ECLI:NL:RBOVE:2025:6216
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen omgevingsvergunning voor nieuwbouw kantoren en appartementen in Almelo
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Almelo aan een derde belanghebbende voor de realisatie van 9 kantoren en 37 appartementen op een braakliggend terrein in Almelo. Eisers, omwonenden, maakten bezwaar tegen deze vergunningverlening en stelden dat er te veel werd afgeweken van het bestemmingsplan en dat de procedure onjuist was.
De rechtbank oordeelt dat het college terecht uitging van het gebruik zoals aangevraagd en dat er geen aannemelijke aanwijzingen zijn dat de begane grond anders zal worden gebruikt dan als kantoorruimte. De overschrijding van de maximale bouwhoogte van 15 meter met 66 cm valt binnen de toegestane 10% afwijkingsmogelijkheid en het liftgebouw op het dak wordt als ondergeschikt bouwonderdeel aangemerkt, waardoor dit niet meetelt voor de bouwhoogte.
Ook de overschrijding van de maximale bouwhoogte van 4,9 meter aan de rand van het gebouw is volgens de rechtbank stedenbouwkundig verantwoord en past binnen de kruimelgevallenregeling. De parkeerplaatsen zijn passend ingepast en voldoen aan de voorwaarden voor afwijking van de parkeernormen. Het college heeft de juiste reguliere voorbereidingsprocedure gevolgd, aangezien de vergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1° en 2° van de Wabo is verleend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het bestreden besluit van het college. Eisers krijgen geen gelijk in hun bezwaren tegen de vergunningverlening en de toegepaste procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van kantoren en appartementen wordt ongegrond verklaard.