ECLI:NL:RBOVE:2025:7282

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11665731 \ CV EXPL 25-1326
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:22 BWArt. 6:228 BWArt. 7:5 BWArt. 7:17 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen ontbinding en vernietiging koopovereenkomst tweedehands auto wegens geen non-conformiteit of dwaling

Eiser kocht een tweedehands Volkswagen Golf uit 2011 bij het autobedrijf, inclusief een set winterbanden, en ruilde een Renault Twingo in. Na aankoop bleek uit onderzoek dat de auto in 2018 total loss was verklaard, wat eiser niet bekend was bij aankoop. Eiser stelde dat het autobedrijf tekort was geschoten door niet te informeren over het schadeverleden en vorderde ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling.

De rechtbank oordeelde dat de auto veilig was en dat eiser, gezien de leeftijd en importstatus van de auto, geen recht had op een auto zonder schadeverleden. Het autobedrijf had geen onjuiste mededelingen gedaan en er was geen onderzoeksplicht naar het schadeverleden. De stelling dat de auto niet verkoopbaar zou zijn of minder waard was, werd onvoldoende onderbouwd.

Ook het beroep op dwaling faalde, omdat het autobedrijf geen onjuiste informatie had verstrekt en eiser bekend was met de beperkte informatie over het schadeverleden. Eiser had zelf onderzoek kunnen doen. De vorderingen werden daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vorderingen tot ontbinding en vernietiging van de koopovereenkomst worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11665731 \ CV EXPL 25-1326
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J.H.M. Döbber, verbonden aan DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: het autobedrijf,
gemachtigde: mr. A.A. Alciyan.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- een akte van 20 oktober 2025 met een productie;
- de mondelinge behandeling van 28 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Op 22 november 2023 heeft [eiser] bij het autobedrijf een Volkswagen Golf uit het bouwjaar 2011 (hierna: de Volkswagen) met ruim 100.000 gereden kilometers gekocht voor een koopprijs van € 10.857,50. Door [eiser] is ook een set winterbanden voor € 600,- gekocht bij het autobedrijf. De Volkswagen is een uit Duitsland geïmporteerde auto.
2.2.
Bij de aankoop van de Volkswagen heeft [eiser] een Renault Twingo ingeruild voor € 5.945,-. De resterende koopsom voor de Volkswagen en de set winterbanden
(€ 5.512,50) is door [eiser] betaald.
2.3.
In september 2024 heeft [eiser] contact opgenomen met de ANWB Verkoopservice om de Volkswagen te verkopen.
2.4.
De ANWB heeft [eiser] bericht geen bod op de Volkswagen te kunnen uitbrengen omdat deze eerder total loss zou zijn verklaard.
2.5.
[eiser] heeft [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) ingeschakeld om een onderzoek naar de Volkswagen te laten uitvoeren.
2.6.
Op 19 december 2024 heeft [bedrijf] een rapport uitgebracht. De conclusie uit het rapport luidt: ‘
Aan de hand van het door ons uitgevoerde onderzoek hebben wij kunnen vaststellen dat er sprake is van een ex-schadevoertuig. (…) Gezien het gemelde schadebedrag van € 8.000,00- € 9.000,00 moet er sprake zijn geweest van een aanzienlijke schade. (…) Het voertuig is niet als onveilig te bestempelen.
In het rapport zit informatie van Carfax waarin staat dat de Volkswagen op 23 april 2018 total loss is verklaard.
2.7.
Op 20 december 2024 is namens [eiser] een brief naar het autobedrijf gestuurd met daarin een ontbindingsverklaring. Ook is het autobedrijf in deze brief gesommeerd om het aankoopbedrag van de Volkswagen (€ 4.912,50) en de prijs voor de winterbanden (€ 600,-) terug te betalen en ook de Renault Twingo terug te leveren. Als de Twingo niet teruggeleverd kan worden, dan vordert [eiser] aanvullend het inruilbedrag van de auto van € 5.945,- aan hem te voldoen.
2.8.
