AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Oproeping bekende zaaddonor in geschil over embryo's bij fertiliteitsbehandeling
In november 2023 sloot [partij A] een overeenkomst met Stichting Isala Klinieken voor een fertiliteitsbehandeling waarbij embryo's werden gecreëerd met haar eicellen en zaadcellen van een bekende donor. Deze embryo's werden bewaard bij Isala. In januari 2025 trok de donor zijn toestemming voor gebruik van de embryo's in de behandeling in, waarna Isala aan [partij A] mededeelde dat de embryo's niet gebruikt mochten worden.
[partij A] vordert in de hoofdzaak dat Isala meewerkt aan afgifte van de embryo's voor terugplaatsing. Isala stelt in een incident dat de donor als contractspartij ook betrokken moet worden omdat er sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding, en verzoekt de rechtbank om de donor in het geding te betrekken op grond van artikel 118 RvPro.
De rechtbank oordeelt dat de donor inderdaad betrokken moet worden omdat de zeggenschap over de embryo's onderwerp van geschil is en een beslissing daarover voor alle betrokkenen gelijk moet zijn. Daarom beveelt de rechtbank [partij A] om binnen vier weken de donor op te roepen om in het geding te verschijnen, onder straffe van niet-ontvankelijkheid van haar vorderingen. De procedure wordt aangehouden tot de rolzitting van 17 december 2025.
De proceskosten van het incident worden aan [partij A] opgelegd. Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak wordt aangehouden totdat de donor is betrokken.
Uitkomst: De rechtbank beveelt oproeping van de bekende zaaddonor en stelt de vorderingen van [partij A] niet-ontvankelijk bij niet-naleving.
Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/334490 / HA ZA 25-188
Vonnis in incident van 5 november 2025
in de zaak van
[partij A],
te [woonplaats],
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [partij A],
advocaat: mr. M.E.W.M. Rupert,
tegen
STICHTING ISALA KLINIEKEN,
te Zwolle,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Isala,
advocaat: mr. D. Zwartjens.
1.Procesverloop
1.1.
Dit verloop blijkt uit:
de dagvaarding van 3 juni 2025, met producties,
de conclusie van antwoord, tevens houdende exceptief verweer, met producties
de conclusie van antwoord in het incident
1.2.
Daarna is vonnis in het incident bepaald op heden.
2.De hoofdzaak in het kort
2.1.
[partij A] heeft in november 2023 met Isala in het kader van een fertiliteitsbehandeling een overeenkomst gesloten genaamd “Overeenkomst inzake In-Vitro Fertilisatie met donorsperma, al dan niet met gebruik van Intracytoplasmatische Sperma Injectie, al dan niet in combinatie met cryopreservatie van embryo’s”. In het kader daarvan zijn er met eicellen van [partij A] en zaadcellen van een bekende donor embryo’s tot stand gebracht. Deze embryo’s zijn in bevroren toestand bewaard bij Isala. In januari 2025 schrijft Isala kort samengevat aan [partij A] dat deze embryo’s niet gebruikt mogen worden voor een fertiliteitsbehandeling omdat de donor zijn toestemming voor dat gebruik heeft ingetrokken. [partij A] wil nu met haar eis in de hoofdzaak bewerkstelligen dat Isala meewerkt aan afgifte van deze embryo’s zodat dit kan leiden tot terugplaatsing van deze embryo’s bij haar ten behoeve van een zwangerschap.
3.Het incident van Isala
3.1.
Isala heeft in het incident naar voren gebracht dat de embryo’s waar het hier om gaat, zijn ontstaan uit de geslachtscellen van twee afzonderlijke contractspartners van Isala. Isala heeft namelijk een overeenkomst gesloten met [partij A] maar ook met de zaaddonor. Volgens Isala kan daarom niet over de vordering van [partij A] worden beslist zonder dat de persoon van de donor in het geding wordt betrokken. Isala heeft een beroep gedaan op de exceptio plurium litis consortium, wat betekent dat zij stelt dat er sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding met een partij die op dit moment niet in het geding betrokken is. Isala verzoekt de rechtbank om [partij A] te bevelen de bekende donor binnen een door de rechtbank te stellen termijn in het geding te betrekken, op straffe van niet-ontvankelijkheid van haar vorderingen.
