Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
€ 500,00 gepind bij de Geldmaat-automaat aan de [adres 2] .
epinapparaat te houden, en (vervolgens)
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van benadeelden
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
28 (achtentwintig) maanden;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4]van een bedrag van
€ 500,00 (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2023;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 500,00 (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2023, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 10 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6]van een bedrag van
€ 700,00 (zevenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 700,00 (zevenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2024, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 14 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5]van een bedrag van
€ 434,99 (vierhonderd vierendertig euro en negenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2024;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 434,99 (vierhonderd vierendertig euro en negenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 oktober 2024, ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 8 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;