Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [gedaagde] van 16 juni 2025
- de antwoordakte van LNRS van 4 juli 2025
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
In deze zaak staat centraal of de overeenkomst tussen LNRS en de gedaagde rechtsgeldig is opgezegd. Gedaagde stelt dat hij de overeenkomst telefonisch heeft opgezegd en daarom de factuur niet hoeft te betalen. LNRS betwist dit en wijst op de schriftelijkheidsvereiste in de toepasselijke algemene voorwaarden.
De kantonrechter heeft in een tussenvonnis een bewijsopdracht gegeven aan gedaagde om aan te tonen dat de opzegging telefonisch heeft plaatsgevonden. Gedaagde heeft echter niet kunnen aantonen met welk nummer, met wie en wanneer het telefoongesprek heeft plaatsgevonden. Ook kon hij geen gespreksopnamen of telefoonlogs overleggen.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht en dat de schriftelijkheidsvereiste geldt. Omdat de opzegging niet schriftelijk is gebeurd, is de overeenkomst niet rechtsgeldig opgezegd. Gedaagde is daarom tekortgeschoten in de nakoming en moet de factuur betalen. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke handelsrente en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van de factuur en bijkomende kosten wegens het niet rechtsgeldig opzeggen van de overeenkomst.