ECLI:NL:RBOVE:2025:7296

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
C/08/332360 / HA ZA 25-136
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststellingsovereenkomst en afwikkeling gemeenschap van goederen na echtscheiding

Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen en hebben in 2016 een verzoek tot echtscheiding ingediend. De rechtbank heeft in 2017 de echtscheiding uitgesproken en voorlopige voorzieningen getroffen, waaronder de verdeling van de gemeenschap van goederen.

In deze procedure vordert de man dat de vrouw meewerkt aan de afwikkeling van de gemeenschap van goederen en een bedrag betaalt uit hoofde van regres. De vrouw verzet zich en vordert onder meer dat de man niet-ontvankelijk wordt verklaard of dat haar vorderingen worden toegewezen, waaronder diverse bedragen die zij heeft voorgeschoten.

Partijen zijn uiteindelijk tot volledige overeenstemming gekomen en hebben een vaststellingsovereenkomst getekend. De rechtbank neemt deze overeenkomst op in het vonnis en verklaart dat partijen verder niets meer van elkaar te vorderen hebben uit hoofde van de verdeling en regres. De procedurekosten worden niet expliciet toegewezen.

Uitkomst: De rechtbank neemt de vaststellingsovereenkomst op in het vonnis en verklaart dat partijen verder niets meer van elkaar te vorderen hebben.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer: C/08/332360 / HA ZA 25-136
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
[partij A],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
advocaat: mr. J.H. van den Berg te Zwolle,
tegen
[partij B],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
advocaat: mr. G.J. Zwolle te Steenwijk.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties van 17 april 2025,
  • de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties van 4 juni 2025,
  • de conclusie van antwoord in reconventie met producties van 29 juli 2025,
  • de akte indienen stukken van de zijde van eiser van 29 september 2025,
  • de akte indienen stukken van de zijde van gedaagde van 30 september 2025,
  • de akte indienen stukken van de zijde van eiser van 3 oktober 2025,
  • de berichten van de zijde van de eiser en van de gedaagde van 3 oktober 2025,
  • het convenant, tevens vaststellingsovereenkomst, binnengekomen op
15 oktober 2025.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn op 22 december 2006 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.
2.2.
De vrouw heeft op 27 december 2016 een verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen ingediend bij de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
2.3.
De rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft bij beschikking van 2 maart 2017 voorlopige voorzieningen getroffen.
2.4.
Bij (tussen)beschikking van 21 november 2017 heeft de rechtbank Overijssel, voor zover in het kader van deze procedure relevant, de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en heeft de rechtbank partijen bevolen om, zodra de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, met elkaar over te gaan tot verdeling van de gemeenschap waarin zij zijn gehuwd met benoeming van mr. P.F. Veltman te Steenwijk als notaris en met benoeming van mr. M.C. Dorresteijn, advocaat te Zwolle, als onzijdig persoon.
2.5.
De echtscheiding tussen partijen is op 2 januari 2018 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

3.De vordering in conventie

Eiser vordert, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat:
de vrouw te veroordelen om mee te werken aan de afwikkeling van de gemeenschap van goederen van partijen, in die zin dat de vrouw alsnog voor de helft bijdraagt in de gemeenschappelijke schulden van partijen en daarbij te bepalen dat de vrouw uit hoofde van de regresvordering van de man jegens de vrouw hem primair een bedrag van € 21.974,63 dient te voldoen, subsidiair een bedrag van € 20.405,49 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de algehele voldoening daarvan;
de vrouw te veroordelen in de kosten van deze procedure en de nakosten.

