ECLI:NL:RBOVE:2025:7475

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
08.064719.23, 08.293164.20 (gev.) en 08.335338.21 (gev.) (P)
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Meervoudige poging tot doodslag, diefstal en mishandeling door verdachte met onvoorwaardelijke gevangenisstraf

In deze zaak heeft de rechtbank Overijssel op 18 december 2025 uitspraak gedaan in drie strafzaken tegen de verdachte. De verdachte is schuldig bevonden aan meervoudige poging tot doodslag, diefstal en mishandeling. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op 5 maart 2023 in [woonplaats] met hoge snelheid op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is ingereden, waarbij hij hen ernstig letsel heeft toegebracht. De verdachte heeft de slachtoffers achtervolgd met zijn auto, wat leidde tot een aanrijding waarbij [slachtoffer 1] een spiraalvormige breuk van het rechter scheenbeen en kuitbeen opliep. De rechtbank heeft ook vastgesteld dat de verdachte op 9 februari 2020 een geldbedrag heeft gestolen uit de woning van [slachtoffer 4] en op 2 juni 2021 [slachtoffer 5] heeft mishandeld. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie jaar. De rechtbank heeft ook schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, waaronder McDonald's en de slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummers: 08.064719.23, 08.293164.20 (gev.) en 08.335338.21 (gev.) (P)
Datum vonnis: 18 december 2025
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] in [woonplaats] .

1.Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 december 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. D.C. Vlielander, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

De verdenking onder
parketnummer 08.064719.23komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 5 maart 2023 in [woonplaats] als bestuurder van een personenauto:
feit 1 primair:heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] (hierna ook: [slachtoffer 1] ) te doden;
feit 1 subsidiair:aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht;
feit 1 meer subsidiair:heeft geprobeerd om aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;
feit 2 primair:heeft geprobeerd om [slachtoffer 2] (hierna ook: [slachtoffer 2] ) de doden;
feit 2 subsidiair:heeft geprobeerd om aan [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;
feit 3 primair:heeft geprobeerd om aan [slachtoffer 3] (hierna ook: [slachtoffer 3] ) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen;
feit 3 subsidiair:[slachtoffer 3] heeft bedreigd;
feit 4:goederen van de McDonald’s heeft vernield.
De verdenking onder
parketnummer 08.293164.20komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 9 februari 2020 in [woonplaats] een geldbedrag heeft gestolen uit de woning van [slachtoffer 4] (hierna ook: [slachtoffer 4] ).
De verdenking onder
parketnummer 08.335338.21komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 2 juni 2021 in [woonplaats] [slachtoffer 5] (hierna ook: [slachtoffer 5] ) heeft mishandeld.
Voluit luiden de tenlasteleggingen aan verdachte, dat:
In de zaak met parketnummer 08.064719.23
1
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer 1]
opzettelijk
van het leven te beroven,
als bestuurder van een personenauto,
- met hoge, althans aanzienlijke snelheid achter die [slachtoffer 1] (die te voet wegrende voor hem, verdachte) aan is gereden, waarbij hij, verdachte, over het gras en/of het voetpad en/of door een heg is gereden en/of
- ( vervolgens) met hoge, althans aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 1] aan is gereden, waardoor die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen en/of
- ( vervolgens) over die [slachtoffer 1] heen is gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
aan [slachtoffer 1]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten een spirale dwarsbreuk in zijn rechter scheenbeen en kuitbeen,
heeft toegebracht door
als bestuurder van een personenauto,
- met hoge, althans aanzienlijke snelheid achter die [slachtoffer 1] (die te voet wegrende voor hem, verdachte) aan te rijden, waarbij hij, verdachte, over het gras en/of het voetpad en/of door een heg is gereden en/of
- ( vervolgens) met hoge, althans aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 1] aan te rijden, waardoor die [slachtoffer 1] ten val is gekomen en/of
- ( vervolgens) over die [slachtoffer 1] heen te rijden;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer 1]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
als bestuurder van een personenauto,
- met hoge, althans aanzienlijke snelheid achter die [slachtoffer 1] (die te voet wegrende voor hem, verdachte) aan is gereden, waarbij hij, verdachte, over het gras en/of het voetpad en/of door een heg is gereden en/of
- ( vervolgens) met hoge, althans aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 1] aan is gereden,
waardoor die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen en/of
- ( vervolgens) over die [slachtoffer 1] heen is gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer 2]
opzettelijk
van het leven te beroven,
als bestuurder van een personenauto,
- met hoge, althans aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 2] aan is gereden, waardoor die [slachtoffer 2] op de motorkap van voornoemde personenauto terecht is gekomen en/of (vervolgens) op de grond is gevallen en/of
- ( vervolgens) nadat die [slachtoffer 2] was opgestaan, met hoge, althans aanzienlijke snelheid achter die [slachtoffer 2] (die te voet wegrende voor hem, verdachte) aan is gereden, waarbij hij, verdachte, over het gras en/of het voetpad en/of door een heg is gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer 2]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
als bestuurder van een personenauto,
- met hoge, althans aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 2] aan is gereden,
waardoor die [slachtoffer 2] op de motorkap van voornoemde personenauto terecht is gekomen en/of (vervolgens) op de grond is gevallen en/of
- ( vervolgens) nadat die [slachtoffer 2] was opgestaan, met hoge, althans aanzienlijke snelheid achter die [slachtoffer 2] (die te voet wegrende voor hem, verdachte) aan is gereden, waarbij hij, verdachte, over het gras en/of het voetpad en/of door een heg is gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan [slachtoffer 3]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
als bestuurder van een personenauto,
met hoge, althans aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 3] aan is gereden, althans die [slachtoffer 3] heeft geschampt met zijn voertuig, waardoor die [slachtoffer 3] op de grond is gevallen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
[slachtoffer 3]
heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,
door als bestuurder van een personenauto
met hoge, althans aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 3] aan te rijden, althans die [slachtoffer 3] te schampen met zijn voertuig, waardoor die [slachtoffer 3] ten val is gekomen;
4
hij op of omstreeks 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
opzettelijk en wederrechtelijk
een prullenbak en/of een bosschage, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten
dele aan McDonald’s , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
In de zaak met parketnummer 08.293164.20
hij op of omstreeks 9 februari 2020 te [woonplaats] , althans in Nederland,
een hoeveelheid geld, te weten ongeveer 700 euro, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] ,
heeft weggenomen uit een woning gelegen aan de [adres 2] te [woonplaats]
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid geld, te weten ongeveer 700 euro, althans enig goed, onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
In de zaak met parketnummer 08.335338.21
hij, op of omstreeks 2 juni 2021 te [woonplaats]
[slachtoffer 5] heeft mishandeld door hem tegen de kaak te slaan (waardoor die [slachtoffer 5] ten val is gekomen) en/of aan zijn sleutelbeen vast te pakken.

