3.9.De Gemeente heeft [eiser] bij brief van 3 oktober 2025 meegedeeld dat haar inschrijving is afgewezen. De gunningsbeslissing vermeldt:
“Bedankt voor uw inschrijving voor de aanbesteding [aanbesteding] . Wij hebben uw inschrijving en die van één andere organisatie beoordeeld. In dit bericht leest u de uitslag.
U heeft de aanbesteding helaas niet gewonnen
Op 5 september 2025 heeft Stichting [eiser] zich ingeschreven op de Europese openbare aanbesteding ‘Jongerenwerk’ van de gemeente [gemeente] . De enige andere partij die daarnaast voor deze aanbesteding een inschrijving heeft ingediend, is [inschrijver] te Schiedam.
Geheel conform de stappen zoals genoemd in paragraaf 1.1.2 van de Aanbestedingsleidraad is beoordeeld of op Stichting [eiser] de uitsluitingsgronden van toepassing zijn, en of zij voldoet aan de gestelde geschiktheidseisen. Deze stappen zijn met succes afgerond. Vervolgens is vastgesteld dat uw inschrijving voldoet aan de gunningseisen en is (de kwaliteit van) de inschrijving inhoudelijk beoordeeld door het beoordelingsteam
aan de hand van de kwalitatieve gunningscriteria (“wensen”) zoals nader uitgewerkt in paragraaf 2 van de Aanbestedingsleidraad.
Naar aanleiding van de inhoudelijke beoordeling van de inschrijvingen berichten wij u hierbij dat Stichting [eiser] niet de hoogste totaalscore heeft behaald op de kwalitatieve gunningscriteria en dat u daarmee de aanbesteding helaas niet heeft gewonnen. [inschrijver] heeft de hoogste totaalscore en wij zijn daarom voornemens om de opdracht voor het uitvoeren van het jongerenwerk aan [inschrijver]
te gunnen.
De ranking inclusief scores ziet er als volgt uit:
Gunningscriterium 1. Inhoud van de opdracht
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
De door gemeente [gemeente] genoemde visie, doelstellingen en uitgangspunten komen voldoende terug in de uitwerking van de inhoud van de opdracht. Denk hierbij aan het zichtbaar en vertrouwd aanwezig zijn in de kernen/buurtschappen, het opbouwen van relaties en het richten op wat jongeren kunnen en willen doen. Ook de leidende principes worden benoemd en geduid. Voldoende is toegelicht op welke wijze kwetsbare jongeren worden bereikt en ondersteund. Positief is dat naast het offline werk ook het online werk
door [eiser] wordt genoemd. Passend is de wijze waarop online (o.a. Instagram, Snapchat en TikTok) door [eiser] wordt gebruikt om de jongeren te bereiken.
Het brede scala aan activiteiten / ondersteuningsaanbod (zoals bezoek basisscholen,
weerbaarheidstrainingen, naschoolse themamiddagen) worden benoemd, maar de wijze waarop de activiteiten bijdragen aan de ontwikkeling van jongeren ontbreekt dan wel is naar het oordeel van het beoordelingsteam onvoldoende beschreven. Ook wordt in de uitwerking het te bereiken doel met de activiteiten slechts beperkt toegelicht.
[eiser] noemt contextversterkend werken, maar laat naar het oordeel van het beoordelingsteam in de uitwerking onvoldoende zien dat ze begrijpt wat contextversterkend werken inhoudt. De omslag van activiteitengericht naar contextversterkend werken wordt genoemd maar er wordt onvoldoende geduid hoe en waarom de context daadwerkelijk versterkt wordt bij bijvoorbeeld de ouders van de individuele jongere. Op welke wijze de omgeving van jongeren wordt ingezet, is naar het oordeel van het beoordelingsteam
eveneens onvoldoende concreet beschreven. Bij het bereiken van de omgeving van de kwetsbare jongere wordt nagenoeg uitsluitend ingegaan op de ouders. Het beoordelingsteam mist hier het gezin, de familie, en andere mensen in de leefomgeving van de jongere.
