Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het procesverloop en het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling
- de Gasbehandelingsinstallatie (GBI), gevestigd aan de [adres 4] te [plaats 4];
- de Reststoffenbewerkingsinstallatie (RBI), gevestigd aan de [adres 5] te [plaats 2];
- de Opslag- en scheidingsfaciliteit (OSF, ook wel Tankenpark), gevestigd aan de [adres 2] te [plaats 2];
- de Waterinjectielocatie [plaats 3] (injectielocatie [plaats 3]), gevestigd aan de [adres 6] te [plaats 2].
- absoluut gevaarlijke codes: deze zijn met een * (asterisk) aangeduid en betreffen inherent gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig de Kra;
- absoluut niet-gevaarlijke codes: codes zonder gevaarlijke tegenhanger;
- spiegelcodes (ook wel aangeduid als complementaire codes): afvalstoffen die al dan niet gevaarseigenschappen kunnen hebben. Voor deze afvalstoffen moet de afvalbeheerder de gevaarseigenschappen evalueren aan de hand van de samenstelling of de fysische eigenschappen. De status gevaarlijk of niet-gevaarlijk hangt af van de concentratie gevaarlijke stoffen.
naarT-3 wordt gepompt dan ook aan te merken als een afvalstof die bij het proces van aardgaszuivering ontstaat. Dit betekent dat de stroom moet worden ingedeeld in subhoofdstuk 05.07 van de Eural en meer bijzonder, nu de stroom kwikhoudend is, in 05.07.01* (gevaarlijk afval). De stroom die
vanuitT-3 wordt afgevoerd naar de OSF kan volgens de STAB echter niet (volledig) worden aangemerkt als ‘afkomstig van aardgaszuivering’, omdat in T-3 ook een stroom met continu verontreinigd hemelwater wordt gepompt. Dit samenvoegen van productiewater en verontreinigd hemelwater is, gelet op de revisievergunningaanvraag voor de GBI, aan de [verdachte] vergund. Daarbij is niet van belang dat bij het verlenen van de vergunning mogelijk niet door het bevoegd gezag is onderkend dat de stroom productiewater moest worden aangemerkt als gevaarlijke afvalstof, aldus de STAB.
is vergund. Niet vereist is, zoals de officier van justitie stelt, dat in de vergunning(aanvraag) expliciet wordt vermeld dat sprake is van mengen van een gevaarlijke afvalstof.
deze nieuwe afvalstroom.
samengesteldestroom van productiewater en verontreinigd hemelwater is niet volledig afkomstig van aardgaszuivering, en daarom valt deze nieuwe (samengestelde) stroom niet in subhoofdstuk 05.07 van de Eural. Verontreinigd hemelwater is immers niet afkomstig van (het proces van) aardgaszuivering. Omdat geen van de andere (sub)hoofdstukken passend is voor de nieuwe (samengestelde) stroom, moet de afvalstroom worden ingedeeld in subhoofdstuk 16.10.
ontvangen. Uit de Beschrijving OSF, zoals weergegeven in paragraaf 3.1, blijkt dat op de OSF zowel verontreinigd hemelwater (vloeistofstroom 2) als productiewater van de GBI (vloeistofstroom 7) mag worden ontvangen. De 60 vrachten afkomstig van de GBI en de lading van MTS [naam 2] bevatten dus telkens een combinatie van de in de Beschrijving OSF genoemde vloeistofstromen. Daaruit volgt dat de ontvangst van de stroom, die een samenstelling behelst van de in de Beschrijving OSF genoemde stromen, op de OSF aan de [verdachte] was vergund.
de OSFuit de waterstroom afkomstig van de RBI nog aardgascondensaat wordt gewonnen, maakt dit niet anders. Volgens de systematiek van het afvalstoffenrecht moet in de eerste plaats worden gekeken naar de intentie van degene die de stof afgeeft; dat is de [verdachte] vanaf de inrichting de RBI en de intentie was op dat moment: ontdoen.
ingenomen op de RBIen de ten laste gelegde 632 vrachten die vanaf de RBI zijn
afgevoerd naar de OSF. Daarnaast valt niet uit te sluiten dat de [verdachte] – zoals namens de [verdachte] is verklaard en door de verdediging is gesteld – de afgifte van de vrachten door de RBI ten onrechte heeft gemeld onder code 05.07.01*. De ontvangst van de 632 vrachten op de OSF is immers niet gemeld onder code 05.07.01*.
Spoelwater komt vrij bij het reinigen van gasbehandelingsinstallatie onderdelen (inclusief transportleidingen). Voor het spoelen wordt schoon water gebruikt. Het spoelwater zal zich vermengen met de in de installatie voorkomende stoffen (b.v. productiewater en hulpstoffen). Spuitwater komt vrij bij het schoonspuiten van de locaties. Het aldus verontreinigde spoel- en spuitwater wordt naar [plaats 1] OSF afgevoerd.”
- ‘productiewater dat bij de winning en behandeling van aardgas vrijkomt;
- hemelwater, dat mogelijk met mijnbouwhulpstoffen en lekvloeistoffen is verontreinigd;
- spoel- en spuitwater dat vrijkomt bij het reinigen en afpersen/testen van installatieonderdelen en leidingen en bij het schoonspuiten van locaties. Spoelwater dat is gebruikt bij het schoonmaken van glycolregeneratie installaties wordt - gezien de hoge concentraties aan glycol - niet geïnjecteerd, maar afgevoerd naar een daartoe geëigende externe verwerker;
- bronneringswater (= grondwater dat wordt opgepompt bij bouw- en saneringswerkzaamheden) en saneringswater. In principe wordt dit water aan een RWZI geleverd of in eigen beheer gereinigd en vervolgens op het oppervlaktewater geloosd; Ook bronnerings- en saneringswater dat vrij komt bij werkzaamheden aan het [verdachte] pijpleidingsysteem, kan onder bepaalde omstandigheden geïnjecteerd worden;
- teruggeproduceerde operationele vloeistoffen (teruggeproduceerde putstimulatie- en
productiewaterstroom RBI; dit water is afkomstig uit het slib dat vrijkomt in de Reststoffen Bewerkings Installatie en is met productiewater vergelijkbaar.’