Partijen hebben in januari 2025 nog gesproken over een minnelijke regeling maar dit heeft niet tot een resultaat geleid.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair voor recht te verklaren dat het autobedrijf is tekort geschoten in de nakoming van de koopovereenkomst en als gevolg daarvan de koopovereenkomst te ontbinden en subsidiair voor recht te verklaren dat er sprake is van dwaling aan de zijde van [eiser] en als gevolg daarvan de koopovereenkomst te vernietigen. Zowel primair als subsidiair vordert [eiser] het autobedrijf te veroordelen om het bedrag van € 11.457,70, te vermeerderen met rente en kosten aan hem te betalen.
Volgens [eiser] is de Volkswagen non- conform nu de auto een ernstig schadeverleden heeft en total loss is verklaard. Daardoor kan de Volkswagen niet, althans niet meer tegen een marktconforme prijs worden verkocht. Van een professionele autoverkoper mag worden verwacht dat hij onderzoek doet naar het schadeverleden van een auto en dat hij informatie daarover mededeelt aan een potentiële koper. Het autobedrijf heeft hier niet aan voldaan. Bij een juiste voorstelling van zaken had [eiser] de Volkswagen niet, althans niet op dezelfde voorwaarden gekocht.
3.2.
Het autobedrijf voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser], dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Zij voert daartoe aan dat de Volkswagen wel voldoet aan de overeenkomst omdat de auto voldoet aan de geldende norm voor occasions, namelijk dat er veilig mee aan het verkeer deelgenomen kan worden. Het autobedrijf heeft [eiser] de informatie verschaft waarover het zelf ook beschikte, namelijk dat het een elf jaar oude uit Duitsland geïmporteerde auto betrof waarmee 100.000 kilometer was gereden. Het schadeverleden van de Volkswagen was bij verkoop van de auto niet bekend en het autobedrijf heeft daar ook geen (andere) mededelingen over gedaan. Er is geen algemene onderzoeks- en daaruit voortvloeiende mededelingsplicht met betrekking tot het schadeverleden van een occasion en ook in dit specifieke geval is deze plicht er niet. Er was voor het autobedrijf geen aanleiding om nader onderzoek te doen naar het schadeverleden van de Volkswagen, gezien de technische en esthetische goede toestand van de auto. Dat [eiser] de Volkswagen niet meer voor een marktconforme prijs kan verkopen, wordt door het autobedrijf uitdrukkelijk betwist.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Consumentenkoop
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] de Volkswagen als consument heeft aangeschaft en dat er dus sprake is van een consumentenkoop. [1]
Non- conformiteit en ontbinding van de koopovereenkomst
4.2.
De kern van het geschil tussen partijen is de vraag of het schadeverleden van de door [eiser] aangeschafte Volkswagen recht geeft op terugbetaling van de koopprijs. In dat verband moet eerst worden beoordeeld of [eiser] de koopovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden op 20 december 2024 of dat er grond is om tot een ontbinding van de koopovereenkomst te komen.
4.3.
Op grond van artikel 7:22 BW Pro kan de koper de koop ontbinden indien de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Een auto beantwoordt [2] niet aan de koopovereenkomst als deze niet de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Een auto die niet aan de overeenkomst beantwoordt is non-conform.
4.4.
Bij de beantwoording van de vraag of een tweedehands auto aan de overeenkomst voldoet, moet onder meer worden betrokken of het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. Partijen zijn het er over eens en daarmee staat vast dat ten tijde van de aankoop van de Volkswagen door [eiser] met de auto veilig aan het verkeer kon worden deelgenomen. Dit is in ieder geval geen grond voor non- conformiteit.
4.5.
Een verkeersveilige auto is echter ook niet per definitie conform. Of een auto conform is, is namelijk ook afhankelijk van hetgeen [eiser] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten van de auto en dit wordt ingekleurd aan de hand van de aard van de zaak en de mededelingen die het autobedrijf in dat verband heeft gedaan.
4.6.