3.De bewijsmotivering

3.1
In de zaak met parketnummer 08.064719.23
3.1.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1, primair, onder feit 2, subsidiair, onder feit 3 primair en onder feit 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
3.1.2
Het standpunt van de verdediging
Door de raadsman is bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair en subsidiair, van het onder feit 2 primair en van het onder feit 3 ten laste gelegde. Wat betreft het onder feit 1 meer subsidiair, onder feit 2 subsidiair en onder feit 4 ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.1.3
Het oordeel van de rechtbank
De feiten en omstandigheden
Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 4 maart 2023 gaat verdachte met de auto met twee vriendinnen, getuige [getuige 1] en getuige [getuige 2] naar discotheek [Discotheek] in Duitsland. Verdachte rijdt in een BMW (hierna ook: de auto). [getuige 1] en [getuige 2] ontmoeten daar twee mannen, aangever [slachtoffer 2] en aangever [slachtoffer 1] . Op de terugweg, het is dan inmiddels 5 maart 2023, hebben [getuige 1] en [getuige 2] via hun Snap-accounts contact met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Ook verdachte heeft in de auto contact met [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Verdachte wordt uitgescholden door [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Verdachte treft [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] bij de McDonalds in [woonplaats] . Eerst komen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aanrijden en vervolgens verdachte. Hij parkeert zijn auto in een van de parkeervakken op de parkeerplaats van de McDonalds . Op dat moment is [slachtoffer 3] , medewerker van McDonalds , de parkeerplaats aan het schoonmaken. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] parkeren hun auto op het gras, buiten de parkeerplaats.
Verdachte stapt uit en ook [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] stappen uit. Zij lopen op elkaar af. Verdachte krijgt een klap [slachtoffer 1] van en er ontstaat een gevecht tussen verdachte, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Inmiddels zijn ook [getuige 1] en [getuige 2] uit de auto gestapt en zij proberen de ruzie te sussen. Na een aantal minuten stopt het vechten.
Op een gegeven moment loopt verdachte weg van de groep, richting zijn auto. [slachtoffer 1] loopt naar verdachte toe en geeft verdachte twee klappen, waarna verdachte verder naar zijn auto loopt en instapt. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] lopen weg van de auto van verdachte, richting de groene heg. Verdachte zit alleen in zijn auto. [slachtoffer 2] , [getuige 1] , [getuige 2] en [slachtoffer 3] staan op de parkeerplaats, in het gebied achter de auto van verdachte.
Verdachte rijdt weg uit het parkeervak, maakt een draai en rijdt richting [getuige 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] die op dat moment dicht bij elkaar staan.
Als verdachte vlakbij [getuige 1] en [slachtoffer 2] is, wijkt verdachte kort uit naar rechts en draait dan weer naar links, waar [getuige 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] staan. Verdachte raakt met zijn auto [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en een prullenbak. De remlichten van de auto lichten niet op. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] komen beiden op de motorkap terecht. [slachtoffer 2] wordt een aantal meters meegesleurd op de motorkap. [slachtoffer 2] heeft als gevolg van de aanrijding pijnklachten in zijn buik door een contusie (kneuzing) van de buikwand en spierpijn over zijn hele lichaam, een pijnlijk been en een zwelling van de ribben. Verdachte rijdt vervolgens door.
[slachtoffer 2] rent vervolgens over het voetpad richting de parkeerplaats. Verdachte rijdt achter hem aan. [slachtoffer 2] rent over het voetpad tussen de heg de parkeerplaats op. Verdachte rijdt met de auto over het gras tot de heg en keert om. Kort daarna bevinden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zich samen op genoemd voetpad. Zij rennen tussen de heg door de parkeerplaats op. Verdachte rijdt met zijn auto achter hen aan en volgt dezelfde route door met zijn auto over het voetpad tussen de heg door te rijden. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] blijven rennen, bevinden zich enige tijd later weer op het voetpad, rennen weer tussen de heg door richting de [straatnaam 1] . De BMW rijdt achter hen aan. Verdachte rijdt [slachtoffer 1] aan en rijdt over [slachtoffer 1] heen, die onder de auto terecht komt. Verdachte rijdt de auto vast op een kei en tegen een Mc-Donalds mast. [slachtoffer 1] kruipt onder de auto vandaan, staat op en valt weer op de grond. [slachtoffer 1] heeft als gevolg van de aanrijding een (gecompliceerde) spiraalvormige breuk van het rechter scheenbeen en een breuk van het kuitbeen opgelopen.
De bewijsoverwegingen
Feiten 1, 2 en 3
Vanwege de samenhang zal de rechtbank de feiten 1,2 en 3 gezamenlijk behandelen.
De verklaringen van verdachte over de feiten 1, 2 en 3
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de op de terechtzitting genoemde ‘eerste aanrijding’ per ongeluk is gebeurd. Verdachte wilde parkeren in de buurt van [getuige 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] . Door de klap die hij even daarvoor van [slachtoffer 1] had gekregen, zag hij wazig met zijn linkeroog. Toen hij [getuige 1] en [slachtoffer 2] zag, wilde hij ze ontwijken en stuurde naar rechts. Op dat moment zag hij een heg en stuurde daarom naar links. In de tussentijd heeft [slachtoffer 2] volgens verdachte twee stappen naar voren gezet en daardoor raakte hij [slachtoffer 2] . Verdachte heeft [slachtoffer 3] in het geheel niet gezien.
Over de op de terechtzitting behandelde ‘tweede’ aanrijding heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij feitelijk weliswaar achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aanreed, maar dat hij zich daarvan niet bewust was. Hij wilde vluchten voor de politie, die hij op dat moment al had gezien. Hij was gefocust op de politie. Pas kort - een seconde - voor de aanrijding zag hij [slachtoffer 1] . Hij heeft nooit de intentie gehad om [slachtoffer 1] aan te rijden.
De verklaringen van getuigen over de rijstijl van verdachte
Verschillende getuigen hebben verklaard over de rijstijl van verdachte. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij zag dat de man (de rechtbank begrijpt: verdachte) instapte, dat de man optrok, gas gaf en accelereerde. Getuige [getuige 3] verklaart dat verdachte boos was toen hij in zijn auto stapte en ongeveer 20 á 25 kilometer per uur reed
Getuige [getuige 4] verklaart dat toen de BMW begon te rijden, de man ‘als een gek’ over de parkeerplaats begon te rijden en dat de rijstijl van de BMW ‘grof’ was. Getuige [getuige 5] verklaart dat dat de bestuurder van de BMW met een naar zijn gevoel behoorlijke snelheid op de twee jongens en de schoonmaker af reed. [getuige 7] heeft verklaard dat zij vond dat zij het ‘niet normaal’ vond hoe de BMW achter de jongens aan reed. Ik vond ook dat hij heel hard reed’. Getuige [getuige 6] heeft verklaard dat, op het moment dat de twee jongens richting het ziekenhuis renden ‘de BMW ‘accelereerde’ en dat de jongens erg hard wegrenden.
(Voorwaardelijk) opzet?
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of verdachte met zijn gedragingen (voorwaardelijk) opzet had op de dood van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij hen (feiten 1 en 2). Ook moet de rechtbank beoordelen of verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 3] (feit 3).
De ‘eerste aanrijding’ (feiten 2 en 3)
De rechtbank overweegt dat verdachte in alle rust bewust in zijn auto is gestapt, met zijn auto draaide en vervolgens richting [slachtoffer 2] is gereden. Daar stonden ook [getuige 1] en [slachtoffer 3] . Verdachte stuurt, aangekomen bij [getuige 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] eerst naar rechts en gelijk weer naar links, waardoor hij inrijdt op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .
Dat verdachte in de buurt van de aanrijding wilde parkeren om [getuige 1] in te laten stappen, acht de rechtbank gelet op de omstandigheden ter plaatse ongeloofwaardig. Verdachte stuurt immers naar links terwijl de parkeerplaats waar verdachte zou willen parkeren rechts van de auto is gesitueerd. Ook de remlichten lichten niet op. De verklaring van verdachte dat hij wazig zag en daardoor – zo begrijpt de rechtbank – niet goed kon zien volgt de rechtbank niet. Verdachte heeft namelijk óók verklaard dat hij [getuige 1] en [slachtoffer 2] wilde ontwijken en dat is tegenstrijdig, dat betekent immers dat hij hen wel zag. Ook de verklaring dat [slachtoffer 2] , op het moment dat verdachte naar rechts stuurde, zich verplaatst waardoor verdachte hem - bij het weer naar links manoeuvreren - onbedoeld aanreed volgt de rechtbank niet. Verdachte wist immers dat in ieder geval [getuige 1] en [slachtoffer 2] zich links van hem bevonden. [slachtoffer 2] maakte slechts een kleine beweging opzij, waardoor hij nagenoeg op dezelfde plek stond als toen verdachte hem naderde. De rechtbank stelt verder vast dat verdachte in het geheel niet remde voor en na de aanrijding. Sterker nog, verdachte stopte na de aanrijding niet, hetgeen bij een onbedoeld ongeval te verwachten valt.
Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 3] bij de aanrijding in het geheel niet heeft waargenomen. De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 3] kort nadat verdachte op de parkeerplaats arriveerde, al op de parkeerplaats en op de plek van de uiteindelijke aanrijding aan het werk was en daar gedurende het hele incident aanwezig is. Bovendien had verdachte, toen hij kort voor de ontmoeting al eerder bij McDonalds was, waargenomen dat aldaar [slachtoffer 3] aanwezig was.
De snelheid
Verschillende getuigen hebben verklaard over de snelheid waarmee verdachte over de parkeerplaats en in de aanloop naar de aanrijding reed. Hoewel niet is komen vast te staan met welke snelheid verdachte exact heeft gereden, stelt de rechtbank vast op grond van de verklaringen van getuige [getuige 4] en getuige [getuige 5] vast dat verdachte met een aanzienlijke snelheid op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is ingereden. Op de camerabeelden is te zien dat na deze aanrijding de snelheid dusdanig was dat het [slachtoffer 2] noopte te rennen om de auto voor te blijven. Ook die snelheid is gelet op de situatie aanzienlijk.
Tussenconclusie
De rechtbank stelt vast dat verdachte welbewust en met aanzienlijke snelheid op [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] is ingereden.
De ‘tweede aanrijding’ (feit 1)
Na de eerste aanrijding blijft verdachte in zijn auto achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] rijden. De rechtbank stelt vast dat verdachte [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] , die over het terrein renden, welbewust met zijn auto achtervolgde. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] renden immers twee keer over een voetpad door de heg, dat niet voor auto’s bestemd is, en verdachte volgde tot twee keer toe dezelfde route. Na de laatste keer renden [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] over de parkeerplaats richting de [straatnaam 1] . Op basis van de getuigenverklaringen en de zich in het dossier bevindende camerabeelden stelt de rechtbank vast dat verdachte met aanzienlijke snelheid achter hen aan reed en [slachtoffer 1] raakte, waarna [slachtoffer 1] onder de auto kwam. De auto werd gestopt doordat verdachte de auto vastreed op een steen. Verdachte stopte de auto niet zelf.