In de uitwerking wordt summier toegelicht hoe door [eiser] de opdracht zo dicht mogelijk bij de doelgroep, kern en buurtschap wordt uitgevoerd. [eiser] stelt dat zij dat doet door aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren. Onvoldoende komen het doel en de achterliggende gedachte van de 2 vaste inlooplocaties naar voren. Het beoordelingsteam mist een toelichting waarom [eiser] ervoor kiest om deze inlooplocaties in te zetten en hoe. Verschillen en behoeften van de kernen worden benoemd maar de wijze waarop [eiser] daarop inspeelt (cultuurverschillen) is algemeen en onvoldoende concreet
beschreven.
Door [eiser] worden verschillende effectieve methodieken (jeugdinterventies) zoals OKO, JIM en Rots&Water e.d. genoemd, maar de meerwaarde en de reden van inzet van deze methodieken worden onvoldoende concreet toegelicht en onderbouwd.
De door [eiser] gehanteerde aanpak moet bijdragen aan het voorkomen van zwaardere vormen van hulpverlening. Niet is aangetoond hoe de bijdrage van jongerenwerk door [eiser] zwaardere vormen van hulpverlening voorkomt. Er wordt aangegeven dat bij 32 casussen opschaling voorkomen is, maar het voorkomen van opschaling is naar het oordeel van het beoordelingsteam niet per definitie het doel op zich voor het jongerenwerk. Ook is bij het niet opschalen’ niet helder wat specifiek de rol van het jongerenwerk
hierin is. Naar het oordeel van het beoordelingsteam wordt er door [eiser] veel gericht op besparen in plaats van het bieden van passende ondersteuning. De besparingscalculatie is als stelling benoemd maar niet nader uitgewerkt.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. [inschrijver] benadert jongeren proactief. Het passende aanbod voor alle life events is hiervan een goed voorbeeld. Laagdrempelige ondersteuning wordt geduid door onder andere in te zetten op dorpsteams en een jongerenhub per kern als uitvalsbasis. Ook wordt benoemd waarom gekozen is voor deze locaties en wat het doel hiervan is. [inschrijver] onderkent goed haar eigen grenzen en zij weet precies wie de ketenpartners zijn, waaronder de gemeente [gemeente] zoals jeugdconsulenten en andere medewerkers o.a. Veiligheid. Monitoring aan de hand van de indicatoren van positieve gezondheid wordt door het beoordelingsteam als zeer positief beoordeeld. [inschrijver] is methodisch sterk. Haar methodieken versterken het contextversterkend werken. Per kern binnen de gemeente [gemeente] zijn de contrasten en uitdagingen goed uitgewerkt. Er wordt gekeken naar de krachten van elke kern. [inschrijver] heeft aandacht voor nieuwkomers, duidelijk is omschreven op welke wijze zij de
nieuwkomers proactief benadert. [inschrijver] acht dit als realistisch gezien aangezien het om relatief weinig nieuwkomers gaat. Impact wordt daardoor als groot geacht.
Gunningscriterium 2. Samenwerking
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
Door [eiser] wordt voldoende omschreven op welke wijze zij een duurzame relatie opbouwt en onderhoudt met jongeren, ouders, opvoeders en andere sleutelfiguren. Het beoordelingsteam vindt het positief dat [eiser] contact houdt met jongeren die geïndiceerde jeugdhulp krijgen. Ook positief is een vaste jongerenwerker per kern. De inzet van een sleutelfiguur zoals een coach of een buur is eveneens positief. De inzet van ouders bij individuele jongeren is echter onderbelicht in de samenwerking.
Er komt voldoende naar voren welke samenwerkingspartners relevant zijn, hoe deze bereikt worden en waarom deze van belang zijn binnen het uitvoeren van de opdracht. Zowel het netwerk om de jongere heen wordt benoemd, als de professionele samenwerkingspartners die al actief zijn binnen [gemeente] . Onvoldoende concreet komt naar voren wat de rollen en taken van het jongerenwerk zijn binnen deze samenwerkingsrelaties. Er wordt aangegeven dat informeel contact, netwerklunches en meeloopdagen leiden tot een concrete samenwerking. Maar hoe dit eruit ziet en met welke onderlinge rollen en taken komen
naar het oordeel van het beoordelingsteam onvoldoende aan bod. Afspiegeling van de wijk is niet enkel de dorpsraad.
Het opbouwen en onderhouden van samenwerkingsrelaties met een belangrijke ketenpartner, de gemeente [gemeente] (jeugdconsulenten), ontbreken in de uitwerking. De afstemming met de gemeente is naar het oordeel van het beoordelingsteam bijzonder noodzakelijk als het gaat over het op- en afschalen van hulpverlening. Afstemming over het goede moment voor op- of afschaling kan zwaardere, langdurige hulpverlening voorkomen. Ook inzake veiligheidscasuïstiek is er een belangrijke rol en verantwoordelijkheid
bij de gemeente. Samenwerking hierin kan niet ontbreken.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium eveneens een voldoende (4) gescoord.
Gunningscriterium 3. Pioniersfase
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
De fasering in het eerste halfjaar van de pioniersfase is duidelijk en helder beschreven. De toelichting op de rollen en taken van [eiser] en de gemeente [gemeente] is naar het oordeel van het beoordelingsteam summier en niet concreet genoeg. Daarbij is de rol van de gemeente (zeer) minimaal, gelet op het feit dat sprake is van een pioniersfase waarbij gezamenlijk een transitie moet plaatsvinden van activiteitengericht werken naar contextversterkend werken. Omslag van activiteitengericht werken naar contextversterkend
werken komt onvoldoende terug in de uitwerking, Het aansluiten bij lokale overleggen is benoemd, maar wat daarbij wordt opgehaald dan wel gebracht, wordt verder niet beschreven.
Naar het oordeel van het beoordelingsteam zijn KPI's 2 en 3 realistisch en hebben deze een toegevoegde waarde. KPI 1 (‘Voorkomen instroom zwaardere jeugdhulp") moet naar het oordeel van het beoordelingsteam niet persé een doel op zich zijn. Het beoordelingsteam meent dat passende ondersteuning het doel is, en niet het voorkomen van instroom naar zwaardere jeugdzorg. Jongerenwerk moet bijdragen aan het voorkomen van zwaardere jeugdzorg.
Voldoende is omschreven welke kwalificaties, competenties en eigenschappen de jongerenwerkers moeten hebben voor de uitvoering van de opdracht. Bijzonder is dat de competenties pas na 4 weken na indiensttreding worden getoetst door [eiser] , en niet a! bij werving en indiensttreding.
Het waarborgen van de continuïteit van inzet van jongerenwerkers door middel van een vaste buddy en kern back-up en samenwerking met het [organisatie] wordt als positief beoordeeld.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. [inschrijver] heeft een helder tijdspad uiteengezet voor de pioniersfase. [inschrijver] toont aan dat zij oog heeft voor de positie van het jongerenwerk en vraagt de gemeente [gemeente] hierin ook te ondersteunen. Ook is er oog voor de start van de uitvoering en het belang van de jongere. Een belangrijke rol is voor de gemeente weggelegd met betrekking tot programmering, inwonersbijeenkomsten en participatie. De KPI's zijn goed en sterk geformuleerd vanuit het
talent en de ‘community building’ gedachte (gemeenschapsversterkend). De KPI's hebben meetbare en haalbare doelen waarbij de focus ligt op eigen netwerk, kracht en rol van de ouders. Concreet, goed en helder is omschreven welke kwalificaties, competenties en eigenschappen de jongerenwerkers moeten hebben, in elke kern en voor elke jongere. [inschrijver] heeft daarbij voldoende aandacht voor de kernen onderling en maakt
een goed onderscheid tussen MBO en HBO professionals qua verantwoordelijkheden en taken. De continuïteit van inzet van jongerenwerkers wordt op verschillende manieren door [inschrijver] geborgd.
Gunningscriterium 4. Monitoring
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
[eiser] maakt voor de registratie gebruik van het DAS-systeem, Positief is dat door de combinatie van functionaliteiten inzicht kan worden verkregen op verschillende niveaus (individueel, groep, wijk en samenwerking).
