Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 8 april 2025,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Overijssel
De huurder heeft een huurachterstand opgelopen bij woningstichting SWZ en erkent deze, waarbij hij aangeeft dat de achterstand is ontstaan door persoonlijke omstandigheden en noodzakelijke uitgaven zoals een hondenrolstoel. SWZ vordert betaling van de achterstand, rente en incassokosten. De kantonrechter oordeelt dat ondanks de persoonlijke omstandigheden de betalingsverplichting blijft bestaan en dat de huurachterstand moet worden voldaan.
De huurverhoging per 1 juli 2025 is volgens de Huurcommissie rechtsgeldig, en er is geen grond voor vermindering van huur wegens gebrekkig onderhoud. De vordering tot betaling van toekomstige huurtermijnen wordt afgewezen omdat SWZ dit niet voldoende heeft gemotiveerd.
Het incassokostenbeding in de huurovereenkomst wijkt onredelijk af van de wettelijke regeling en wordt als oneerlijk beoordeeld, waardoor de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen.