ECLI:NL:RBOVE:2025:6263
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in vordering tot ontneming na vrijspraak verdachte
De officier van justitie vorderde dat de rechtbank het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vaststelt op €15.625,76 en dat verdachte dit bedrag aan de Staat zou moeten betalen. Deze vordering werd behandeld tijdens openbare terechtzittingen op 11 en 18 september 2025, waarbij verdachte niet aanwezig was maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman.
De verdediging stelde dat verdachte geen voordeel had genoten en verzocht de vordering af te wijzen of op nihil te stellen. Op 30 oktober 2025 werd verdachte vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering was gebaseerd.
Gezien deze vrijspraak verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Hiermee is de vordering van het OM afgewezen omdat de strafrechtelijke grondslag ontbreekt.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming wegens vrijspraak van verdachte.