Op 1 februari 2021 stak verdachte het slachtoffer, een huisgenoot en collega, met een scherp vleesmes in de rug. Het mes raakte bijna de aorta, wat fataal had kunnen zijn. Verdachte ontkende opzet, maar de rechtbank stelde vast dat sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer.
De rechtbank verwierp het beroep op noodweer en noodweerexces van verdachte, omdat het steekincident niet in een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding plaatsvond en het slachtoffer juist probeerde weg te lopen. De verklaring van het slachtoffer werd als geloofwaardig aangenomen.
De officier van justitie eiste 33 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank matigde de straf met zes maanden vanwege een overschrijding van ruim 2,5 jaar en hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en diens blanco strafblad.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot 30 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en verklaarde het vleesmes verbeurd. De straf wordt volledig in een penitentiaire inrichting uitgevoerd, met mogelijke voorwaardelijke invrijheidstelling conform het Wetboek van Strafvordering.