere organisatie beoordeeld. In dit bericht leest u de uitslag.
U heeft de aanbesteding helaas niet gewonnen
Op 5 september 2025 heeft Stichting [eiser] zich ingeschreven op de Europese openbare aanbesteding ‘Jongerenwerk’ van de gemeente [gemeente] . De enige andere partij die daarnaast voor deze aanbesteding een inschrijving heeft ingediend, is [inschrijver] te Schiedam.
Geheel conform de stappen zoals genoemd in paragraaf 1.1.2 van de Aanbestedingsleidraad is beoordeeld of op Stichting [eiser] de uitsluitingsgronden van toepassing zijn, en of zij voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen. Deze stappen zijn met succes afgerond. Vervolgens is vastgesteld dat uw inschrijving voldoet aan de gunningseisen en is (de kwaliteit van) de inschrijving inhoudelijk beoordeeld door het beoordelingsteam
aan de hand van de kwalitatieve gunningscriteria (“wensen”) zoals nader uitgewerkt in paragraaf 2 van de Aanbestedingsleidraad.
Naar aanleiding van de inhoudelijke beoordeling van de inschrijvingen berichten wij u hierbij dat Stichting [eiser] niet de hoogste totaalscore heeft behaald op de kwalitatieve gunningscriteria en dat u daarmee de aanbesteding helaas niet heeft gewonnen. [inschrijver] heeft de hoogste totaalscore en wij zijn daarom voornemens om de opdracht voor het uitvoeren van het jongerenwerk aan [inschrijver]
te gunnen.
De ranking inclusief scores ziet er als volgt uit:
[[afbeelding]]
Gunningscriterium 1. Inhoud van de opdracht
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
De door gemeente [gemeente] genoemde visie, doelstellingen en uitgangspunten komen voldoende terug in de uitwerking van de inhoud van de opdracht. Denk hierbij aan het zichtbaar en vertrouwd aanwezig zijn in de kernen/buurtschappen, het opbouwen van relaties en het richten op wat jongeren kunnen en willen doen. Ook de leidende principes worden benoemd en geduid. Voldoende is toegelicht op welke wijze kwetsbare jongeren worden bereikt en ondersteund. Positief is dat naast het offline werk ook het online werk
door [eiser] wordt genoemd. Passend is de wijze waarop online (o.a. Instagram, Snapchat en TikTok) door [eiser] wordt gebruikt om de jongeren te bereiken.
Het brede scala aan activiteiten / ondersteuningsaanbod (zoals bezoek basisscholen,
weerbaarheidstrainingen, naschoolse themamiddagen) worden benoemd, maar de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren ontbreekt dan wel is naar het oordeel van het beoordelingsteam onvoldoende beschreven. Ook wordt in de uitwerking het te bereiken doel met de activiteiten slechts beperkt toegelicht.
[eiser] noemt contextversterkend werken, maar laat naar het oordeel van het beoordelingsteam in de uitwerking onvoldoende zien dat ze begrijpt wat contextversterkend werken inhoudt. De omslag van activiteitengericht naar contextversterkend werken wordt genoemd maar er wordt onvoldoende geduid hoe en waarom de context daadwerkelijk versterkt wordt bij bijvoorbeeld de ouders van de individuele jongere. Op welke wijze de omgeving van jongeren wordt ingezet, is naar het oordeel van het beoordelingsteam
eveneens onvoldoende concreet beschreven. Bij het bereiken van de omgeving van de kwetsbare jongere wordt nagenoeg uitsluitend ingegaan op de ouders. Het beoordelingsteam mist hier het gezin, de familie, en andere mensen in de leefomgeving van de jongere.
In de uitwerking wordt summier toegelicht hoe door [eiser] de opdracht zo dicht mogelijk bij de doelgroep, kern en buurtschap wordt uitgevoerd. [eiser] stelt dat zij dat doet door aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren. Onvoldoende komen het doel en de achterliggende gedachte van de 2 vaste inlooplocaties naar voren. Het beoordelingsteam mist een toelichting waarom [eiser] ervoor kiest om deze inlooplocaties in te zetten en hoe. Verschillen en behoeften van de kernen worden benoemd maar de wijze waarop [eiser] daarop inspeelt (cultuurverschillen) is algemeen en onvoldoende concreet
beschreven.
