ECLI:NL:RBOVE:2025:6266
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming na vrijspraak verdachte
De officier van justitie vorderde op grond van artikel 36e Sr dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt en de verdachte verplicht tot betaling van €31.251,21 aan de Staat. Deze vordering werd behandeld tijdens openbare terechtzittingen op 11 en 18 september 2025, gelijktijdig met de hoofdzaak.
De verdediging verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen vanwege de bepleite vrijspraak in de strafzaak. Op 30 oktober 2025 sprak de rechtbank de verdachte vrij van betrokkenheid bij de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
Hierdoor verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Almelo.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van de verdachte.