Het gaat hier om een uit Duitsland geïmporteerde tweedehands Volkswagen uit 2011 waarmee 100.000 kilometer was gereden die is gekocht voor € 11.457,70. De kantonrechter komt tot het oordeel dat de stellingen van [eiser], vanwege de verwachtingen die hij mocht hebben, niet genoeg zijn om te oordelen dat sprake is van non- conformiteit.
4.7.
Gelet op de omstandigheden rondom de aankoop van de Volkswagen kon [eiser] ten eerste niet verwachten dat hij een auto kocht zonder of met een zeer beperkt schadeverleden. De auto was immers elf jaar oud en door een eerdere koper geïmporteerd, waardoor het autobedrijf ook niet bekend was met het schadeverleden. Dit is door het autobedrijf aangevoerd en niet betwist, zodat dit vaststaat. Ook staat vast dat het autobedrijf geen onjuiste mededelingen heeft gedaan over het schadeverleden van de auto nu partijen het er over eens zijn dat het autobedrijf geen mededelingen heeft gedaan over het schadeverleden van de auto. Bovendien is door [eiser] tijdens de mondelinge behandeling erkend dat het autobedrijf niet op een andere wijze informatie over het schadeverleden van de auto heeft verstrekt die niet klopt. [eiser] heeft geen vragen gesteld aan het autobedrijf over het schadeverleden en hij heeft ook geen andere feiten en omstandigheden gesteld waaruit volgt dat hij ervan uit mocht gaan dat de Volkswagen geen of een beperkt schadeverleden zou hebben.
4.8.
[eiser] voert vervolgens aan dat de Volkswagen vanwege het later ontdekte total loss verleden niet verkoopbaar is of alleen verkoopbaar tegen een veel lagere prijs. Dit leidt echter niet tot het oordeel dat er sprake is van non- conformiteit, omdat die stellingen niet zijn komen vast te staan. [eiser] heeft namelijk alleen gesteld dat de ANWB geen bod op de Volkswagen wilde uitbrengen vanwege het schadeverleden van de auto en dat de Volvo- dealer die hij benaderde een naar zijn mening te laag bod heeft gedaan van € 4.500,-. Dat is onvoldoende om vast te stellen dat de auto onverkoopbaar is of minder opbrengt dan een marktconform bedrag.
4.9.
Het autobedrijf heeft bovendien de stellingen van [eiser] over de onverkoopbaarheid van de auto gemotiveerd weersproken door toe te lichten dat de Volkswagen wel tegen een marktconforme prijs verkoopbaar is. Zo heeft het autobedrijf onbetwist gesteld dat het begrip ‘total loss’ in dit verband een economisch begrip is en niets zegt over de huidige staat van het voertuig. Daarnaast staat tussen partijen vast dat met de auto veilig aan het verkeer deelgenomen kan worden. Ook is de eerdere schade aan de Volkswagen in het verleden goed hersteld en is van de schade niets meer te zien, hetgeen door het autobedrijf onbetwist is gesteld en volgt uit het door [eiser] ingebrachte [bedrijf] rapport. Volgens het autobedrijf blijkt dat eveneens uit het feit dat zij de Volkswagen begin januari 2025 wel wilde innemen voor een bedrag van € 7.000,-.
4.10.
Vanwege deze gemotiveerde betwisting door het autobedrijf had het op de weg van [eiser] gelegen meer feiten te stellen waaruit volgt dat de auto onverkoopbaar is of een lagere waarde heeft vanwege het feit dat de auto in het verleden in economische zin total loss is verklaard. Zo had [eiser] bijvoorbeeld bij meer garages navraag kunnen doen naar de waarde van de Volkswagen of moeten toelichten wat de waarde van de auto zonder en met het total loss- verleden is en waarom die waarde afwijkt van het bedrag dat [eiser] nu bij verkoop voor de Volkswagen kan krijgen.
4.11.