Verdachte heeft op 5 maart 2023 bij de politie verklaard dat hij door de klappen ‘storing’ kreeg en ‘dizzy’ raakte en dat hij achter de jongens is aangereden. Hij heeft hierover ook verklaard dat er iets knapte in zijn hoofd waardoor hij geen controle meer had. Op 13 april 2023 heeft verdachte bij de politie verklaard dat ‘hij erg boos was op die jongen, die later zijn been heeft gebroken (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ). Ik wilde hem ook pijn doen, omdat hij mij ook pijn heeft gedaan. De eerste keer was echt per ongeluk, maar later knapte er iets in mij door die andere jongen. Op een gegeven moment zag ik dat de politie aan kwam rijden. Ik wilde toen eigenlijk vluchten, maar toen zag ik die andere jongen voor de auto rennen en toen dacht ik, jij bent de oorzaak van alles, ik ben de lul en nu ben jij ook de lul.’
Over de verklaring van 13 april 2023 heeft verdachte ter terechtzitting gezegd dat hij op advies van zijn toenmalige advocaat heeft gelogen. Over de aanrijding heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij vlak voor de aanrijding niet door had dat hij achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] reed omdat hij gefocust was op de politie en wilde vluchten. Gelet op de gedragingen van verdachte en hetgeen hiervoor is overwogen volgt de rechtbank deze verklaring afgelegd ter terechtzitting niet en schuift die terzijde.
De snelheid
Verschillende getuigen hebben verklaard over de snelheid waarmee verdachte over de parkeerplaats en in de aanloop naar de aanrijding reed. Hoewel niet is komen vast te staan met welke snelheid verdachte exact heeft gereden, stelt de rechtbank op grond van de verklaringen van getuige [getuige 4] en getuige [getuige 7] vast dat verdachte met een aanzienlijke snelheid [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft achtervolgd en op [slachtoffer 1] is ingereden. Op de camerabeelden is te zien dat de snelheid dusdanig was dat het [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] noopte te rennen om de auto voor te blijven. Die snelheid is gelet op de situatie aanzienlijk.
Tussenconclusie
De rechtbank stelt vast dat verdachte welbewust en met aanzienlijke snelheid [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft achtervolgd en met aanzienlijke snelheid op [slachtoffer 1] is ingereden.
Eindconclusies
Conclusie feit 2
Anders dan de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte met zijn gedragingen - door met een auto, een BMW, bewust en met aanzienlijke snelheid in te rijden op een kwetsbare en onbeschermde verkeersdeelnemer die daardoor ten val komt, verdachte de auto niet stopt en en waarna verdachte daarna [slachtoffer 2] blijft achtervolgen - zich – op zijn minst – willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer 2] hierdoor zou komen te overlijden. Het is immers feit van algemene bekendheid dat een met enige snelheid in beweging zijnde auto zich ten opzichte van de kwetsbaarheid van een voetganger al snel als een potentieel dodelijk wapen manifesteert. [1] Verdachte heeft, blijkens de uiterlijke verschijningsvorm van de genoemde gedragingen, die kans ook aanvaard.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde, de poging doodslag, wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Conclusie feit 1
De rechtbank is van oordeel dat verdachte door met een auto, een BMW, bewust en met aanzienlijke snelheid een kwetsbare en onbeschermde verkeersdeelnemer, [slachtoffer 1] , te achtervolgen en vervolgens aan te rijden en bovendien niet zélf te stoppen – op zijn minst – zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer 1] hierdoor zou komen te overlijden. Zoals hiervoor overwogen is het feit van algemene bekendheid dat een met enige snelheid in beweging zijnde auto zich ten opzichte van de kwetsbaarheid van een voetganger al snel als een potentieel dodelijk wapen manifesteert. Verdachte heeft, blijkens de uiterlijke verschijningsvorm van de genoemde gedragingen, die kans ook aanvaard.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verdachte met zijn BMW welbewust en met aanzienlijke snelheid [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft achtervolgd en met aanzienlijke snelheid op [slachtoffer 1] is ingereden. Gelet hierop en gelet op de strekking van de verklaringen van verdachte van 5 maart 2023 en 13 maart 2023 over deze aanrijding is de rechtbank van oordeel dat verdachte vol opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1] .
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde, de poging doodslag, wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Conclusie feit 3
De rechtbank is van oordeel dat verdachte - door de continue aanwezigheid van [slachtoffer 3] op de parkeerplaats in de buurt van de aanrijding én het feit dat verdachte [slachtoffer 3] al eerder had waargenomen - bewust de aanmerkelijke kans aanvaard heeft dat hij ook [slachtoffer 3] zou raken met zijn auto en dat [slachtoffer 3] daardoor – op zijn minst – zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen.
De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het onder 3 primair ten laste gelegde, de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Feit 4
Bewijsoverweging
De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande volgt dat verdachte met zijn handelen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij de prullenbak zou beschadigen. De prullenbak bevond zich immers in de buurt van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] toen zij werden aangereden.
Over het beschadigen van de bosschages (heg) overweegt de rechtbank dat verdachte doelbewust door de bosschages is gereden en daarmee opzet had op het beschadigen daarvan.
Conclusie feit 4
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk de prullenbak heeft vernield en de bosschage heeft beschadigd.
3.2
In de zaak met parketnummer 08.293162.20
3.2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
3.2.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
3.2.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de in de bewijsbijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
3.3
In de zaak met parketnummer 08.335338.21
3.3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.
3.3.2.
Het standpunt van de verdediging
Door de raadsman is bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.
3.3.3
Het oordeel van de rechtbank
De feiten en omstandigheden
Op 2 juni 2021 fietst [slachtoffer 5] over de [straatnaam 2] in [woonplaats] . Hij sorteert voor op de verhoging van de weg voor om linksaf de [straatnaam 3] in te gaan. Uit de [straatnaam 3] komt een witte Ford Ka met kenteken [kenteken 1] (hierna: de auto) rijden. De auto wil de binnenbocht nemen en rijdt recht op [slachtoffer 5] af. De bestuurder gaat tekeer achter het stuur en stapt uit. De bestuurder pakt [slachtoffer 5] vast bij zijn T-shirt, waardoor bij [slachtoffer 5] een verwonding aan het sleutelbeen ontstaat. Vervolgens stompt de bestuurder [slachtoffer 5] op zijn rechter kaak. [slachtoffer 5] valt achterover, eerst tegen een houten paaltje en vervolgens op de grond. [slachtoffer 5] loopt hierdoor pijn en een zwelling aan zijn kaak en letsel aan zijn rug op. Ook heeft hij een zere nek en voelt hij zich zwaar in zijn hoofd.
Bewijsoverwegingen
Verklaring verdachte
Verdachte ontkent dat hij betrokken is geweest bij de mishandeling van [slachtoffer 5] . Hij was op dat moment niet de bestuurder van de auto.
Verklaringen getuigen
[slachtoffer 5] omschrijft de bestuurder als een Turkse jongen, compacte bouw, begin 30 jaar, een baard en kort geknipt donker haar. Getuige [getuige 8] omschrijft de bestuurder als een man met een baardje, maximaal 1.80 groot, kort bruin haar, een breed postuur en een klein beetje ‘chubby’.
[kentekenhoudster] is de kentekenhoudster en eigenaar van de auto. Zij heeft haar auto op 2 juni 2021 uitgeleend aan verdachte, haar ex-vriend [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] , hij is 26 jaar oud. Zij omschrijft verdachte als iemand met zwart haar, baardje, niet al te groot, rond de 175 centimeter lang en met een grof postuur.
Overige overwegingen
De rechtbank moet de vraag beantwoorden of het verdachte is geweest die [slachtoffer 5] heeft mishandeld. [kentekenhoudster] heeft op woensdag 2 juni 2021 haar auto, die betrokken was bij het feit, uitgeleend aan verdachte. Het door [slachtoffer 5] en getuige [getuige 8] omschreven signalement van de bestuurder van de auto, komen overeen met het signalement zoals door [kentekenhoudster] van verdachte is gegeven. De rechtbank is van oordeel dat het niet anders kan zijn dat het verdachte is geweest die de bestuurder was van de auto en [slachtoffer 5] heeft mishandeld.
Conclusie
De rechtbank acht op basis van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 2 juni 2021 in [woonplaats] [slachtoffer 5] heeft mishandeld.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
In de zaak met parketnummer 08.064719.23
1.
hij op 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,
als bestuurder van een personenauto,
- met aanzienlijke snelheid achter die [slachtoffer 1] (die te voet wegrende voor hem, verdachte) aan is gereden, waarbij hij, verdachte, over het gras en het voetpad en door een heg is gereden en
- vervolgens met aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 1] aan is gereden, waardoor die [slachtoffer 1] op de grond is gevallen en
- vervolgens over die [slachtoffer 1] heen is gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
hij op 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven,
als bestuurder van een personenauto,
- met aanzienlijke snelheid tegen die [slachtoffer 2] aan is gereden, waardoor die [slachtoffer 2] op de motorkap van voornoemde personenauto terecht is gekomen en vervolgens op de grond is gevallen en
- vervolgens nadat die [slachtoffer 2] was opgestaan, met aanzienlijke snelheid achter die [slachtoffer 2] (die te voet wegrende voor hem, verdachte) aan is gereden, waarbij hij, verdachte, over het gras en het voetpad en door een heg is gereden,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
3.
hij op 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
als bestuurder van een personenauto,
met hoge snelheid tegen die [slachtoffer 3] aan is gereden, waardoor die [slachtoffer 3] op de grond is gevallen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.
hij op 5 maart 2023 te [woonplaats] ,
opzettelijk en wederrechtelijk een prullenbak en een bosschage, die geheel aan McDonald’s , toebehoorden heeft vernield en beschadigd;
In de zaak met parketnummer 08.293164.20
hij op of omstreeks 9 februari 2020 te [woonplaats] ,
een hoeveelheid geld, die geheel aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] ,
heeft weggenomen uit een woning gelegen aan de [adres 2] te [woonplaats]
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen hoeveelheid geld, onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
In de zaak met parketnummer 08.335338.21
hij, op 2 juni 2021 te [woonplaats]
[slachtoffer 5] heeft mishandeld door hem tegen de kaak te slaan (waardoor die [slachtoffer 5] ten val is gekomen) en aan zijn sleutelbeen vast te pakken.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 287, 300, 302, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
In de zaak met parketnummer 08.064719.23
feiten 1 primair en 2 primair
het misdrijf: poging doodslag;
feit 3 primair
het misdrijf: poging zware mishandeling;
feit 4
het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen of beschadigen;
In de zaak met parketnummer 08.293162.20
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
In de zaak met parketnummer 08.335338.21
het misdrijf: mishandeling.