Door [eiser] worden verschillende effectieve methodieken (jeugdinterventies) zoals OKO, JIM en Rots&Water e.d. genoemd, maar de meerwaarde en de reden van inzet van deze methodieken worden onvoldoende concreet toegelicht en onderbouwd.
De door [eiser] gehanteerde aanpak moet bijdragen aan het voorkomen van zwaardere vormen van hulpverlening. Niet is aangetoond hoe de bijdrage van jongerenwerk door [eiser] zwaardere vormen van hulpverlening voorkomt. Er wordt aangegeven dat bij 32 casussen opschaling voorkomen is, maar het voorkomen van opschaling is naar het oordeel van het beoordelingsteam niet per definitie het doel op zich voor het jongerenwerk. Ook is bij het niet opschalen’ niet helder wat specifiek de rol van het jongerenwerk
hierin is. Naar het oordeel van het beoordelingsteam wordt er door [eiser] veel gericht op besparen in plaats van het bieden van passende ondersteuning. De besparingscalculatie is als stelling benoemd maar niet nader uitgewerkt.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. [inschrijver] benadert jongeren proactief. Het passende aanbod voor alle life events is hiervan een goed voorbeeld. Laagdrempelige ondersteuning wordt geduid door onder andere in te zetten op dorpsteams en een jongerenhub per kern als uitvalsbasis. Ook wordt benoemd waarom gekozen is voor deze locaties en wat het doel hiervan is. [inschrijver] onderkent goed haar eigen grenzen en zij weet precies wie de ketenpartners zijn, waaronder de gemeente [gemeente] zoals jeugdconsulenten en andere medewerkers o.a. Veiligheid. Monitoring aan de hand van de indicatoren van positieve gezondheid wordt door het beoordelingsteam als zeer positief beoordeeld. [inschrijver] is methodisch sterk. Haar methodieken versterken het contextversterkend werken. Per kern binnen de gemeente [gemeente] zijn de contrasten en uitdagingen goed uitgewerkt. Er wordt gekeken naar de krachten van elke kern. [inschrijver] heeft aandacht voor nieuwkomers, duidelijk is omschreven op welke wijze zij de
nieuwkomers proactief benadert. [inschrijver] acht dit als realistisch gezien aangezien het om relatief weinig nieuwkomers gaat. Impact wordt daardoor als groot geacht.
Gunningscriterium 2. Samenwerking
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
Door [eiser] wordt voldoende omschreven op welke wijze zij een duurzame relatie opbouwt en onderhoudt met jongeren, ouders, opvoeders en andere sleutelfiguren. Het beoordelingsteam vindt het positief dat [eiser] contact houdt met jongeren die geïndiceerde jeugdhulp krijgen. Ook positief is een vaste jongerenwerker per kern. De inzet van een sleutelfiguur zoals een coach of een buur is eveneens positief. De inzet van ouders bij individuele jongeren is echter onderbelicht in de samenwerking.
Er komt voldoende naar voren welke samenwerkingspartners relevant zijn, hoe deze bereikt worden en waarom deze van belang zijn binnen het uitvoeren van de opdracht. Zowel het netwerk om de jongere heen wordt benoemd, als de professionele samenwerkingspartners die al actief zijn binnen [gemeente] . Onvoldoende concreet komt naar voren wat de rollen en taken van het jongerenwerk zijn binnen deze samenwerkingsrelaties. Er wordt aangegeven dat informeel contact, netwerklunches en meeloopdagen leiden tot een concrete samenwerking. Maar hoe dit eruit ziet en met welke onderlinge rollen en taken komen
naar het oordeel van het beoordelingsteam onvoldoende aan bod. Afspiegeling van de wijk is niet enkel de dorpsraad.
