9.De beslissing
- verklaart bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan [verdachte] meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
- verklaart [verdachte] strafbaar voor het bewezen verklaarde;
- veroordeelt [verdachte] tot een
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren;
- beveelt, voor het geval dat [verdachte] de taakstraf niet naar behoren verricht, dat
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
60 (zestig) dagen;
- beveelt dat de tijd die [verdachte] vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;
- veroordeelt [verdachte] tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien [verdachte] voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende algemene voorwaarde niet is nagekomen dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
- wijst de vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer]toe tot een bedrag van
€ 1.500,00(immateriële schade);
- veroordeelt [verdachte] hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 september 2021, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander (gedeeltelijk) is betaald, [verdachte] (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt [verdachte] daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de
maatregelop dat [verdachte] verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 september 2021 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
25 dagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door zijn mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als [verdachte] heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van [verdachte] om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als [verdachte] aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. de Waard, voorzitter, mr. R.A. Heblij en
mr. H.H. de Boef, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025.
Mr. De Waard is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2021456859, onderzoek ‘Wolaap21’. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 17 november 2025, voor zover inhoudend de verklaring van verdachte [verdachte] , zakelijk weergegeven:
Ik ben op 28 september 2021 samen met [medeverdachte] met mijn auto vanuit [plaats 1] naar de woning van [slachtoffer] in [adres 2] gereden. Bij de woning heb ik de ruit van de voordeur ingeslagen. Ik heb hierbij mijn hand verwond, waardoor deze is gaan bloeden. Ik droeg op dat moment handschoenen. In de woning troffen wij [slachtoffer] aan. Het klopt dat wij later die avond in [plaats 3] met de auto door de politie zijn aangehouden.
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] van 30 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
A: [alias 1] (de rechtbank begrijpt: [verdachte] ) is bij mij thuis geweest.
V: Wanneer was dat?
A: 28 september 2021
A: Ik heb toen een alarmpistool meegenomen.
A: We zijn vertrokken vanaf [plaats 1] in de richting [plaats 2] .
A: In de auto van [alias 1] . We stonden aan de deur.
V: Welk adres was het?
A: Iets met [adres 3] .
A: Het alarmpistool zat in de linkerkant in mijn binnenzak van de jas.
A: [alias 1] sloeg een raam in.
A: Ik deed een slaapkamerdeur verder open en ik zag toen een vrouw. Dat was waarschijnlijk die [slachtoffer] .
Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 28 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op p. 11-14:
Plaats delict: [adres 2] .
Op 28 september 2021 stonden ineens twee mannen in mijn slaapkamer. Ze trokken mij uit bed en er werd een vuurwapen op mijn hoofd gezet. Door de donkere persoon werd de trekker overgehaald toen hij op mijn been richtte. Ik werd toen op de bank gesmeten en ze hebben mijn telefoon afgepakt. Dit was een Samsung S8. De donkere man richtte zijn vuurwapen op mij.
Het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer] van 6 oktober 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op p. 15-19:
De donkere man was in mijn huis aan het zoeken. De blanke man was de hele tijd bij mij. De blanke man zette mij op de bank. De donkere man richtte het vuurwapen op mijn been toen ik op de bank zat. De blanke man hield mij de hele tijd vast.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 28 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op p. 27 en 28:
Op 28 september 2021 kreeg ik de opdracht om te gaan naar de [adres 2] . Aangekomen bij de woning zag ik dat de ruit van de voordeur was ingeslagen. Tevens zag ik bloed op de klink aan de buitenzijde.
Het proces-verbaal forensisch onderzoek woning ( [adres 2] ) van verbalisant [verbalisant 2] van 18 december 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op p. 64-69:
Op 28 september 2021 omstreeks 23:10 uur kwam ik voor forensisch onderzoek aan op de locatie [adres 2] . In de woonkamer zag meerdere op bloed lijkende druppels op de vloer.
7.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] van 29 september 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op p. 44-46:
Op 28 september 2021 [...]. Omstreeks 20.45 uur, diezelfde dag, hoorde ik via de portofoon dat collega’s in [plaats 3] een rode Fiat controleerden. Ik hoorde dat ze twee personen hadden aangehouden en bij hen een vuurwapen was aangetroffen. Ik zag dat het (vuur)wapen een pistool betrof. PL0600-2021456859-2601546, vuurwapen.
Het proces-verbaal onderzoek wapen van verbalisant [verbalisant 4] van 28 september 2021, op p. 55 en 56:
Het gaspistool werd inbeslaggenomen onder het nummer PL0600-2021456859-2601546 .
Dit gaspistool is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 in verband met artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 8 november 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op p. 63:
Door mij werd een onderzoek ingesteld in de personenauto van de verdachten. Dit betrof een Fiat Punto, kleur rood. Op het dashboardkastje van deze personenauto werd door mij een mobiele telefoon van het merk Samsung, type S8, aangetroffen.
Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] van 7 oktober 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op p. 36-43:
De gegevens van de telefoon, merk Huawei, die bij de verdachte, [verdachte] , in gebruik en op 29 september 2021 in beslaggenomen is, zijn overgenomen. Hieruit is het volgende gebleken.
De volgende passage uit het chatgesprek, gevoerd middels de applicatie WhatsApp,
tussen de gebruikers [gebruikersnaam 1] .whatsapp.net [naam] en
[gebruikersnaam 2] .whatsapp.net [alias 2] (de rechtbank begrijpt: verdachte [verdachte] ):
Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte] van 7 oktober 2021, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
O: Op een gegeven moment kwamen jullie binnen in de woning […]
V: Waar was het alarmpistool en de ploertendoder die je voor je eigen veiligheid had meegenomen?
A: Nog steeds in mijn jaszak. Ik heb twee diepe binnenzakken, daar had ik het vuurwapen en de ploertendoder. De rits van mijn jaszak was bijna helemaal dicht.