Woningstichting SWZ verhuurde een woning binnen een gezamenlijk woonproject aan een huurder die sinds april 2024 woonruimte betrok. Gedurende de huurperiode kwamen er herhaaldelijk klachten binnen over overlast, waaronder geluidsoverlast, agressief en intimiderend gedrag, en ongewenste contacten met medebewoners. Ondanks meerdere gesprekken, waarschuwingen en een aanbod voor een andere woning, bleef de huurder overlast veroorzaken.
De huurder werd onder bewind gesteld en vertegenwoordigd door een bewindvoerder. SWZ stelde dat het gedrag van de huurder het woongenot van andere bewoners ernstig verstoorde en dat het woonconcept zonder verwijdering van deze huurder niet levensvatbaar was. De bewindvoerder voerde verweer en stelde dat de huurder in de juiste samenstelling van bewoners en met begeleiding goed functioneerde.
De kantonrechter oordeelde dat SWZ voldoende had onderbouwd dat de huurder zich niet als goed huurder gedroeg, met diverse verklaringen van medebewoners over bedreigingen en agressief gedrag. Het aanbod voor een andere woning was gebonden aan de voorwaarde dat de huurder geen overlast meer zou veroorzaken, wat niet gebeurde. Gezien de ernst van de overlast en het belang van een veilige woonomgeving voor andere bewoners, wees de kantonrechter de vordering tot ontruiming toe.
De bewindvoerder werd veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.