De tussenrapportage geeft inzicht in kwantitatieve onderdelen maar de kwalitatieve onderdelen missen in de rapportage. Het effect van de inzet is vooral in aantallen weergegeven, en niet op de wijze dat het effect heeft gehad dan wel inzichtelijk wordt gemaakt. Het verschil in de pioniersfase en de contractperiode daarna is onvoldoende inzichtelijk voor het beoordelingsteam. Ook heeft de gemeente geen toegang tot het
systeem van [eiser] .
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. Het met een ‘registratieluw’ systeem werken is naar het oordeel van het beoordelingsteam een goed uitgangspunt voor het jongerenwerk. [inschrijver] werkt met een digitaal systeem dat via een digitaal device ingevuld kan worden op allerlei locaties (daar waar de jongere zich bevindt). Het systeem wordt in gezamenlijkheid ingericht op basis van de mogelijkheden die
het systeem biedt, Het systeem is 24/7 toegankelijk, ook voor de gemeente. De tussenrapportage is een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve data met duidelijke opbouw van kernindicatoren naar onderbouwing/toelichting en status per kernindicator. Er is sprake van een heldere uiteenzetting aan de hand van individuele casussen en groepsaanpakken waarin het bereik, de begeleiding, de ondersteuningsvraag en de voortgang gerapporteerd worden op basis van de positieve gezondheid.
Gunningscriterium 5. Toelichting en casus
U scoort hier een voldoende (4). Naar het oordeel van het beoordelingsteam geeft uw inschrijving voldoende antwoord. Uw werkwijze is realistisch maar matig concreet. Uw onderbouwing is te algemeen en/of niet erg overtuigend waardoor de doelstelling voor ons behaald wordt, maar niet meer dan dat.
Aanpak van de casus was in beginsel weinig stapsgewijs. Pas na een vraag daarover door de gemeente werd dat meer duidelijk. Prioritering is eerst contact leggen met [naam], groepsaanpak door deze in beeld te krijgen, contact leggen ouders, en vrijetijdsbesteding achterhalen. Opbouwen van vertrouwen, contact leggen, signaleren en opschalen zijn door [eiser] genoemd. Net zoals actie(s) op korte en langere termijn zijn benoemd. Dat [naam] geen steunfiguur heeft zoals [eiser] heeft genoemd, blijkt niet uit de casus. Dit is een
(onjuiste) aanname van [eiser] geweest. Het plan van aanpak voor het gehele gezin was naar het oordeel van het beoordelingsteam onvolledig.
In de oplossingsrichting werden de broertjes en het zusje van [naam] niet meegenomen, VeiligThuis werd genoemd in verband met de veiligheid van het gezin maar het beoordelingsteam meent dat de rol van de ouders met betrekking tot de veiligheidssignalen onvoldoende is belicht, Suggestie werd nog gedaan dat [naam], ondanks de spanningen thuis, mogelijk kon worden ingezet als tolk tussen ouders en jeugdwerker. [naam]
mag ondersteunend zijn in het contact leggen tussen ouders en jongerenwerker maar het beoordelingsteam vindt het niet wenselijk en verstandig om haar in te zetten als tolk, gelet op de gegeven situatie.
Verder is AVG niet benoemd bij de bespreking van de casus.
[inschrijver] heeft op dit gunningscriterium een ruim voldoende (6) gescoord. Bij de behandeling van de casus maakt [inschrijver] een goed onderscheid in 5 specifieke ‘uitdagingen’ (overlastgevende jongeren, gezin, [naam], broertjes en zusje). Hierbij is goed gesignaleerd dat het zusje van 4 jaar buiten de scope van de opdracht valt. Alle relevante ketenpartners zoals jeugdconsulenten, gezinswerkers, handhaving en professionals uit het
ketenoverleg zijn benoemd. Ook is aangegeven met welke reden er contact gelegd wordt met welke ketenpartner (bijvoorbeeld bekendheidscheck, contacten en ervaringen met ouders), [naam] en haar gezin worden centraal gesteld, de acties per ketenpartner en per gezinslid zijn daarbij duidelijk benoemd. Kern van de aanpak van [inschrijver] is helder voor het beoordelingsteam.”