5.De strafbaarheid van verdachte

5.1.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich in de zaak met parketnummer 08.064719.23 op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat sprake is geweest van noodweerexces. Op het moment dat verdachte twee klappen kreeg voordat hij in de auto stapte, was er een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De gedragingen van verdachte nadien komen voort uit een hevige gemoedsbeweging. Verdachte was in paniek, hij wilde weg en het was chaotisch in zijn hoofd. Dit wordt bevestigd door de omstandigheid dat verdachte iemand aanrijdt op het moment dat de politie al ter plaatse is.
5.2.
Het standpunt van de officier van justitie
Er is geen sprake geweest van een noodweersituatie en dus ook niet van noodweerexces. Er was geen enkele reden om in te rijden op personen en ook is niet gebleken dat verdachte dermate onder de indruk was van het gebeuren dat hij dacht dat sprake was van een noodweersituatie.
5.3.
De beoordeling door de rechtbank
Voor een geslaagd beroep op noodweerexces is het allereerst nodig dat aannemelijk is geworden dat aan de voorwaarden van een noodweersituatie is voldaan. Deze voorwaarden houden onder andere in dat er een situatie moet zijn geweest waarin het handelen van verdachte was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijke dreiging voor zo’n aanranding.
De rechtbank ziet op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting geen enkele aanleiding om aan te nemen dat sprake is geweest van een (dreigende) ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding op het moment dat verdachte in de auto stapt. Van een geslaagd beroep op noodweerexces kan daarom geen sprake zijn.

