Partij A heeft in opdracht van VRE vakantievilla's schoongemaakt, waarbij VRE twee facturen niet betaalde. Partij A vordert betaling van deze facturen en schadevergoeding wegens onmiddellijke beëindiging van de overeenkomst zonder inachtneming van de opzegtermijn. VRE vordert op haar beurt schadevergoeding wegens vermeende wanprestatie en onrechtmatig handelen van partij A.
De overeenkomst tussen partijen bepaalde een opzegtermijn van een maand en een notificatieperiode van vijf dagen voor schoonmaakopdrachten. Op 8 augustus 2025 weigerde partij A een extra schoonmaakopdracht die niet vijf dagen van tevoren was aangekondigd. VRE beëindigde daarop de overeenkomst per direct en stelde partij A aansprakelijk voor schade.
De rechtbank oordeelt dat VRE de overeenkomst onregelmatig heeft beëindigd, omdat zij niet heeft aangetoond dat zij partij A vooraf heeft geïnformeerd over tekortkomingen en partij A niet de mogelijkheid heeft geboden deze te herstellen. De weigering van partij A om de extra opdracht uit te voeren was gerechtvaardigd. De schadevergoedingsvorderingen van VRE worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wanprestatie en causaal verband.
De rechtbank kent partij A een voorschot op schadevergoeding toe ter hoogte van € 2.750,00 inclusief btw wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn. Tevens worden de facturen gedeeltelijk toegewezen, waarbij een correctie op de urenregistratie wordt toegepast. De buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente worden eveneens toegewezen. De proceskosten worden aan VRE opgelegd.