ECLI:NL:RBOVE:2025:6970

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
11832265 \ CV EXPL 25-1422
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230h lid 2 sub d BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling factuur tandartsbehandeling gebitsprothese

Infomedics vordert betaling van een factuur van €1.503,00 voor een gebitsprothesebehandeling uitgevoerd door Smilemakerz Enschede B.V., die de vordering aan Infomedics heeft overgedragen. Gedaagde erkent de behandeling maar betwist betaling omdat zij stelt dat er een afspraak was dat de declaratie later zou worden ingediend om binnen haar nieuwe zorgverzekering te vallen.

De tandarts ontkent deze afspraak en Infomedics stelt dat gedaagde zelf verantwoordelijk is voor het informeren bij haar zorgverzekering en het tijdig betalen van de kosten. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde haar stelplicht niet heeft voldaan en dat de zorgverzekering niet kan worden aangesproken in plaats van gedaagde.

De factuur wordt daarom toegewezen. Ook wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van €1.015,78. Het feit dat gedaagde financieel moeilijk zit, doet hieraan niet af. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.503,00 en proceskosten van €1.015,78.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 11832265 \ CV EXPL 25-1422
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
INFOMEDICS B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Almere,
eisende partij, hierna te noemen Infomedics,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
verschenen in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 6 augustus 2025;
- de e-mail van [gedaagde] van 25 augustus 2025, die is aangemerkt als conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek met producties van 7 oktober 2025;
- de e-mail van [gedaagde] van 15 oktober 2025, die is aangemerkt als conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

Wat vordert Infomedics?

2.1.
Volgens Infomedics heeft [gedaagde] een (medische) behandeling ondergaan bij Smilemakerz Enschede B.V. (hierna: de tandarts) voor een gebitsprothese. De tandarts heeft de uit deze behandeling voorvloeiende vordering overgedragen aan Infomedics. Infomedics stelt dat zij de kosten van de behandeling ter hoogte van € 1.503,00 bij factuur van
22 juli 2024 aan [gedaagde] in rekening heeft gebracht en dat [gedaagde] deze factuur tot op heden niet heeft voldaan. Omdat betaling van de factuur door [gedaagde], ondanks aanmaning uitbleef, is Infomedics deze procedure gestart. Infomedics vordert naast betaling van de openstaande factuur ook betaling van de proceskosten.
Wat vindt [gedaagde]?
2.2.
[gedaagde] heeft, kort samengevat, naar voren gebracht dat het klopt dat zij op
10 juli 2024 een behandeling bij de tandarts heeft gehad voor een gebitsprothese. Echter is [gedaagde] van mening dat zij niet verantwoordelijk is voor betaling van de factuur omdat de fout volledig bij de tandarts ligt. Volgens [gedaagde] heeft zij met de tandarts een afspraak gemaakt, inhoudende dat de declaratie van deze behandeling pas enkele dagen later zou worden ingediend, zodat deze binnen de dekking van de nieuw afgesloten zorgverzekering (Menzis) van [gedaagde] zou vallen. Echter heeft de tandarts de declaratie direct ingediend, waardoor Menzis de declaratie heeft afgewezen omdat deze buiten de verzekeringsdekking viel.

3.De beoordeling

Ambtshalve toetsing

3.1.
De medische (behandel)overeenkomst die [gedaagde] met de zorgaanbieder heeft gesloten is een overeenkomst tussen een handelaar (zorgverlener) en een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
3.2.
Toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een medische (behandel)overeenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van de betreffende afdeling uit het BW.
De hoofdsom
3.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] bij de tandarts een (medische) behandeling heeft ondergaan voor een gebitsprothese. Echter is [gedaagde] van mening dat zij de factuur hiervoor niet hoeft te betalen omdat [gedaagde] stelt over de datum van het indienen van de declaratie bij haar zorgverzekering een afspraak te hebben gemaakt met de tandarts. In reactie hierop heeft Infomedics naar voren gebracht dat uit navraag bij de tandarts is gebleken dat de tandarts niet bekend is met een afzonderlijke afspraak met [gedaagde] omtrent de datum waarop de onderliggende factuur zou worden ingediend. Verder heeft Infomedics naar voren gebracht dat het op de weg van [gedaagde] zelf had gelegen om van tevoren navraag te doen bij haar zorgverzekering. Als [gedaagde] voorafgaand aan de geplande behandeling wist dat de kosten niet zouden worden vergoed, stond het haar vrij om de geplande behandeling op 10 juli 2024 uit te stellen. Dat [gedaagde] dit niet heeft gedaan en haar zorgverzekering de kosten nu niet vergoed, mag niet voor rekening van Infomedics komen, aldus Infomedics. Verder heeft Infomedics nog gesteld dat zij buiten de verhouding tussen [gedaagde] en haar zorgverzekering staat.
3.4.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu Infomedics heeft betwist dat er een afspraak tussen de tandarts en [gedaagde] is gemaakt over de datum van het indienen van de declaratie bij de zorgverzekering van [gedaagde], was het aan [gedaagde] om te bewijzen dat deze afspraak tussen haar en de tandarts is gemaakt. Van een afspraak op papier is niets gebleken. Evenmin is gebleken dat er een mondelinge afspraak zou zijn gemaakt. De conclusie is dat [gedaagde] haar standpunt niet heeft kunnen bewijzen.
3.5.
Verder is de kantonrechter het eens met het standpunt van Infomedics dat zij buiten de rechtsverhouding staat tussen [gedaagde] en haar zorgverzekering. Dat de zorgverzekering niet tot vergoeding overgaat, kan bij wijze van verweer niet aan de tandarts worden tegengeworpen. [gedaagde] is namelijk zelf verantwoordelijk voor betaling van de kosten, al dan niet via haar zorgverzekering en het voorafgaand aan de behandeling inwinnen van informatie daarover. Dat haar zorgverzekering de kosten niet heeft vergoed, komt ook voor rekening en risico van [gedaagde].
3.6.
Nu vaststaat dat de factuur nog niet is betaald terwijl [gedaagde] deze wel had moeten betalen, kan de hoofdsom van € 1.503,00 worden toegewezen. Dat [gedaagde] in een financieel lastige situatie zit, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders.
De proceskosten
3.7.
[gedaagde] heeft naar voren gebracht dat de betalingsbrieven naar haar oude adres zijn gestuurd. De brief van 2 juli 2025 (productie 2 bij dagvaarding) is naar het huidige adres van [gedaagde] gestuurd. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat [gedaagde] deze brief heeft ontvangen en dat zij op de hoogte was, of had kunnen zijn, van de vordering. Daarnaast is het [gedaagde] zelf die verantwoordelijk is voor het doorgeven van een adreswijziging. Dat [gedaagde] dat niet heeft gedaan en er ook brieven naar haar oude adres zijn gestuurd, is aan haarzelf te wijten.
3.8.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Infomedics worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78
- griffierecht € 385,00
- salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten x tarief € 204,00)
- nakosten
€ 102,00Totaal € 1.015,78

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan Infomedics te betalen een bedrag van € 1.503,00;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.015,78, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt;
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Diggele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 2 december 2025. (ak)