6.De op te leggen straf of maatregel

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd om aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 1200 dagen waarvan 704 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De officier van justitie heeft daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid gevorderd voor de duur van drie jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Door de raadsman is bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft tot zich tijdens één incident tot tweemaal toe schuldig gemaakt aan een poging doodslag, een van de zwaarste misdrijven van het Wetboek van Strafrecht, en aan een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verdachte heeft, als reactie op een scheld- en uiteindelijk vechtpartij over iets relatief onbelangrijks, zijn auto als potentieel dodelijk wapen gebruikt en is doelbewust ingereden op [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] . Na de eerste aanrijding is verdachte niet gestopt om zich te bekommeren om zijn slachtoffers. Integendeel, verdachte is in zijn auto blijven rijden en heeft - kennelijk uit woede of wraak - als een waar kat en muis spel de achtervolging ingezet op [slachtoffer 2] – die even daarvoor nog over de motorkap van verdachte was gevlogen – en [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] rennen voor hun leven als verdachte over de parkeerplaats achter hen aanrijdt en kort daarna [slachtoffer 1] raakt. [slachtoffer 1] wordt door verdachte overreden. Het is aan het toeval te danken dat verdachte zich vastrijdt op een steen, waardoor de auto omhoog komt en [slachtoffer 1] niet beklemd wordt. De gevolgen waren niet te overzien geweest als deze steen er niet had gelegen. Uit niets blijkt immers dat verdachte uit zichzelf zou zijn gestopt.
Daarnaast heeft verdachte, eerder al, zich om én uit het niets agressief gedragen in het verkeer en [slachtoffer 5] mishandeld. Verkeersagressie is op zich al beangstigend, zeker als daar ook nog eens fysiek geweld bij komt kijken. Omstanders beschrijven het gedrag van verdachte als een geweldsexplosie zonder enkele aanleiding.
Door de bewezenverklaarde feiten heeft de rechtbank het beeld van verdachte gekregen dat hij impulsief, zonder aanleiding kan overgaan tot het toepassen van fors en extreem geweld. Dat acht de rechtbank niet alleen zeer kwalijk, maar ook zorgelijk.
Tot slot heeft verdachte ingebroken bij een woning en geld gestolen. Hiermee heeft verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht, maar ook op het gevoel dat de woning een veilige plek is.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 22 september 2025. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor een mishandeling. Ook is hij gedagvaard voor een snelheidsovertreding op 12 september 2025.
De NIFP-rapportages
De rechtbank heeft kennisgenomen van de over verdachte gemaakte NIFP-rapportages, opgesteld door psycholoog M.C.G. Smeets op 13 februari 2025 en opgesteld door psychiater I.T.M. Nurmohamed op 14 februari 2025. Die houden, kort en zakelijk, het volgende in.
Pscyholoog Smeets concludeert dat bij betrokkene sprake is van de functionele beperking die het beste omschreven kan worden als ondoordacht/impulsief handelen met te weinig zicht op de gevolgen. Deze functionele beperking is mogelijk passend bij een andere gespecificeerde aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, maar dit moet nader onderzocht worden. Het is volgens de psycholoog zeer waarschijnlijk dat er een verband is tussen de functionele beperking impulsiviteit en de aanloop naar en de ten laste gelegde feiten uit 2023. Indien die feiten worden bewezen, wordt geadviseerd deze feiten betrokkene in verminderde mate toe te rekenen.
Psychiater Nurmohamed concludeert dat bij verdachte geen aanwijzingen zijn gevonden om een psychiatrische stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling vast te stellen.
Het reclasseringsadvies
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 1 december 2025.
Kort en zakelijk komt daaruit naar voren dat, hoewel nog geen sprake is van een delictpatroon, het zorgelijk is dat verdachte meermaals bij geweldsincidenten betrokken is geweest. De reclassering ziet criminogene factoren in de leefgebieden psychosociaal functioneren en het sociaal netwerk. Keuzes van verdachte leiden met enige regelmaat tot delictgedrag dan wel tot probleemsituaties. In het schorsingstoezicht heeft verdachte een meewerkende houding laten zien.
Tijdens het schorsingstoezicht is geprobeerd om een behandeling op te starten bij Transfore, maar dat is niet gelukt. Dit is in overleg is gebeurd met de behandelinstantie omdat verdachte nog niet wilde praten over het delict zolang hij niet veroordeeld is.
De reclassering ziet nog altijd meerwaarde in het uitvoeren van deze behandeling om tot de gewenste gedragsverandering te komen. Dit maakt dat de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf adviseert, met een behandelverplichting als bijzondere voorwaarde.
De strafmodaliteit en de hoogte daarvan
Gezien de ernst van de - met name - gepleegde geweldsfeiten kan volgens de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De officier van justitie heeft als uitgangspunt voor haar eis genomen een gevangenisstraf van 5 jaren voor de door haar bewezen geachte poging tot doodslag. Vervolgens heeft zij als strafverzwarend de meerdere slachtoffers van 5 maart 2023 en de andere twee strafbare feiten genoemd. Logisch geredeneerd zou dan een strafeis van 8 á 9 jaren gevangenisstraf moeten volgen, maar dan stelt de officier van justitie dat verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en zijn reeds ondergane voorlopige hechtenis. De rechtbank kan die laatste stap om meerdere redenen niet volgen. De voorlopige hechtenis mag immers geen voorschot zijn op de uiteindelijk op te leggen straf, dus een korte of lange duur van de voorlopige hechtenis is in beginsel geen reden om lager te straffen. Overschrijding van de redelijke termijn, die in dit geval niet is te wijten aan verdachte, dient wel tot strafvermindering te leiden. De mindering die de officier van justitie toepast is echter buitenproportioneel en doet geen recht aan de ernst van de feiten en aan de slachtoffers. De rechtbank zal daarom een hogere straf opleggen. De rechtbank acht twee pogingen in plaats van één poging tot doodslag bewezen. Naast de overige bewezenverklaarde feiten weegt de rechtbank ook het strafblad van verdachte mee als strafverzwarend, alsmede het tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis niet willen meewerken aan de behandeling bij Transfore en de zeer recente verdenking van een forse verkeersovertreding die gelet op de bewezenverklaarde feiten als zorgwekkend moet worden gezien. De rechtbank acht in beginsel een gevangenisstraf van 7 jaren passend en geboden.
Over de toerekenbaarheid overweegt de rechtbank dat de NIFP-rapporten daarover niet eenduidig zijn. Daarom zal de rechtbank uitgaan van de standaardsituatie dat de ten laste gelegde gedragingen volledig aan verdachte zijn toe te rekenen.
Alles afwegende en rekening houdend met het overschrijden van de redelijke termijn acht de een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Daarnaast ziet de rechtbank in de aard van de feiten aanleiding om een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van drie jaren op te leggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden opgeheven gelet op de opgelegde straf en de verdenking van een nieuw strafbaar feit. De voorlopige hechtenis van verdachte is reeds anderhalf jaar geschorst en dat heeft hem er mogelijk van weerhouden misdrijven te plegen. Gelet hierop en de nog niet beoordeelde snelheidsovertreding acht de rechtbank opheffing van de schorsing nu niet opportuun.