Het opbouwen en onderhouden van samenwerkingsrelaties met een belangrijke ketenpartner, de gemeente [gemeente] (jeugdconsulenten), ontbreken in de uitwerking. De afstemming met de gemeente is naar het oordeel van het beoordelingsteam bijzonder noodzakelijk als het gaat over het op- en afschalen van hulpverlening. Afstemming over het goede moment voor op- of afschaling kan zwaardere, langdurige hulpverlening voorkomen. Ook inzake veiligheidscasuïstiek is er een belangrijke rol en verantwoordelijkheid
bij de gemeente. Samenwerking hierin kan niet ontbreken.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium eveneens een voldoende (4) gescoord.
Gunningscriterium 3. Pioniersfase
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
De fasering in het eerste halfjaar van de pioniersfase is duidelijk en helder beschreven. De toelichting op de rollen en taken van [eiser] en de gemeente [gemeente] is naar het oordeel van het beoordelingsteam summier en niet concreet genoeg. Daarbij is de rol van de gemeente (zeer) minimaal, gelet op het feit dat sprake is van een pioniersfase waarbij gezamenlijk een transitie moet plaatsvinden van activiteitengericht werken naar contextversterkend werken. Omslag van activiteitengericht werken naar contextversterkend
werken komt onvoldoende terug in de uitwerking, Het aansluiten bij lokale overleggen is benoemd, maar wat daarbij wordt opgehaald dan wel gebracht, wordt verder niet beschreven.
Naar het oordeel van het beoordelingsteam zijn KPI's 2 en 3 realistisch en hebben deze een toegevoegde waarde. KPI 1 (‘Voorkomen instroom zwaardere jeugdhulp") moet naar het oordeel van het beoordelingsteam niet persé een doel op zich zijn. Het beoordelingsteam meent dat passende ondersteuning het doel is, en niet het voorkomen van instroom naar zwaardere jeugdzorg. Jongerenwerk moet bijdragen aan het voorkomen van zwaardere jeugdzorg.
Voldoende is omschreven welke kwalificaties, competenties en eigenschappen de jongerenwerkers moeten hebben voor de uitvoering van de opdracht. Bijzonder is dat de competenties pas na 4 weken na indiensttreding worden getoetst door [eiser] , en niet a! bij werving en indiensttreding.
Het waarborgen van de continuïteit van inzet van jongerenwerkers door middel van een vaste buddy en kern back-up en samenwerking met het [organisatie] wordt als positief beoordeeld.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. [inschrijver] heeft een helder tijdspad uiteengezet voor de pioniersfase. [inschrijver] toont aan dat zij oog heeft voor de positie van het jongerenwerk en vraagt de gemeente [gemeente] hierin ook te ondersteunen. Ook is er oog voor de start van de uitvoering en het belang van de jongere. Een belangrijke rol is voor de gemeente weggelegd met betrekking tot programmering, inwonersbijeenkomsten en participatie. De KPI's zijn goed en sterk geformuleerd vanuit het
talent en de ‘community building’ gedachte (gemeenschapsversterkend). De KPI's hebben meetbare en haalbare doelen waarbij de focus ligt op eigen netwerk, kracht en rol van de ouders. Concreet, goed en helder is omschreven welke kwalificaties, competenties en eigenschappen de jongerenwerkers moeten hebben, in elke kern en voor elke jongere. [inschrijver] heeft daarbij voldoende aandacht voor de kernen onderling en maakt
een goed onderscheid tussen MBO en HBO professionals qua verantwoordelijkheden en taken. De continuïteit van inzet van jongerenwerkers wordt op verschillende manieren door [inschrijver] geborgd.
Gunningscriterium 4. Monitoring
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
[eiser] maakt voor de registratie gebruik van het DAS-systeem, Positief is dat door de combinatie van functionaliteiten inzicht kan worden verkregen op verschillende niveaus (individueel, groep, wijk en samenwerking).
De tussenrapportage geeft inzicht in kwantitatieve onderdelen maar de kwalitatieve onderdelen missen in de rapportage. Het effect van de inzet is vooral in aantallen weergegeven, en niet op de wijze dat het effect heeft gehad dan wel inzichtelijk wordt gemaakt. Het verschil in de pioniersfase en de contractperiode daarna is onvoldoende inzichtelijk voor het beoordelingsteam. Ook heeft de gemeente geen toegang tot het
systeem van [eiser] .