3.2.
[partij A] heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van Isala. Volgens [partij A] gaat het in de door haar ingestelde vordering om de nakoming van de overeenkomst die zij op 13 november 2023 met Isala heeft gesloten en de donor is geen partij bij die overeenkomst. Volgens [partij A] was de overeenkomst tussen Isala en de donor beperkt tot de donatie en het gebruik van sperma. Volgens [partij A] volgt uit die overeenkomst niet dat dat de donor zeggenschap heeft over de geslachtscellen die al zijn aangewend bij het totstandbrengen van de embryo’s. [partij A] stelt zich daarom op het standpunt dat de donor geen zeggenschap heeft over de embryo’s en dat hij daarom niet in deze procedure betrokken hoeft te worden.
4.De beoordeling
In het incident
4.1.
De rechtbank stelt voorop dat strikt genomen het inroepen van de exceptio plurium litis consortium geen incidentele vordering betreft, maar dat het gaat om een verweer in de hoofdzaak. Toch ziet de rechtbank ziet aanleiding om over dit verweer bij deze stand van de procedure te beslissen, omdat dit in het belang is van een goed verloop van de verdere procedure.
4.2.
Isala heeft aangevoerd dat sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding met een partij die niet in het geding is betrokken, namelijk de zaaddonor. De rechtbank honoreert dit verweer. De ondeelbaarheid van de rechtsverhouding ligt besloten in de aard van de rechtsverhouding. De rechtbank is van oordeel dat in deze procedure de donor in het geding moet worden geroepen op de wijze als bedoeld in artikel 118 RvPro, zodat de donor in de gelegenheid wordt gesteld om zich uit te laten over het gevorderde als hij dat wil. De beoordeling van de vordering van [partij A] heeft immers betrekking op de vraag wie zeggenschap heeft over de embryo’s en hoever die mogelijke zeggenschap dan reikt. Een beslissing daarover moet voor alle betrokkenen gelijkluidend zijn. Bovendien past het in het kader van hoor en wederhoor dat ook de zaaddonor in de gelegenheid wordt gesteld om zich daarover uit te laten. Nog afgezien van de inhoud van de contracten tussen Isala en [partij A] en tussen Isala en de donor, staat immers wel vast dat de betreffende embryo’s tot stand zijn gekomen met behulp van de geslachtscellen van deze donor. Verder is betrokkenheid van de donor in deze procedure van belang met het oog op de eventuele tenuitvoerlegging van een te zijner tijd te wijzen vonnis.
4.3.
De rechtbank zal [partij A] daarom – op straffe van niet ontvankelijkheid in haar vorderingen in de hoofdzaak – in de gelegenheid stellen om de bij haar bekende zaaddonor ([naam]) op te roepen om in het geding te verschijnen, vertegenwoordigd door een advocaat, met inachtneming van het bepaalde in artikel 118 RvPro.
4.4.
De procedure zal in verband daarmee worden verwezen naar de hierna te noemen rolzitting van deze rechtbank. Op die rolzitting dient [partij A] stukken over te leggen waaruit blijkt dat de donor in het geding is geroepen.
4.5.
De proceskosten in dit incident komen voor rekening van [partij A], omdat zij in het ongelijk is gesteld. Deze kosten worden aan de zijde van Isala begroot op € 307,00 (een half punt maal tarief € 614,00) voor salaris gemachtigde.
In de hoofdzaak
4.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5.De beslissing
De rechtbank,
In het incident
5.1.
beveelt [partij A] – op straffe van niet ontvankelijkheid van haar vorderingen in de hoofdzaak - om binnen vier weken na vandaag de processtukken in deze zaak (inclusief dit vonnis) te betekenen aan de bij haar bekende zaaddonor en om hem op te roepen om uiterlijk 17 december 2025vertegenwoordigd door een advocaat, in deze procedure te verschijnen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 118 RvPro;
5.2.
veroordeelt [partij A] in de kosten van dit incident, begroot en vastgesteld op € 307,00 voor salaris gemachtigde;
In de hoofdzaak
5.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 december 2025 voor uitlating van [partij A] over de oproeping van de donor;
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025. (ap)