Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij B 1] ,
2.
[partij B 2],
3.
[partij B 3],
4.
[partij B 4],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
Rechtbank Overijssel
Partij A stelde dat hij met wijlen de heer [naam 1] een koopovereenkomst had gesloten voor een pand, waarbij een aanbetaling van € 25.000 was gedaan en de koopprijs zou worden vastgesteld door een taxateur. De erfgenamen van [naam 1], partij B, betwistten het bestaan van een koopovereenkomst en de afspraak over de koopprijs.
De rechtbank oordeelde dat het ondertekende stuk van 12 augustus 2024 geen koopovereenkomst vormde omdat essentiële elementen zoals de koopprijs ontbraken. Ook was geen mondelinge overeenkomst bewezen. De stelling dat de koopprijs bindend door een taxateur zou worden vastgesteld, werd onvoldoende onderbouwd en betwist door partij B. De taxatierapporten verschilden aanzienlijk en boden geen basis voor een redelijke koopprijs.
De vorderingen van partij A tot nakoming van de koopovereenkomst, tot dooronderhandelen en tot betaling van incassokosten werden afgewezen. De tegenvordering van partij B tot opheffing van het conservatoir beslag werd toegewezen, maar hun vordering tot verklaring van aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten werden verdeeld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot nakoming van de koopovereenkomst af en heft het conservatoir beslag op het pand.