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. Het met een ‘registratieluw’ systeem werken is naar het oordeel van het beoordelingsteam een goed uitgangspunt voor het jongerenwerk. [inschrijver] werkt met een digitaal systeem dat via een digitaal device ingevuld kan worden op allerlei locaties (daar waar de jongere zich bevindt). Het systeem wordt in gezamenlijkheid ingericht op basis van de mogelijkheden die
het systeem biedt, Het systeem is 24/7 toegankelijk, ook voor de gemeente. De tussenrapportage is een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve data met duidelijke opbouw van kernindicatoren naar onderbouwing/toelichting en status per kernindicator. Er is sprake van een heldere uiteenzetting aan de hand van individuele casussen en groepsaanpakken waarin het bereik, de begeleiding, de ondersteuningsvraag en de voortgang gerapporteerd worden op basis van de positieve gezondheid.
Gunningscriterium 5. Toelichting en casus
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
Aanpak van de casus was in beginsel weinig stapsgewijs. Pas na een vraag daarover door de gemeente werd dat meer duidelijk. Prioritering is eerst contact leggen met [naam], groepsaanpak door deze in beeld te krijgen, contact leggen ouders, en vrijetijdsbesteding achterhalen. Opbouwen van vertrouwen, contact leggen, signaleren en opschalen zijn door [eiser] genoemd. Net zoals actie(s) op korte en langere termijn zijn benoemd. Dat [naam] geen steunfiguur heeft zoals [eiser] heeft genoemd, blijkt niet uit de casus. Dit is een
(onjuiste) aanname van [eiser] geweest. Het plan van aanpak voor het gehele gezin was naar het oordeel van het beoordelingsteam onvolledig.
In de oplossingsrichting werden de broertjes en het zusje van [naam] niet meegenomen, VeiligThuis werd genoemd in verband met de veiligheid van het gezin maar het beoordelingsteam meent dat de rol van de ouders met betrekking tot de veiligheidssignalen onvoldoende is belicht, Suggestie werd nog gedaan dat [naam], ondanks de spanningen thuis, mogelijk kon worden ingezet als tolk tussen ouders en jeugdwerker. [naam]
mag ondersteunend zijn in het contact leggen tussen ouders en jongerenwerker maar het beoordelingsteam vindt het niet wenselijk en verstandig om haar in te zetten als tolk, gelet op de gegeven situatie.
Verder is AVG niet benoemd bij de bespreking van de casus.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. Bij de behandeling van de casus maakt [inschrijver] een goed onderscheid in 5 specifieke ‘uitdagingen’ (overlastgevende jongeren, gezin, [naam], broertjes en zusje). Hierbij is goed gesignaleerd dat het zusje van 4 jaar buiten de scope van de opdracht valt. Alle relevante ketenpartners zoals jeugdconsulenten, gezinswerkers, handhaving en professionals uit het
ketenoverleg zijn benoemd. Ook is aangegeven met welke reden er contact gelegd wordt met welke ketenpartner (bijvoorbeeld bekendheidscheck, contacten en ervaringen met ouders), [naam] en haar gezin worden centraal gesteld, de acties per ketenpartner en per gezinslid zijn daarbij duidelijk benoemd. Kern van de aanpak van [inschrijver] is helder voor het beoordelingsteam.”
3.10.
De (subsidie)relatie tussen [eiser] en de Gemeente is onderwerp van onderzoek door een extern onderzoeksbureau ([bedrijf]). Dat onderzoek is op dit moment tijdelijk stilgelegd. In een gespreksverslag van 18 april 2025 schrijft [bedrijf] onder meer:
“ Mw. [bestuurder] (bestuurder van [eiser] , toevoeging voorzieningenrechter) heeft in haar eerste week een gesprek gehad met wethouder [wethouders] en de accounthouder. Dit gesprek is goed verlopen. Wel merkte mw. [bestuurder] dat gezien de onderwerpen en openstaande zaken de samenwerking tussen de gemeente [gemeente] en [eiser] beter zo kunnen. Onlangs hebben mw. [bestuurder] en de accounthouder naar elkaar uitgesproken dat de samenwerking nu goed verloopt. [eiser] was ruim op tijd met aanleveren van de verantwoording en is bezig met een Excel-bestand om de verantwoording inzichtelijker te maken. De gemeente [gemeente] reageerde positief op deze ontwikkeling.
