Verzoeker heeft bij de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening gevraagd tegen drie door het UWV opgelegde verlagingen van zijn Ziektewetuitkering. De maatregelen betroffen verlagingen van 25%, 37,5% en 100% over verschillende periodes.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de maatregelen van 25 september en 15 oktober 2025 onvoldoende zijn gemotiveerd, omdat niet is gespecificeerd aan welke verplichtingen verzoeker niet heeft voldaan. Hierdoor is onduidelijk wat verzoeker moet herstellen. Daarnaast is aannemelijk dat verzoeker gelijk zal krijgen, gelet op het voornemen van het UWV om de bezwaren tegen eerdere maatregelen gegrond te verklaren.
Het UWV is niet ter zitting verschenen om nadere toelichting te geven. De voorzieningenrechter besluit daarom de werking van de maatregelen van 25 september en 15 oktober 2025 te schorsen totdat op de bezwaren is beslist. Tevens wordt het griffierecht en een vergoeding voor reiskosten aan verzoeker toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.