Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
178,00, verhoogd met € 92,00 in geval van betekening
5.De beslissing
178,00, verhoogd met € 92,00 in geval van betekening
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel heeft bij vonnis van 14 november 2025 op het gevorderde van eiser beslist in een kort geding over executiemaatregelen die gedaagde wil nemen op basis van hypotheekrechten. Eiser, eigenaresse van woning en onroerend goed, stelt dat de onderliggende geldleningsovereenkomsten vernietigbaar zijn wegens dwaling en misbruik van omstandigheden, en vordert schorsing van de executie tot onherroepelijke uitspraak in de bodemprocedure.
De feiten betreffen leningen verstrekt door gedaagde aan eiser en haar bedrijf, met pandrechten op activa als zekerheid. Na faillissement van het bedrijf is de curator betrokken en loopt een bodemprocedure over de geldigheid van de leningen en pandrechten. Gedaagde wil executeren, maar eiser vreest onomkeerbare gevolgen zoals verlies van woning.
De voorzieningenrechter overweegt dat het recht van parate executie aan gedaagde toekomt, maar dat de belangenafweging in dit geval het behoud van de bestaande toestand voor eiser zwaarder laat wegen dan het belang van gedaagde bij executie. De financiële positie van gedaagde is onvoldoende onderbouwd, terwijl eiser dakloos wordt bij executie. Daarom worden de executiemaatregelen geschorst en verboden tot onherroepelijke uitspraak in de bodemprocedure.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst en verbiedt de executiemaatregelen van gedaagde tot onherroepelijke uitspraak in de bodemprocedure.