[eiser] probeert de relatie goed te houden met de gemeente. De accounthouder heeft laatst de feedback gegeven dat de samenwerking op dit moment goed verloopt.”

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente zal gebieden:
primair:
I. de gunningsbeslissing van 3 oktober 2025 in te trekken en
II. de onderhavige aanbesteding voor het uitvoeren van jongerenwerk op te schorten tot het moment waarop het onderzoek van [bedrijf] zal zijn afgerond en in een rapport heeft uitgemond en de gemeente daarover conclusies heeft getrokken;
subsidiair:
III. de gunningbeslising van 3 oktober 2025 in te trekken en
IV. met inachtneming van het te wijzen vonnis over te gaan tot herbeoordeling van de beide inschrijvingen door een aantoonbaar onafhankelijke commissie, samengesteld uit ter zake deskundige beoordelaars, alsmede de beide inschrijvers opnieuw door een aantoonbaar onafhankelijke commissie te beoordelen op basis van de casus (GC5) en op basis van het resultaat van die herbeoordeling een nieuwe gunningsbeslissing te nemen – voor zover de Gemeente de opdracht nog immer wil gunnen – na welke beslissing een nieuwe stand-still termijn zal gaan lopen waarbinnen een kort geding aanhangig kan worden gemaakt;
meer subsidiair:
V. de gunningsbeslissing van 3 oktober 2025 in te trekken en
VI. de Gemeente te veroordelen de gunningsbeslissing met inachtneming van het te wijzen vonnis opnieuw en thans deugdelijk te motiveren, zowel voor wat betreft de motivering naar inhoud als de daarmee toegekende punten, en op basis van het resultaat van die herbeoordeling een nieuwe gunningsbeslissing te nemen – voor zover de Gemeente de opdracht nog immer wil gunnen – na welke beslissing een nieuwe stand-stilltermijn zal gaan lopen waarbinnen opnieuw een kort geding aanhangig kan worden gemaakt;
uiterst subsidiair:
VII. een andere maatregel te treffen die de voorzieningenrechter geboden acht, die in goede justitie redelijk is en recht doet aan de belangen van partijen;
in alle gevallen:
VIII. aan [eiser] de proceskosten te vergoeden.
4.2.
De Gemeente heeft de vorderingen gemotiveerd betwist.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Uitgangspunten
5.1.
Bij de beoordeling staat voorop dat bij een Europese openbare aanbesteding, zoals de onderhavige, de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht van toepassing zijn. Dat betekent dat het gelijkheidsbeginsel en het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel moeten worden nageleefd. Het gelijkheidsbeginsel beoogt de ontwikkeling van een gezonde mededinging tussen de deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers dezelfde kansen krijgen. Het betekent derhalve dat voor de inschrijvers dezelfde voorwaarden moeten gelden. Het doel van het transparantiebeginsel is het waarborgen dat elke vorm van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Het impliceert dat alle voorwaarden, modaliteiten en aanbestedingsstukken van de procedure op duidelijke en ondubbelzinnige wijze zijn geformuleerd en normaal oplettende inschrijvers, de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en daarnaast de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de inschrijvingen beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Deze eisen betreffen mede de door de aanbestedende dienst te hanteren beoordelingssystematiek. [2]
5.2.
