ECLI:NL:RBOVE:2025:6029

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
13 oktober 2025
Publicatiedatum
13 oktober 2025
Zaaknummer
ak_24_3120
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 7:12 AwbArt. 8:72 AwbArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging UWV-besluit Wajong-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing duurzaamheid arbeidsvermogen

De rechtbank Overijssel doet einduitspraak in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiseres bezwaar maakte tegen een besluit van het UWV over het recht op een Wajong-uitkering. Na een tussenuitspraak waarin gebreken werden vastgesteld, heeft het UWV een aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overgelegd. De rechtbank oordeelt dat de gebreken niet volledig zijn hersteld.

De verzekeringsarts concludeerde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is, mede omdat prof. [deskundige] de medicatie heeft aangepast en er met adequate behandeling verbetering mogelijk is. De rechtbank stelt echter dat onvoldoende is onderzocht of spraak- en geheugenproblematiek, die mogelijk invloed heeft op therapietrouw, aanwezig is. Dit had nader moeten worden onderzocht, mede vanwege het missen van meerdere afspraken door eiseres.

De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn nog niet is verstreken. Gelet op de onvoldoende onderbouwing vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.

Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3120

einduitspraak na tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,

gemachtigde: M. Deliboyraz,
en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),

gemachtigde: mr. C. Lubberts.

Procesverloop

1.1
Voor een weergave van het procesverloop tot aan de tussenuitspraak verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. [1]
1.2
Het UWV heeft de rechtbank op 28 augustus 2025 het rapport van 27 augustus 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegestuurd.
1.3
Eiseres heeft de rechtbank op 5 september 2025 haar reactie op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegezonden.
1.4
De rechtbank doet thans einduitspraak in de zaak, zoals aangekondigd in de tussenuitspraak.

Totstandkoming van het besluit

2. Voor een weergave van de totstandkoming van het bestreden besluit, verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak.

De tussenuitspraak.

3. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist, tenzij hierna uitdrukkelijk anders wordt overwogen.