7.De schade van benadeelden

7.1
De vorderingen van de benadeelde partijen
7.1.1.
De vordering van McDonalds [woonplaats] (parketnummer 08.064719.23)
McDonald's [woonplaats] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 5.082,60 (zegge: vijfduizendtweeëntachtig euro en zestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
- schade heg € 1.263,00;
- schade vuilnisbak € 640,00;
- schade verwijsmast € 2.371,60;
- omzet derving € 708,00;
- slachtofferhulp extern € 100,00.
7.1.2
De vordering van [slachtoffer 4] (parketnummer 08.293164.20)
[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 18.250,00 (zegge: achttienduizendtweehonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:
- contant spaargeld € 750,00.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 17.500,00 gevorderd.
7.1.3.
De vordering van [slachtoffer 5] (parketnummer 08.335338.21)
[slachtoffer 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 625,00 (zeshonderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. Dit bedrag wordt gevorderd ter vergoeding van immateriële schade.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de McDonalds kan worden toegewezen tot een bedrag van € 4.274,60. Dit betreft een vergoeding voor de schade aan de heg, de vuilnisbak en de verwijsmast. De overige posten zijn onvoldoende onderbouwd en de benadeelde partij moet in die delen van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
De vordering van [slachtoffer 4] kan voor wat betreft de materiële schade worden toegewezen tot een bedrag van € 700,00, het geldbedrag waar de aangifte ook op ziet. De gestelde immateriële schade is onvoldoende onderbouwd en daarom moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in dat deel van de vordering.
De officier van justitie heeft zich tot slot op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 5] kan worden toegewezen.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat McDonalds [woonplaats] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, omdat niet is onderbouwd dat [belanghebbende] gemachtigd is om McDonalds [woonplaats] Woonboulevard te vertegenwoordigen. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat McDonalds ook niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering omdat de gestelde schade onvoldoende is onderbouwd.
De raadsman heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer 4] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 700,00 ter vergoeding van de materiële schade. De gevorderde immateriële schade is niet onderbouwd. De benadeelde moet daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
Door de raadsman is tot slot bepleit dat de vordering van [slachtoffer 5] , gelet op de bepleite vrijspraak, moet worden afgewezen dan wel dat [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
De vordering van McDonalds [woonplaats] (parketnummer 08.064719.23)
Machtiging
De rechtbank overweegt dat een machtiging waaruit blijkt dat [belanghebbende] McDonalds mag vertegenwoordigen bij het indienen van een schadeverzoek, strekt tot bescherming van de rechtspersoon ( McDonalds ) en niet tot het beschermen van de belangen van verdachte. De rechtbank ziet in het ontbreken van een machtiging daarom geen reden om McDonalds niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.
De posten vuilnisbak en verwijsmast
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde bedragen voor de vuilnisbak (€ 640,00) en de verwijsmast (€ 2.371,60) daarom toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 5 maart 2023.
De posten heg, omzetderving en slachtofferhulp extern
De onder de posten heg, omzetderving en slachtoffer hulp extern opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan, omdat de gestelde schade onvoldoende (omzetderving en heg) dan wel niet (slachtofferhulp extern) is onderbouwd, terwijl door of namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadeposten alsnog nader te onderbouwen levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank zal de benadeelde partij die gelegenheid niet bieden.
De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
De vordering van [slachtoffer 4] (parketnummer 08.293164.20)
Materiële schade (contant geld)
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk tot een bedrag van € 700,00 omdat de benadeelde partij van diefstal van dat bedrag aangifte heeft gedaan. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 700,00 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 9 februari 2020.
Omdat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij meer geld zou hebben gestolen, zal de rechtbank de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106, onder b, BW heeft de benadeelde partij recht op vergoeding van immateriële schade als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. De rechtbank is van oordeel dat van een grondslag voor immateriële schade niet is gebleken. De rechtbank zal de vordering tot immateriële schadevergoeding daarom afwijzen.
De vordering van [slachtoffer 5] (parketnummer 08.335338.21)
Op grond van artikel 6:106, aanhef onder b, BW heeft de benadeelde recht op een vergoeding van immateriële schade, omdat hij als gevolg van de bewezenverklaarde feiten lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank acht de gevorderde immateriële schadevergoeding van € 625,00 billijk. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, te weten 2 juni 2021.
7.5
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met de navolgende dagen gijzeling:
- McDonalds (parketnummer 08.064719.23) 40 dagen;
- [slachtoffer 4] (parketnummer 08.293164.20) 14 dagen;
- [slachtoffer 5] (parketnummer 08.335338.21) 12 dagen.
Toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

8.De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 57 Sr en 179a Wegenverkeerswet.

9.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
In de zaak met parketnummer 08.064719.23
feiten 1 primair en 2 primair,het misdrijf: poging doodslag;
feit 3 primair,het misdrijf: poging zware mishandeling;
feit 4,het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen of beschadigen;
In de zaak met parketnummer 08.293162.20
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
In de zaak met parketnummer 08.335338.21
het misdrijf: mishandeling;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
-
ontzegtde verdachte de
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor de duur van
3 (drie) jaren;
- beveelt dat de tijd gedurende welke het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest, ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, afgetrokken wordt van de duur van de ontzegging;
schadevergoedingen
McDonalds (parketnummer 08.064719.23)
wijstde vordering van de benadeelde partij
toetot een bedrag van
€ 3.011,60, bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij (feiten 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4): van een bedrag van € 3.011,60 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2023);
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.011,60, (zegge: drieduizend elf euro en zestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 maart 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
40 dagenkan worden toegepast.
Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer 4] (parketnummer 08.293164.20)
-
wijstde vordering van de benadeelde partij
toetot een bedrag van
€ 700,00, bestaande uit
materiële schade;
- bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk is in de vordering en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2020;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 700.00, (zegge: zevenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
14 dagenkan worden toegepast.
Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
-
wijstde vordering tot immateriële schadevergoeding af;
[slachtoffer 5] (parketnummer 08.335338.21)
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 625,00, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 625,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2021;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 625,00, (zegge: zeshonderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 juni 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
12 dagenkan worden toegepast.
Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. Piksen, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en
mr. M.A.H. Heijink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
Buiten staat
Mr. B.T.C. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
08.064719.23
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het digitale dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL05002023099077. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 december 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

U, voorzitter, houdt mij het fragment op 00.52 voor. Ik ben de man met de bontkraag.
U, voorzitter, houdt mij voor dat er nog iemand in beeld is. Dat is [slachtoffer 3] . Toen we eerder uit de McDrive kwamen, wees [slachtoffer 3] ons erop dat er een tas boven op de auto lag.
U, voorzitter, houdt mij het fragment vanaf 6:43 voor. Als ik bij [getuige 1] kom, ontwijk ik haar en [slachtoffer 2] . Ik stuur eerst naar rechts en dan naar links. Als ik naar links stuur, raak ik de prullenbak, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] .
U, voorzitter, houdt mij het fragment op 6.44 voor. Het klopt dat [slachtoffer 2] en [getuige 1] zich in mijn gezichtsveld bevinden. Op dat moment stuur ik naar rechts, ik zie de heg en dan stuur ik naar links.

2. Eigen waarneming van deze rechtbank, gedaan ter terechtzitting van 4 december 2025, van het in het dossier gevoegde multimedia-bestand ‘Compilatie 2023106103 poging doodslag’

De genoemde seconden betreffen de seconden van het multimediabestand en niet de op het beeld weergegeven tijdsindicatie.
De rechtbank neemt waar dat de tweede auto die komt aanrijden, parkeert in een van de parkeervakken van de McDonalds in [woonplaats] (00:19). Op de parkeerplaats is iemand aan het schoonmaken (00.55). Er wordt over en weer geslagen en geduwd en dat gaat enige tijd door (1.48). [getuige 1] en [getuige 2] proberen te sussen, het vechten stopt en er wordt er gepraat(3:34).
Verdachte rijdt weg en rijdt met een bocht richting [getuige 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , die bij elkaar staan op de parkeerplaats staan (6:39). Als verdachte dicht bij hen is maakt verdachte eerst een bocht naar rechts en dan naar links, waar [getuige 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zich bevinden. [slachtoffer 2] beweegt, maar zet geen grote stappen. Verdachte raakt [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en de prullenbak. De rechtbank heeft geen remlichten waargenomen (6:43). Het parkeervak bevindt zich rechts en niet links van de auto (6:44).

3. Het proces verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 5 maart 2023, pagina’s 88-89, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

"Op zaterdag 4 maart 2023 ging ik met mijn vriendin [getuige 2] (de rechtbank begrijpt: [getuige 2] ) en een maat van mij [verdachte] naar [Discotheek] in Duitsland. Mijn vriendin en ik ontmoetten daar twee jongens. Wij hadden elkaar toegevoegd op Snapchat.
Tijdens de terugrit naar [woonplaats] had ik contact met de jongens. Ik werd vaak gebeld via Snapchat. Op een gegeven moment was [verdachte] er klaar mee en zei dat ze op moesten houden met bellen. Ik hoorde de jongens hem uitschelden. Er werd over en weer gescholden en uiteindelijk spraken ze af bij de McDonalds in [woonplaats] .

