ECLI:NL:RBOVE:2025:6977

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
11828278 \ RR FORM 25-22
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot ontbinding koopovereenkomst scooter wegens non-conformiteit

In deze zaak heeft eiser een scooter gekocht van gedaagde, maar de scooter startte niet meer, wat eiser deed besluiten de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Gedaagde bood aan om het contactslot en de kabelboom te herstellen, maar de regelrechter oordeelde dat gedaagde nog niet in verzuim was. De procedure begon met een aanvraag op 5 augustus 2025, gevolgd door correspondentie en een mondelinge behandeling op 3 november 2025. De regelrechter concludeerde dat er geen sprake was van consumentenkoop en dat eiser de overeenkomst niet mocht ontbinden, omdat gedaagde niet in verzuim was. Eiser werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die voor gedaagde op nihil werden begroot.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11828278 \ RR FORM 25-22
Vonnis van 2 december 2025 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en [gedaagde].

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het op 5 augustus 2025 ontvangen aanvraagformulier;
  • het e-mailbericht van 8 augustus 2025 van [eiser] met bewijsstukken;
  • de brieven van de rechtbank van 12 augustus 2025 aan [eiser] en [gedaagde] met daarin de uitnodiging voor een zitting;
  • het op 13 oktober 2025 ontvangen reactieformulier van [gedaagde];
  • de mondelinge behandeling op 3 november 2025, waarbij beide partijen zijn verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er besproken is. De zittingsaantekeningen zijn aan het dossier toegevoegd.
1.2.
Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vonnis wordt gewezen.