Uit het voorgaande volgt dat het beroep van [eiser] op non- conformiteit niet slaagt nu er met de auto veilig aan het verkeer deelgenomen kon worden en [eiser] gelet op de omstandigheden rondom de verkoop van de auto niet kon verwachten dat de auto geen of een beperkt schadeverleden had. De stelling van [eiser] dat de auto onverkoopbaar is, is niet komen vast te staan zodat dat ook geen grond is voor non-conformiteit. Dat brengt mee dat [eiser] niet op die grond tot (buitengerechtelijke) ontbinding mocht overgaan en dat zijn vorderingen dus niet op die grond kunnen worden toegewezen.
Dwaling
4.12.
Nu vaststaat dat het beroep van [eiser] op non- conformiteit niet slaagt en er daarmee geen grond voor ontbinding van de tussen hem en het autobedrijf gesloten overeenkomst is, dient beoordeeld te worden of het beroep van [eiser] op dwaling slaagt. Bij een geslaagd beroep op dwaling is een overeenkomst vernietigbaar.
4.13.
Van dwaling is sprake indien zich een of meer van de gevallen voordoen die zijn genoemd in artikel 6:228 lid 1 sub a tot Pro en met sub c BW.
4.14.
Nu tussen partijen vaststaat dat het autobedrijf voorafgaand aan de verkoop van de Volkswagen geen uitlatingen heeft gedaan over het schadeverleden van de Volkswagen, is geen sprake van een situatie waarin de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij (artikel 6:228 BW Pro lid 1 sub a BW).
4.15.
[eiser] voert aan dat het autobedrijf onvoldoende informatie over het schadeverleden heeft verstrekt. Voor zover [eiser] hiermee bedoeld heeft om een beroep te doen op artikel 6:228 lid 1 sub b BW Pro geldt dat de kantonrechter [eiser] daar niet in volgt. [eiser] was er ten tijde van de koop immers mee bekend dat het autobedrijf ook weinig informatie over het schadeverleden had. Daarbij is niet komen vast te staan dat er aanleiding voor het autobedrijf was om meer informatie over het verleden te achterhalen.
4.16.
De auto was voorafgaand aan de import immers door de RDW gekeurd en het autobedrijf had zelf ook een inspectie uitgevoerd. Uit beide onderzoeken kwamen geen bijzonderheden voor wat betreft de technische staat van de auto naar voren. [eiser] heeft nog aangevoerd dat het bij import van de Volkswagen verlaagde BPM- bedrag aanleiding voor het autobedrijf had moeten zijn om nadere informatie in te winnen over het schadeverleden, maar deze stelling is niet komen vast te staan. Uit het door de heer [naam] (RT Expertise) in opdracht van het autobedrijf uitgevoerde onderzoek naar het schadeverleden van de auto blijkt dat het BPM- bedrag relatief weinig verlaagd was (van
€ 1.055,- naar € 571,-) en volgens de heer [naam] duidt deze mate van verlaging niet op de import van een zwaar beschadigd voertuig. Daarbij voert het autobedrijf aan dat het voor haar destijds niet mogelijk was om te beschikken over eenvoudig toegankelijke systemen waarin op een betrouwbare wijze Europese schades werden geregistreerd en dit is door [eiser] onvoldoende weersproken. Bovendien geldt dat als voor [eiser] het schadeverleden van de Volkswagen van doorslaggevend belang was voor de aanschaf van de auto, zoals hij stelt, het dan op zijn weg lag om zelf nader onderzoek naar het schadeverleden te doen.
4.17.
Aan een toetsing aan artikel 6:228 lid 1 sub c BW Pro (wederzijdse dwaling) komt de kantonrechter niet toe nu hiervoor door [eiser] geen feiten en omstandigheden zijn gesteld.
4.18.
Uit het voorgaande volgt dat het beroep van [eiser] op dwaling evenmin slaagt en daarom is er geen grond om tot vernietiging van de tussen [eiser] en het autobedrijf gesloten koopovereenkomst te komen. De vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.
Proceskosten
4.19.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van het autobedrijf worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
947,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Hermsen en in het openbaar uitgesproken op
9 december 2025.

Voetnoten

1.In de zin van artikel 7:5 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW)
2.Volgens artikel 7:17 BW Pro