Bij de beoordeling van de bezwaren van [eiser] geldt voorts als uitgangspunt dat alleen als sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel van procedurele of inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden, die meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, plaats is voor ingrijpen door de rechter. Het gaat dus om een vrij marginale toetsing. Daarbij is uitgangspunt dat aan enige mate van subjectiviteit bij de beoordeling van de hier gehanteerde kwalitatieve subgunningscriteria niet te ontkomen valt. Dat brengt weliswaar enige spanning teweeg met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van kwalitatieve criteria. Aan de aangewezen beoordelingscommissie, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet de nodige beoordelingsruimte worden gegund, mede omdat de rechter geen specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht.
Procedurele onjuistheden?
5.3.
[eiser] vordert herbeoordeling van haar inschrijving omdat de beoordelingscommissie volgens haar niet onafhankelijk is geweest. [eiser] twijfelt aan de objectiviteit van de beoordeling van haar inschrijving door ambtenaren van de Gemeente. Volgens [eiser] verliep de relatie tussen de Gemeente en haar al enige jaren niet soepel en vormde dat onderwerp van onderzoek door [bedrijf]. In de beoordelingscommissie zaten juist de ambtenaren waar [eiser] contact mee had. Bij [eiser] leeft de gedachte dat de Gemeente haar relatie met [eiser] , gelet op die stroeve relatie, graag wil beëindigen. Het feit dat de Gemeente het onderzoek van Necker heeft opgeschort en vervolgens een aanbesteding is gestart, voedt die gedachte bij [eiser] .
5.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het kader van dit kort geding niet aannemelijk is geworden dat de beoordeling van de inschrijving van [eiser] door de betrokken ambtenaren van de Gemeente als gevolg van de door [eiser] gestelde vertroebelde relatie met [eiser] niet (voldoende) objectief is geweest. Van belang voor dat oordeel is dat ter gelegenheid van de mondelinge behandeling beide partijen hebben verklaard dat de relatie tussen [eiser] en de Gemeente inmiddels fors verbeterd is. Steun voor die constatering biedt overigens ook het gespreksverslag van [bedrijf] van 18 april 2025. Het is daarom niet aannemelijk dat de Gemeente om deze reden een aanbesteding is gestart.
5.5.
Voorts is van belang dat de beoordelingscommissie werd voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter en voorts werd begeleid door een externe advocaat die gespecialiseerd is in het aanbestedingsrecht. Deze advocaat, die na de consensusronde in de beoordelingscommissie, is ingeschakeld, heeft ter zitting verklaard dat hij de taak had om te bewaken of het gehele proces binnen de aanbestedingsrechtelijke kaders bleef. Daarmee is de objectiviteit van de beoordelingscommissie naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gewaarborgd. Daarbij acht de voorzieningenrechter het overigens logisch en voorstelbaar dat de Gemeente heeft besloten om in de beoordelingscommissie ambtenaren zitting te laten nemen die inhoudelijke kennis hebben van het onderwerp waarop de onderhavige aanbesteding zag, namelijk jongerenwerk.
5.6.
In het licht van deze feiten en omstandigheden is de twijfel van [eiser] aan de objectiviteit van de beoordelingscommissie door haar niet voldoende onderbouwd of geobjectiveerd zodat de voorzieningenrechter daar aan voorbij gaat.
5.7.
Op deze gronden wordt de primaire vordering om de aanbestedingsprocedure op te schorten tot het moment waarop het onderzoek van [bedrijf] zal zijn afgerond afgewezen. Onder de gegeven omstandigheden heeft [eiser] bij toewijzing van die vordering geen belang.
Inhoudelijke onjuistheden en onbegrijpelijke beoordeling?
5.8.
[eiser] stelt dat de beoordeling van de gunningscriteria door de Gemeente evident onjuist is geweest. De beoordeling heeft (gedeeltelijk) niet overeenkomstig het bestek plaatsgevonden en daarnaast is de beoordeling op een aantal onderdelen feitelijk onjuist. De Gemeente heeft één en ander gemotiveerd betwist. De vraag die in het kader van de bezwaren van [eiser] moet worden beantwoord is of, gegeven de beoordelingssystematiek, de motivering van de (onderdelen van de) gunningsbeslissing de gegeven scores kunnen dragen.
5.9.