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door C.C. Besselink van 15 maart 2023, pagina’s 84-87, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Tijdens buurtonderzoek zijn er camerabeelden veilig gesteld afkomstig van de McDonalds en tevens camerabeelden van de gemeente [woonplaats] . Deze camerabeelden zijn samengevoegd tot één compilatie, genaamd 'Compilatie 2023106103 poging doodslag.mp4'.
Ik heb deze compilatie bekeken, ik zag onder andere het volgende:
Vanuit het onderzoeksteam blijkt de volgende informatie:
* man zwarte jas en lichte bontkraag, bestuurder van zwarte BMW = [verdachte]
* man gekleed in zwarte jas, lichte spijkerbroek = [slachtoffer 2]
* man gekleed zwarte broek, zwart shirt met witte opdruk op de rug = [slachtoffer 1]
* meisje blond haar gekleed in lichte kleding en zwarte sjaal om haar schouders = [getuige 2]
* meisje blond haar, gekleed lichte kleding en zwarte bodywarmer = [getuige 1]
Op 05/03/2023 om 07:39:33 komt er een donkerkleurige Seat het terrein van de Woonboulevard te [woonplaats] oprijden. Ik zie dat achter de Seat een donkerkleurige BMW rijdt. Deze rijdt vervolgens de parkeerplaats van de McDonalds op. Ik zie dat het een personenauto is, van het merk; BMW.
Ik zie dat de Seat stil wordt gezet op het gras voor de McDonalds , dit is geen parkeerplaats, tijdstip 07:40:04 uur. Ik zie dat er twee manspersonen uit de personenauto van het merk Seat stappen. Na onderzoek bleek dit te gaan om:
- [slachtoffer 2]
- [slachtoffer 1]
Ik zie dat er een manspersoon uit de personenauto stapt van de BMW. Na onderzoek
bleek dit te gaan om:
- [verdachte]
Ik zie dat [verdachte] in de richting loopt van de doorlopende weg. Dit is de weg waar [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zich ook bevinden. Ik zie dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in de richting van de parkeerplaats van de McDonalds lopen waar [verdachte] nog loopt. Ik zie dat de drie mannen richting elkaar lopen.
Ik zie dat [slachtoffer 1] als eerste een slaande beweging met zijn vuist maakt richting het hoofd van [verdachte] , ik zie dat [verdachte] geraakt wordt.
Ik zie dat er twee dames, wat na onderzoek bleek te gaan om [getuige 2] en [getuige 1] uit de personenauto, de BMW, stappen. In datzelfde moment zie ik dat [verdachte] en [slachtoffer 1] met elkaar aan het vechten zijn. Er worden over en weer vuistslagen uitgedeeld tussen [verdachte] en [slachtoffer 1] . Ik zie dat [slachtoffer 2] zich gaat bemoeien met deze vechtpartij. Ik zie dat [getuige 2] en [getuige 1] de mannen uit elkaar proberen te halen.
Ik zie dat er op dit moment niet meer gevochten wordt, dit is omstreeks 07:42:13 uur.
Ik zie dat [verdachte] omstreeks 07:45:05 uur zich onttrekt uit de discussie en wegloopt. Ik zie dat [verdachte] naar de personenauto, de BMW loopt, en hij het portier van de bijrijder dicht doet. Ik zie dat [slachtoffer 1] ook weer richting [verdachte] loopt. Ik zie dat [slachtoffer 1] omstreeks 07:45:45 uur een vuistslag tegen het hoofd van [verdachte] maakt. Ik zie dat [slachtoffer 1] nogmaals een vuistslag maakt naar het hoofd van [verdachte] en [verdachte] geraakt wordt.
Ik zie dat [verdachte] weer richting de BMW loopt, ik zie dat [verdachte] in de BMW gaat zitten. Ik zie dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] richting het voetpad lopen, waar de opening is tussen de groene heg. Ik zie dat [verdachte] de BMW start en de BMW draait in de richting van [slachtoffer 2] , [slachtoffer 1] , medewerker McDonalds en [getuige 1] . ik zie dat [slachtoffer 2] en de medewerker van de McDonalds op de motorkap van de BMW belanden. Ik zie dat de medewerker van de McDonalds opstaat en richting de ingang van de McDonalds rent. Ik zie dat [slachtoffer 2] een aantal meters wordt meegesleurd op de motorkap van de BMW.
Ik zie dat [slachtoffer 2] richting het gras, achter de McDonalds rent. Ik zie dat de BMW achter [slachtoffer 2] aan rijdt. Ik zie dat de BMW keert.
Ik zie dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] achter de bosschages aan de kant van de weg staan. Ik zie dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de BMW in de gaten blijven houden en op afstand proberen te blijven. Ik zie dat de BMW weer een rondje maakt op de parkeerplaats van de Mcdonalds en richting [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] wil rijden.
Ik zie dat de BMW van het terrein van de McDonalds af rijdt en over het gras, wat geen rijdbaan is voor voertuigen rijdt richting [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Ik zie dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] over het voetpad, tussen de opening van de bosjes doorrennen en weer de parkeerplaats van de McDonalds op rennen.
Ik zie dat de BMW, over het voetpad, tussen de opening van de bosjes doorrijdt om achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aan te rijden. Ik zie dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] buiten het beeld van de camera's bevinden. Zij komen weer rennend in beeld over hetzelfde voetpad als wat hierboven beschreven staat.
Ik zie dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] wederom tussen de opening van de bosjes doorrennen, ik zie dat de BMW op een aantal meter afstand is (ik, schat dat de afstand 2/3 meter is) tussen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Ik zie dat de BMW weer tussen de opening van de bosjes doorrijdt. Ik zie dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de hoek omrennen richting de [straatnaam 1] . Ik zie dat de afstand tussen de BMW en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] nog ongeveer 1,5 meter is.
Ik zie dat [slachtoffer 1] aangereden wordt door de personenauto, de BMW. Ik zie dat de linker voorband van de BMW over [slachtoffer 1] heen rijdt. Ik zie dat [slachtoffer 1] onder de BMW ligt.
Ik zie op tijdstip 07:47:05 uur dat de BMW tot stilstand is gekomen onder het bekende ‘gele M' bord. Ik zie dat [slachtoffer 1] onder de BMW probeert weg te kruipen, ik zie dat [slachtoffer 1] op
staat en weg wil lopen. Ik zie dat [slachtoffer 1] weer omvalt en in het gras terecht komt.

5. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door J.H.A. Hubert van 5 maart 2023, pagina 61, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 5 maart 2023 omstreeks 08:00 uur heb ik mondeling de beelden gevorderd van de bewakingscamera's bij de Mc Donalds aan de Woonboulevard te [woonplaats] . Ik heb daar de beelden bekeken. Hierop zie ik dat [slachtoffer 2] een aantal meter op de motorkap van de BMW wordt mee gevoerd. Ook een aanwezige schoonmaker van de Mc Donalds wordt hierbij geschampt door de BMW.
Ik zie de BMW ook via het gras en het voetpad, waarbij hij ook deels door de heg rijdt, nog steeds achter [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aan blijft rijden.
Via een andere camerapositie zie ik dat de BMW dichter bij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] komt en vervolgens zich vast rijdt op de daar aanwezige zwerfkeien.