4.De conclusie van antwoord in conventie tevens vordering in reconventie

Gedaagde vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In conventie
primair:de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vorderingen, althans deze af te wijzen omdat de verdeling reeds heeft plaatsgevonden;
subsidiair:indien de rechtbank van oordeel is dat de verdeling nog niet heeft plaatsgevonden, de vorderingen van de man af te wijzen waarbij zowel primair als subsidiair gevorderd wordt:
  • de man te veroordelen in de proceskosten;
  • te bepalen en voor recht te verklaren dat partijen ter zake van de verdeling niets meer van elkaar te vorderen hebben, anders dan hetgeen toegewezen in het vonnis;
In reconventie
de man te veroordelen om mee te werken aan de afwikkeling van de gemeenschap van goederen van partijen, in die zin dat:
  • de man bewijs dient over te leggen omtrent de verkoopopbrengst van de auto;
  • de man aan de vrouw bedragen dient te voldoen van:
 € 7.500,- uit hoofde van toedeling aan hem van de inboedelgoederen;
 Een bedrag gelijk aan de helft van de verkoopopbrengst van de auto met kenteken [kenteken];
 € 961,98 uit hoofde van toedeling aan hem van de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer 1] met het daarop staande saldo;
- de man bijdraagt in de gemeenschappelijke schulden van partijen waarvan de man volledig dan wel deels de draagplicht heeft/had en die de vrouw deels dan wel volledig heeft voldaan, zodat de man aan de vrouw nog een bedrag dient te voldoen van:
 € 21.443,74 uit hoofde van het voor zijn rekening komende deel van de schuld bij SNS-bank waaraan de vrouw genoemd bedrag meer heeft bijgedragen;
 € 723,51 uit hoofde van een door de vrouw ingeloste roodstand op bankrekeningnummer [rekeningnummer 2];
 € 2.524,62 uit hoofde van een schuld bij Wehkamp die volledig door de vrouw is ingelost en waarvoor de man 100% draagplichtig was;
 € 491,61 uit hoofde van een door de vrouw afgeloste schuld bij Zilverenkruis waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
 € 978,50 uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de Belastingdienst wegens inkomstenbelasting 2014, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
 € 840,- uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de Belastingdienst wegens inkomstenbelasting 2015, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
 € 375,- uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de moeder van de vrouw, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
 € 250,- uit hoofde van een door de vrouw volledig afgeloste schuld bij de moeder van de vrouw, waarvoor de man ook 50% draagplichtig was;
- althans zodanige bedragen voor de afwikkeling van de gemeenschap van goederen als de rechtbank in goede justitie meent te kunnen vaststellen en redelijk acht;
en
- waarbij alle genoemde bedragen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag van indiening van de conclusie van antwoord tot aan de dag der algehele voldoening van de bedragen;
en daarbij:
  • de man te veroordelen in de proceskosten en
  • te bepalen en voor recht te verklaren dat partijen ter zake van de verdeling niets meer van elkaar te vorderen hebben, anders dan hetgeen wordt toegewezen in het vonnis.

5.De conclusie van antwoord in reconventie

Eiser vordert de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
In conventie:
tot persistit!
In (voorwaardelijke) reconventie:
gedaagde niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans de vorderingen van gedaagde af te wijzen.
In conventie en (voorwaardelijke) reconventie:
gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure.

6.De beoordeling

6.1.
De rechtbank stelt vast dat partijen tot algehele overeenstemming zijn gekomen. Zij hebben op respectievelijk 7 oktober 2025 en 9 oktober 2025 te Steenwijk een vaststellingsovereenkomst getekend. De vaststellingsovereenkomst is op 15 oktober 2025 in het geding gebracht.
6.2.
Door eiser en gedaagde wordt verzocht om de inhoud van de vaststellingsovereenkomst op te nemen in het door de rechtbank te wijzen vonnis door aanhechting van een gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst en wordt verzocht dat de rechtbank vaststelt dat partijen de overige vorderingen uit verdeling en regres over en weer intrekken en verder behalve de inhoud van de vaststellingsovereenkomst niets meer van elkaar hebben te vorderen.
6.3.
De rechtbank, gelet op de overeenstemming tussen partijen, zal overeenkomstig beslissen.

7.De beslissing

De rechtbank:
in conventie en in reconventie
7.1.
neemt op in dit vonnis de inhoud van de door eiser en gedaagde overeengekomen vaststellingsovereenkomst van 15 oktober 2025, waarvan een afschrift aan dit vonnis is gehecht;
7.2.
verstaat dat eiser en gedaagde de overige vorderingen uit verdeling en regres over en weer intrekken en verstaat dat eiser en gedaagde - behalve de inhoud van de vaststellingsovereenkomst - niets meer van elkaar hebben te vorderen.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op
10 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
(VB(O)