De voorzieningenrechter kan op sommige onderdelen de gedachtegang van [eiser] volgen waar ze stelt dat de motivering van de afwijzing voor haar niet overtuigend is. Zo heeft de Gemeente bij de beoordeling van het gunningscriterium 1 onder onderdeel d geoordeeld dat het doel en de achterliggende gedachte van de twee vaste inlooplocaties onvoldoende naar voren komen en dat een toelichting ontbreekt waarom [eiser] ervoor kiest om deze inlooplocaties in te zetten en op welke wijze. [eiser] heeft daar tegen in gebracht dat de gunningstekst niet vraagt om het doel of de motivering van de locaties, maar slechts om aan te geven hoe de opdracht zo dicht mogelijk bij de doelgroep wordt uitgevoerd. En bij onderdeel e van hetzelfde gunningscriterium heeft de Gemeente geoordeeld dat de verschillen en behoeften van de kernen weliswaar door [eiser] worden benoemd maar dat de wijze waarop [eiser] daarop inspeelt te algemeen en onvoldoende concreet wordt beschreven terwijl [eiser] in haar inschrijving wel iedere kern beschrijft.
5.10.
De, overigens uitvoerig toegelichte, klachten van [eiser] tegen de beoordeling en de gunningsbeslissingen leiden evenwel niet tot de gevolgtrekking dat er sprake is van zodanig evidente onjuistheden of onduidelijkheden dat de gunningsbeslissing moet worden ingetrokken en de inschrijving(en) moet(en) worden herbeoordeeld. Redengevend voor dat oordeel zijn de volgende overwegingen.
5.11.
Uit de in het geding gebrachte aanbestedingsstukken, ook in hun onderlinge samenhang beschouwd, volgt dat het voor [eiser] voldoende duidelijk was wat er van haar in het kader van haar inschrijving werd verwacht. Het doel van de aanbesteding was helder: de Gemeente wil in plaats van activiteitgericht werken toe naar meer contextversterkend werken in die zin dat er door de aanbieder van jongerenwerk in de toekomst meer wordt ingespeeld op de omgeving waarin de jongere leeft. De aanbestedingsstukken voldoen daarmee aan het in rechtsoverweging 5.1 geschetste beoordelingscriterium wat betreft de transparantie daarvan. Weliswaar stelt [eiser] dat zij aan het doel van de aanbesteding voldoet maar de algemene indruk die uit de door haar bij haar inschrijving gegeven voorbeelden oprijst is toch die van een met name op jongeren zelf gerichte aanpak. Zo beschrijft [eiser] in haar inschrijving bijvoorbeeld dat zij jongeren probeert te bereiken met tot hen gerichte peilingen (“polls”), het betrekken van jongeren zelf bij het oplossen van de problemen bij de tunnel onder station [plaats 1] en het regelmatige contact met de jongere met problemen zelf in [plaats 1] . [eiser] heeft op de verschillende onderdelen een 4 (voldoende) gescoord, maar het grote geheel duidt niet genoeg op een omslag naar contextgericht werken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan uiteindelijk niet gezegd worden dat er sprake is van een evident onjuiste beoordeling.
5.12.
Uit de set gunningscriteria en de toelichting op de mogelijk te behalen scores wordt vervolgens, op een voor iedere inschrijver voldoende transparante wijze, voldoende duidelijk gemaakt op welke wijze een inschrijvende partij tot een hogere score kan komen dan voldoende (4 punten). Dat kan onder meer wanneer de inschrijver zijn inschrijving meer volledig, ondubbelzinnig en concreet maakt of wanneer de mate van uitwerking door de inschrijver de eisen of verwachtingen van de Gemeente overtreft. Al met al is de voorzieningenrechter van oordeel dat voldaan is aan het criterium dat op grond van de aanbestedingsstukken voldoende duidelijk is wat er van een inschrijver wordt verwacht. Aan het criterium vermeld onder 5.2 onder (i) is dan ook voldaan.
5.13.
Dat de inschrijvingen door de beoordelingscommissie voldoende objectief zijn beoordeeld, terwijl die commissie ook een mate van subjectiviteit toe komt, heeft de voorzieningenrechter hiervoor reeds vastgesteld. De beoordelingscriteria zijn voldoende duidelijk weergegeven en uit de beslissing blijkt dat de Gemeente aan de hand van deze criteria de beoordeling heeft uitgevoerd. Zoals overwogen (r.o. 5.11) kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet gezegd worden dat er sprake is van een evident onjuist beoordeling. Ook aan het hiervoor onder 5.2 onder (ii) genoemde criterium is aldus voldaan.
5.14.
Ook de subsidiaire vordering, die ertoe strekt dat de inschrijvingen worden herbeoordeeld, is daarom niet toewijsbaar.
5.15.
Ten slotte is de gunningsbeslissing van 3 oktober 2025 naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook zodanig gemotiveerd dat het voor [eiser] redelijkerwijs mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de Gemeente voldoende uitgelegd dat [eiser] weliswaar op alle onderdelen een voldoende scoort, maar dat zij uiteindelijk met haar inschrijving niet daarbovenuit stijgt. Ook aan het criterium zoals vermeld in 5.2 onder iii is voldaan.
5.16.
In beginsel heeft een partij van wie de inschrijving door de aanbestedende dienst terzijde is gelegd recht op en belang bij een motivering die mede de namen van de begunstigden, de relatieve voordelen en kenmerken van hun inschrijvingen bevat. De reden dat de gunningsbeslissing de relevante redenen moet omvatten, is dat de betrokken inschrijvers een gedegen afweging moeten kunnen maken of zij een doeltreffend beroep kunnen instellen tegen de gunningsbeslissing. In dit geval valt niet in te zien dat [eiser] verder strekkende informatie zou moeten ontvangen dan de informatie die zij bij de gunningsbeslissing heeft gekregen. Uit de motivering van de gunningsbeslissing volgt dat [eiser] kan afleiden wat de reden is voor terzijdelegging. Een hogere of lagere score van een winnende inschrijver doet aan die terechte terzijdelegging niet af. Tevens zijn, los van de vraag of de Gemeente deze verplichting had, in algemene bewoordingen de relatieve voordelen van de winnende inschrijver op de ter discussie staande subgunningscriteria medegedeeld in de brief van 3 oktober 2025.
5.17.
De beoordelingscommissie is kennelijk tot het oordeel gekomen dat [inschrijver] de door de Gemeente gewenste omschakeling van activiteitgericht naar meer contextversterkend werken beter bereikt dan [eiser] . Zij heeft haar oordeel op voldoende transparante wijze gemotiveerd door duidelijk de verschillen tussen beide inschrijvingen op dit punt te beschrijven. De motiveringsverplichting rijkt overigens niet zo ver dat [eiser] de motivering van de gunningsbeslissing van de andere inschrijvers zou moeten kunnen toetsen.
5.18.
De Gemeente heeft aldus op voldoende transparante wijze gemotiveerd waarom [inschrijver] op bepaalde onderdelen een hogere score heeft behaald dan [eiser] . Die toelichting strookt met de methodiek om een bepaalde score toe te kennen zoals die in de set gunningscriteria is toegelicht.
5.19.
Nu de gunningsbeslissing voldoende is gemotiveerd zal ook de meer subsidiaire vordering worden afgewezen.
Proceskosten
5.20.
[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding worden veroordeeld. De proceskosten van de Gemeente worden begroot op:
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.661,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.553,00

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
6.1.
wijst de vorderingen af;
6.2.
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de Gemeente begroot op € 2.553,00, te vermeerderen met een bedrag van € 92,00 indien betekening van dit vonnis plaatsvindt, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na heden en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening;
6.3.
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling onder 6.2 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bottenberg-van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025 in tegenwoordigheid van mr. B.P.C. de Jong, griffier.

Voetnoten

1.Uit vraag 18 van de Nota van Inlichtingen volgt dat dit moet zijn: 31-12-2025
2.vgl. HvJEU 29 april 2004, C-496/99 P, ECLI:EU:C:2004:236 (Succhi di Frutta).