Tussen Welbions en gedaagde bestaat sinds 27 juni 2005 een huurovereenkomst voor een woning. Welbions stelde een huurachterstand van drie maanden vast en rapporteerde een ernstig geweldsincident op 1 september 2025 waarbij gedaagde twee medewerkers van Welbions in het gezicht sloeg. Na een spoedprocedure en verstekverlening aan gedaagde, oordeelde de voorzieningenrechter dat de vordering tot ontruiming en het gebiedsverbod gegrond zijn.
De voorzieningenrechter benadrukte dat ontruiming een ingrijpende maatregel is, maar gelet op het geweldsincident en de huurachterstand voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de ontruiming zal uitspreken. Het gebiedsverbod is opgelegd om de veiligheid van medewerkers te waarborgen en geldt voor een periode van één jaar binnen 100 meter van de kantoren van Welbions.
Gedaagde is tevens veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur tot daadwerkelijke ontruiming, een dwangsom bij overtreding van het gebiedsverbod en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard vanwege het spoedeisend belang van Welbions.