Nadere standpunten van partijen

4.1
Het UWV heeft voor zijn nadere standpunten verwezen naar het rapport van 27 augustus 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Het UWV blijft van mening dat het bestreden besluit juist is. Eiseres heeft geen recht op een Wajong-uitkering, omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is.
4.2
Eiseres stelt zich – kort samengevat – op het standpunt dat ook het nadere onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onzorgvuldig is geweest en dat het bestreden besluit nog steeds onvoldoende is gemotiveerd. De verzekeringsarts verdraait de informatie van prof. dr. [deskundige] (hierna: prof. [deskundige]) door aan te geven dat colchicine is toegevoegd in plaats van is verhoogd, zoals prof. [deskundige] heeft vermeld. Het feit dat prof. [deskundige] aangeeft dat het op dit moment lastig is een oordeel te vellen, betekent niet dat herstel of verbetering te verwachten is, maar dat de situatie van eiseres complex en moeilijk behandelbaar is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de medische informatie die in het dossier aanwezig is. De medische informatie in het dossier geeft al een compleet beeld van de beperkingen van eiseres.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank is van oordeel dat het UWV de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken niet volledig heeft hersteld. De rechtbank licht dit als volgt toe.
5.1
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gerapporteerd op 27 augustus 2025. Zij heeft informatie opgevraagd bij prof. [deskundige]. Prof. [deskundige] heeft hierop gereageerd met de brief van 26 augustus 2025. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. Zij heeft onder meer overwogen dat prof. [deskundige] colchicine weer aan de behandeling heeft toegevoegd. Blijkbaar ziet zij nog de mogelijkheid dat dit positief kan bijdragen aan de medische situatie van eiseres. Verder benoemt prof. [deskundige] expliciet dat met adequate behandeling de aanvalsfrequentie van FMF kan dalen. De huidige behandelaar is nog zoekende naar de meest optimale behandeling voor eiseres. Verder is duidelijk dat bij de intake door prof. [deskundige] geen spraakstoornissen, of geheugenproblematiek is bemerkt. Dat sluit aan bij alle gegevens in het dossier, waar nergens door behandelaren dergelijke klachten zijn vermeld en deze ook niet zijn geconstateerd door de primaire verzekeringsarts en door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zelf. Eiseres heeft bij de intake bij prof. [deskundige] deze klachten niet ter sprake gebracht, dus niet als klacht geuit. Daaruit concludeert de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat deze klachten voor zover aanwezig, in elk geval niet ernstig zijn, want eiseres heeft ze niet benoemd en de specialist heeft ze niet bemerkt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep acht het daarmee niet aannemelijk dat eiseres therapieontrouw zou zijn door spraak-
en/of geheugenstoornissen.
Zoals de behandelend specialist aangeeft, is met adequate behandeling vermindering van de
aanvalsfrequentie te verwachten. Als de aanvalsfrequentie vermindert zijn er langere periodes zonder koorts en zonder ernstige gewrichtsklachten. Daarmee zal het verzuim afnemen en dus haar belastbaarheid toenemen.
5.2
In de tussenuitspraak heeft de rechtbank vastgesteld dat eiseres in het kader van de therapietrouw heeft aangevoerd, dat sprake is van spraak- en geheugenproblematiek. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep medische informatie opgevraagd bij de behandelaar prof. [deskundige]. Zij heeft verklaard dat daarover niet is gesproken bij de intake en dat zij daar nu geen uitspraak over kan doen. Daarbij valt wel op dat prof. [deskundige] vermeldt dat eiseres meerdere afspraken heeft gemist. De rechtbank is van oordeel dat het op de weg van de verzekeringsarts bezwaar en beroep had gelegen in dit verband gerichter door te vragen of bij eiseres sprake kan zijn van spraak- en geheugenproblematiek als gevolg van de ziekte en medicatie, waarbij in het bijzonder had kunnen worden gewezen op de afsprakenhistorie, nu daaruit immers toch feitelijk naar voren komt dat ook veel afspraken binnen de curatieve sector worden gemist. De reden daarvan is dan op zijn minst van belang, om te kunnen beoordelen of sprake is van geheugenproblematiek.
Mocht de behandelaar vervolgens aangegeven dat van geheugenproblematiek sprake kan zijn (ook al kan de behandelaar dat gelet op de recente overdracht wellicht nog niet vaststellen), dan kan dit in combinatie met het gegeven dat eiseres stellig het standpunt heeft ingenomen dat sprake is van spraak- en geheugenproblematiek en het missen van meerdere afspraken met prof. [deskundige], een objectivering geven van die stelling. In dat geval is voldoende aannemelijk gemaakt dat bij eiseres die problematiek speelt. Het ligt dan op de weg van de verzekeringsarts bezwaar en beroep om vervolgens te beoordelen of die spraak- en geheugenproblematiek van invloed kan zijn op de therapietrouw. Als dat het geval is dan is de rechtbank van oordeel dat van duurzaamheid van het ontbreken van benutbare mogelijkheden moet worden uitgegaan.
5.3
Voorts leidt de rechtbank uit de antwoorden van prof. [deskundige] af dat allerminst zeker is dat, bij therapietrouw, een verbetering van de conditie van eiseres valt te verwachten. Prof. [deskundige] doet hierover alleen in zijn algemeenheid uitspraken, maar geeft voor wat betreft eiseres specifiek aan dat het moeilijk is in te schatten of er een structurele verbetering van de huidige situatie valt te verwachten, omdat een langdurige behandelrelatie nog ontbreekt. Verder is het voor prof. [deskundige] lastig om op dit moment een oordeel te vellen wat bij eiseres de mogelijkheden voor de komende jaren zijn. Daarbij wijst zij erop dat soms ook therapieresistentie optreedt.
Het UWV zal daarom — als in de nieuwe beoordeling op bezwaar het standpunt wordt ingenomen dat geen sprake is van spraak- en geheugenproblematiek of dat deze niet van invloed kan zijn op de therapietrouw — moeten nagaan welke ontwikkelingen zich in de medische situatie van eiseres hebben voorgedaan en of prof. [deskundige] zich inmiddels wel concreter kan uitlaten of verbeteringen in de conditie van eiseres zijn te verwachten.
De redelijke termijn
6.1
Eiseres heeft aangevoerd dat zij te lang in onzekerheid wordt gelaten over haar recht op Wajong-uitkering. Verdere vertraging is inhumaan en in strijd met het recht op een
eerlijk proces binnen een redelijke termijn (artikel 6 EVRM Pro). De rechtbank vat deze grond op als een verzoek om schadevergoeding wegens (gestelde) overschrijding van de redelijke termijn.
6.2
Het bezwaarschrift van eiseres is op 13 december 2023 door het UWV ontvangen. Sindsdien zijn er nog geen twee jaar verstreken voordat de rechtbank vandaag uitspraak heeft gedaan. De redelijke termijn is daarom niet overschreden. Het verzoek om schadevergoeding moet om die reden worden afgewezen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met artikel 3:2 en Pro artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Dit omdat nader onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep nodig is.
8. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
9. Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend, heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen en heeft haar zienswijze gegeven na de bestuurlijke lus. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 2.267,50.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 15 oktober 2024;
- draagt het UWV op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.267,50 aan proceskosten aan eiseres.
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van
W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.