2.Samenvatting

2.1.
[eiser] heeft een scooter van [gedaagde] gekocht. Volgens [eiser] is de scooter non-conform omdat hij niet meer start. Daarom heeft [eiser] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde] heeft de gelegenheid geboden tot herstel van het contactslot en de kabelboom. De regelrechter wijst de vorderingen van [eiser] omdat [gedaagde] nog niet in verzuim is.
3. De feiten
3.1.
Op 26 mei 2025 is er tussen partijen een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot een Sym Mio 50 (hierna: de scooter) voor een bedrag van € 500,00.
3.2.
Op 2 juni 2025 startte de scooter niet meer, partijen hebben contact gehad over de mogelijke oorzaken. Volgens [gedaagde] moest [eiser] de accu van de scooter opladen. Nadat [eiser] dit had gedaan startte de scooter één keer goed, maar hierna startte de scooter weer slecht.
3.3.
Vanaf 27 juni 2025 startte de scooter helemaal niet meer.
3.4.
Bij brief van 2 juli 2025 heeft [eiser] aan [gedaagde] gevraagd om de scooter snel te (laten) repareren of terug te nemen, tegen terugbetaling van de koopprijs. Hij heeft daarbij gevraagd aan [gedaagde] om binnen veertien dagen te reageren.
3.5.
Op 15 juli 2025 is [gedaagde] bij [eiser] geweest om de scooter te onderzoeken. In verband met roestvorming heeft [gedaagde] aangeboden het contactslot en de kabelboom kosteloos te vervangen.
3.6.
Op 17 juli 2025 heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 520,00, te vermeerderen met de kosten van de procedure.
4.2.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst omdat de scooter niet de eigenschappen bezit die hij mocht verwachten. De scooter is non-conform omdat deze niet meer start. De scooter beantwoordt daarmee niet aan de overeenkomst. [eiser] heeft geen behoefte aan het aanbod van [gedaagde] om het contactslot en de kabelboom kosteloos te herstellen. Hij heeft namelijk geen vertrouwen meer in de scooter. Daarom heeft [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, zodat [gedaagde] de koopsom moet terugbetalen.
4.3.
[gedaagde] voert verweer. Van non-conformiteit is geen sprake nu de scooter aan de koopovereenkomst voldeed. Toen de scooter, door roest op de stekkers van het contactslot en de kabelboom, niet meer startte heeft [gedaagde] [eiser] aangeboden om het contactslot en de kabelboom kosteloos te vervangen. In de tussentijd is de scooter is door toedoen van [eiser] verder kapot gegaan doordat hij te veel olie heeft bijgevuld. Dit zou niet voor rekening en risico van [gedaagde] moeten komen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Er is geen sprake van consumentenkoop
5.1.
De regelrechter stelt voorop dat geen sprake is van consumentenkoop als bedoeld in artikel 7:5 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). [eiser] en [gedaagde] zijn natuurlijke personen die bij de koop van de scooter niet handelden in de uitoefening van beroep of bedrijf. De bepalingen over consumentenkoop zijn daarom niet op de koopovereenkomst van toepassing.
[eiser] mocht de koopovereenkomst niet ontbinden
5.2.
De regelrechter moet in deze zaak beoordelen of de scooter aan de koopovereenkomst beantwoordt en of [eiser] de koopovereenkomst buitengerechtelijk mocht ontbinden.
5.3.
Gelet op wat partijen hebben aangevoerd, kan worden aangenomen dat de scooter niet aan de overeenkomst beantwoordde. De scooter is op 26 mei 2025 gekocht door [eiser] en door [gedaagde] is niet weersproken dat de scooter vrijwel direct daarna (op 2 juni 2025) al startproblemen had. Aanwijzingen dat het gebrek na de koop is ontstaan ontbreken, zodat de regelrechter [eiser] volgt in zijn stelling dat de scooter ook al ten tijde van de koop gebrekkig was. [gedaagde] schoot dus tekort in zijn verplichting tot levering van een deugdelijke scooter.
5.4.
Uit artikel 6:265 BW volgt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verplichtingen aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding echter pas wanneer de schuldenaar in verzuim is. Verzuim treedt in gevallen als deze (pas) in nadat de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld, en nakoming binnen deze termijn uitblijft.
5.5.
Nadat [eiser] aan [gedaagde] heeft verzocht om de scooter te repareren of terug te nemen, heeft [gedaagde] de scooter op 15 juli 2025 onderzocht. Hij concludeerde dat de startproblemen vermoedelijk door roestvorming aan het contactslot en/of kabelboom zijn ontstaan. Hij constateerde verder dat het oliepeil maximaal en tot ver boven het voorgeschreven niveau was bijgevuld. Ook dat kan volgens hem leiden tot een gebrekkig functionerende scooter. Door [eiser] zijn deze constateringen/conclusies niet weersproken. [eiser] heeft erkend dat hij tot tweemaal toe olie heeft bijgevuld, en de tweede keer mogelijk tot boven het voorgeschreven niveau. [gedaagde] heeft aangeboden de kabelboom en het contactslot te vervangen. [eiser] is op dit aanbod niet in gegaan. Hij heeft vervolgens bij brief van 17 juli 2025 aangegeven de koopovereenkomst te ontbinden. Naar het oordeel van de regelrechter mocht hij echter (nog) niet de overeenkomst ontbinden. [gedaagde] was namelijk (nog) niet in verzuim. Voor zover de brief van 2 juli 2025 al als een aanmaning zou moeten worden aangemerkt, heeft [gedaagde] daaraan gevolg gegeven door op 15 juli 2025 onderzoek te doen en een aanbod te doen tot herstel door het contactslot en de kabelboom te vervangen. [eiser] heeft dat herstel geweigerd. Voor zover [eiser] vindt dat hij dat mocht weigeren omdat [gedaagde] niet alle gebreken (ook mogelijke gebreken als gevolg van het te hoge oliepeil) wilde verhelpen of hij geen vertrouwen meer hoefde te hebben in de wijze waarop op [gedaagde] tot herstel zou overgaan, volgt de regelrechter [eiser] niet. [gedaagde] was immers niet verplicht ook andere, door [eiser] veroorzaakte, gebreken te verhelpen. Evenmin is een gebrek aan vertrouwen een zelfstandige goede reden voor ontbinding.
Van verzuim aan de zijde van [gedaagde] is in deze situatie (nog) geen sprake. Dat betekent dat [eiser] de overeenkomst (nog) niet mocht ontbinden, en dat [gedaagde] dus (nog) niet de koopprijs hoeft terug te betalen.
5.6.
Ten overvloede overweegt de regelrechter dat [gedaagde] nog steeds verplicht is om de gebreken die de scooter ten tijde van de verkoop al had, te herstellen. [eiser] heeft echter geen vordering ingesteld die daarop ziet.
De proceskosten
5.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op nihil.

6.De beslissing

De regelrechter als kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
6.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands, regelrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025. (jm)