6. Het proces verbaal van bevindingen, opgemaakt door E. Scholte in ’t Hoff, van 8 maart 2023, pagina’s 69-74, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zondag 5 maart omstreeks 07.39 vond er aan de woonboulevard te [woonplaats] een
openlijke geweldpleging en poging doodslag plaats. Naar aanleiding hiervan zijn door
de gemeente beelden beschikbaar gesteld. Deze beelden worden hieronder beschreven.
Een collega kom mij aanwijzen wie de personen op de camerabeelden waren:
* man zwarte jas en lichte bontkraag, bestuurder van zwarte BMW = [verdachte]
* man gekleed in zwarte jas, lichte spijkerbroek, = [slachtoffer 2]
* man gekleed zwarte broek, zwart shirt met witte opdruk op de rug = [slachtoffer 1]
* meisje blond haar gekleed in lichte kleding en zwarte sjaal om haar schouders = [getuige 2]
* meisje blond haar, gekleed lichte kleding en zwarte bodywarmer = [getuige 1]
Deze personen worden hieronder ook als zodanig beschreven.
Op deze beelden "Woonboulevard -west 05-03-2023 is het volgende te zien:
07.45.57 Ik zie dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de richting lopen van de tussendoorgang in de
heg, in de richting van het trottoir. Ik zie dat een werknemer van de mac Donalds op die plek afval aan het opruimen is .Ik zie dat [getuige 1] en [slachtoffer 2] vlak voor deze tussendoorgang nog even met elkaar in gesprek gaan. Ik zie dat [verdachte] , die zojuist in de BMW is gestapt met zijn voertuig een snelle korte linkse draai maakt. Ik zie in de richting rijdt van [slachtoffer 2] en [getuige 1] . Ik zie dat hij nog een soort uitwijkmanoeuvre maakt naar rechts en inrijdt op [slachtoffer 2] en de werknemer van de mac Donalds 07.46.07.
Ik zie vervolgens dat rechts uit beeld [slachtoffer 2] over het trottoir aan komt rennen en
door de opening van de heg de parkeerplaats weer oprent. Ik zie dat de BMW over het
grasveld achter [slachtoffer 2] aan rijdt. Ik zie dat hij vervolgens een linkse draai op het
grasveld maakt en rechts het beeld weer uit rijdt. Ik zie dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
vervolgens vanaf de parkeerplaats weer door de opening naar het grasveld rennen. Ik
zie dat de BMW weer op het parkeerterrein rijdt en ik zie dat zijn raam geopend is.
Ik zie dat de BMW vervolgens op de parkeerplaats rechtsom een draai maakt en dat
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over het grasveld in de richting van de [straatnaam 1] rennen.
Ik zie dat de BMW rechts weer uit beeld rijdt en ik zie dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
vervolgens door de opening weer de parkeerplaats oprennen, vervolgens rechtsaf lopen.
Ik zie dat de BMW weer rechts in beeld komt, over het grasveld, en door de opening
van de heg de parkeerplaats oprijdt, direct met een korte bocht rechtsaf gaat en
achter [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aan rijdt.
Ik zie vervolgens [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hard rennend, rechts uit beeld, over het trottoir
rennen. Ik zie dat zij weer door de opening rennen en direct linksaf de parkeerplaats
op rennen, in de richting van de [straatnaam 1] . Ik zie de BMW rechts uit beeld over
het grasveld komen. Ik zie dat de BMW ook door de opening van de heg gaat. Ik zie dat
de BMW de linkerzijde van de heg hierbij raakt en dat de BMW hierdoor omhoog beweegt.

7. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 14 maart 2023, pagina’s 186 t/m 190, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik zag dat de man instapte toen wij naar onze auto liepen. Ik zag dat de man optrok en ik hoorde dat hij een dot gas gaf. Ik hoorde hem accelereren.
Ik ben naar mijn huisarts geweest. Ik had erg veel pijn in mijn lichaam.

8. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5 Sv, te weten een huisartsjournaal van [huisarts] pagina’s 193-195 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Betreft patiënt dhr. [slachtoffer 2]
13-03-23 pijnklachten ws tgv. contusie buikwand
13-03-23 spierpijnklachten over lichaam en pijnlijk been
zwelling ribben

9. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] van 5 maart 2023, pagina’s 99 t/m 102, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik zag dat de twee jongens richting de schoonmaker renden. Ik zag dat de bestuurder
van de BMW met een naar mijn gevoel behoorlijke snelheid op de twee jongens en de
schoonmaker afreed.

10. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] van 5 maart 2023, pagina’s 95 t/m 98, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik zag dat de bestuurder van de BMW aan de rechterzijde van de parkeerplaats met een behoorlijke snelheid op de twee jongens afreed.

11. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] van 5 maart 2023, pagina’s 103 t/m 105, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik vond het niet normaal hoe die BMW achter de jongens aan reed. Hij volgde ze echt en ik vond ook dat hij heel hard reed.

12. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] van 6 maart 2023, pagina’s 117 t/m 122, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

V Hoe was de gesteldheid van de persoon die achter het stuur stapte van de auto?
A Die persoon die in de BMW stapte was heel erg boos.
V: Met wat voor snelheid reed de jongen?
A: Ongeveer 20 a 25 kilometer per uur.

13. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] van 5 maart 2023, pagina’s 92 t/m 94 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De 2 jongens rennen naar de hoek aan de zijde van het ziekenhuis en ik zie dat de BMW accelereerde. De twee jongens rende erg hard weg.

14. Een schriftelijk bescheid als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 4 Sv, het forensisch medisch onderzoek van het Nederlands Forensisch instituut, opgemaakt D. Botter, forensisch arts van 26 september 2023, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Er vindt onderzoek plaats naar de letsels die op 5 maart 2023 zijn vastgesteld bij de heer [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] .
Het letsel betrof een breuk van het rechter onderbeen: er was een spiraalvormige breuk van het rechter scheenbeen en een breuk van het kuitbeen in het onderste 1/3 deel van het onderbeen. Het betrof een gecompliceerde breuk, omdat er een gerelateerd open huidletsel was, hetgeen een verhoogd risico op wondinfectie impliceert.
08.293164.20
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het digitale dossier van politie eenheid Oost-Nederland met PL0600-2020063291. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 december 2025, voor zover inhoudende de
bekennende verklaring van verdachte;
2. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , pagina’s 3 tot en met 10.
08.335338.21
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het digitale dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021248682. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van aangifte door aangever [slachtoffer 5] van 5 juni 2021, pagina’s 1 t/m 6, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op woensdag 2 juni 2021 reed ik als bestuurder op mijn fiets op de [straatnaam 2] te [woonplaats] . Ik stopte voor de [straatnaam 3] op de verhoging. Ik was voornemens om voor mij linksaf te slaan om mijn weg te vervolgen over de [straatnaam 3] . Ik zag vanaf het spoor over de [straatnaam 3] een auto naderen. Deze auto sloeg af en wilde de [straatnaam 2] inrijden. De auto kwam recht op mij afrijden. Hij wilde de binnenbocht nemen. Ik zag dat de bestuurder tekeer ging achter het stuur. Daarna zag ik dat de bestuurder uitstapte. Hij pakte mij vast bij mijn T- shirt, hierdoor scheurde mijn T-shirt. Door het vastpakken bij mijn T-shirt heb ik nu een verwonding bij mijn rechtersleutelbeen. Daarna stompte de man mij hard en opzettelijk met zijn gebalde vuist op mijn rechterkaak. Dit deed veel pijn. Mijn kaak is nu opgezwollen. Door de harde stomp op mijn gezicht viel ik steil achterover en belandde ik tegen een houten paaltje en daarna op de grond. Ook heb ik nu een verwonding op mijn rug.
Door de mishandeling heb ik pijn aan mijn rug, bij mijn sleutelbeen en kaak. Ook heb ik een zere nek en voel ik mij zwaar in het hoofd.
Het kenteken is [kenteken 2] . Het betrof een witte Ford Ka.
Het signalement van de bestuurder is
- Turkse jongen
- compacte bouw
- begin 30 jaar
- baard
- kort geknipt donker haar.

2. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 8] van [geboortedag] 2021, pagina’s 13-14, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 2 juni 2021 liep ik vanaf mijn werk naar [station] . De bestuurder van de auto stond vrijwel direct naast zijn voertuig en gaf de fietser een harde duw. Ik zag dat de automobilist de fietser een harde stomp in zijn gezicht gaf waardoor de fietser ten val kwam. De fietser werd recht in zijn gezicht geraakt.
De man die geslagen heeft kan ik als volgt omschrijven:
- baardje
- maximaal 1.80 meter groot
- kort bruin haar
- breed postuur, brede borstkas
- klein beetje 'chubby'.

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door B.W. Wijkman, van 8 juni 2021, pagina 17, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[kentekenhoudster] is de kentekenhoudster van de personenauto, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik vroeg aan haar of zij de eigenaar is van de personenauto, voorzien van het
kenteken [kenteken 2] . Ik hoorde [kentekenhoudster] zeggen dat de auto van haar is. [kentekenhoudster] gaf aan dat zij de auto ook weleens uitleent aan haar ex vriend [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] , hij is 26 jaar oud. Zij gaf aan dat zij 2 juni 2021, haar auto had uitgeleend aan [verdachte] .
[kentekenhoudster] omschrijft [verdachte] als volgt:
- zwart haar
- baardje
- niet al te groot, rond de 175 cm lang
- grof postuur.

Voetnoten

1.zie ook Gerechtshof Amsterdam 31 augustus 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5606.