ECLI:NL:RBOVE:2025:5718

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
25 september 2025
Publicatiedatum
25 september 2025
Zaaknummer
AK_25_1503
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen een besluit van het UWV inzake de Indicatie Banenafspraak

In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 11 september 2025 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een bezwaar dat door eiseres is ingediend tegen een besluit van het UWV. Eiseres had een aanvraag ingediend voor een Indicatie Banenafspraak, maar het UWV had haar bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de bezwaartermijn was ingediend. Eiseres heeft aangevoerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, gezien haar psychiatrische problematiek en de stressvolle omstandigheden waaronder zij verkeerde. De rechtbank heeft de zaak behandeld en vastgesteld dat eiseres lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS, wat haar in staat heeft beperkt om tijdig bezwaar te maken. De rechtbank heeft ook rekening gehouden met de korte termijnoverschrijding van slechts 1,5 week, het ontbreken van rechtsbijstand en de aanwezigheid van een derde belanghebbende die het bezwaar inhoudelijk wilde laten beoordelen. Op basis van deze overwegingen heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het besluit van het UWV vernietigd en het UWV opgedragen om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar. Eiseres heeft geen schadevergoeding gekregen, maar het UWV moet wel het griffierecht van € 53,- aan haar vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1503

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

11 september 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)

(gemachtigde: G.A. Tellinga).

Inleiding

Het UWV heeft de aanvraag om eiseres in aanmerking te brengen voor een Indicatie Banenafspraak met het besluit van 23 oktober 2024 afgewezen. Bij het bestreden besluit van 14 mei 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het UWV het bezwaar
niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan ligt ten grondslag dat eiseres haar bezwaarschrift buiten de bezwaartermijn heeft ingediend en dat dit niet verschoonbaar is. Eiseres heeft beroep ingesteld. Het UWV heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het UWV. Eiseres heeft zich laten bijstaan door [naam 1] , financieel adviseur, en [naam 2] , jobcoach, beiden werkzaam bij de gemeente Dalfsen. Dit beroep is gelijktijdig ter zitting behandeld met het beroep van de gemeente Dalfsen dat is gericht tegen hetzelfde bestreden besluit van 14 mei 2025. Dit beroep is geregistreerd onder Awb 25/1639 en hierop wordt afzonderlijk uitspraak gedaan. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 14 mei 2025;
- draagt het UWV op binnen acht weken na verzending van het proces-verbaal een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden.

Motivering

De rechtbank legt nu uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Het UWV heeft het bezwaar van eiseres tegen het besluit over de Indicatie Banenafspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend. Eiseres heeft aangevoerd dat het te laat indienen van het bezwaar verschoonbaar is. Dat heeft zij terecht aangevoerd. De rechtbank vindt het te laat indienen van het bezwaar ook verschoonbaar.
Bij de beoordeling van de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding moeten alle omstandigheden in samenhang worden bezien. Het gaat dus niet uitsluitend om de vraag of ze medisch gezien verhinderd was om binnen zes weken bezwaar te maken, zoals het UWV heeft betoogd. Uit het dossier blijkt dat dat eiseres lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS. Uit de rapportage van het UWV van 13 januari 2025 blijkt dat eiseres wel behandelingen heeft gevolgd, maar dat zij in de praktijk toch kwetsbaar blijft, met name onder stressvolle omstandigheden en bij ingrijpende gebeurtenissen. Tijdens de bezwaartermijn was er ook sprake van stressvolle omstandigheden en ingrijpende gebeurtenissen. Uit de stukken blijkt dat eiseres op
3 oktober 2024 een zware operatie heeft ondergaan. Daarnaast heeft eiseres overtuigend verklaard dat haar moeder en partner in die periode ernstig ziek waren. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan deze verklaring te twijfelen. De rechtbank concludeert hieruit dat in de periode hier van belang sprake was van psychiatrische problematiek en stressvolle omstandigheden waardoor eiseres een verminderd doe- en denkvermogen had. Daarnaast is van belang dat de termijn met maar 1,5 week is overschreden, dat eiseres geen rechtsbijstandverlener had en dat er geen derden zijn met een tegengesteld belang. Er is juist een derde belanghebbende die aangeeft dat zij graag wil dat het bezwaar inhoudelijk wordt beoordeeld. Dit alles bij elkaar maakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Eiseres heeft ook verzocht om schadevergoeding, maar dat verzoek wijst de rechtbank af. De rechtbank vindt het namelijk niet aannemelijk dat eiseres schade heeft geleden door het besluit van het UWV om het bezwaar niet inhoudelijk te behandelen. Het UWV gaat het bezwaar alsnog inhoudelijk behandelen. Daarna zal het UWV beslissen of eiseres een Indicatie Banenafspraak krijgt. Over de uitkomst daarvan kan de rechtbank op dit moment niks zeggen. Het is dus nog niet zeker dat het niet klopt dat het UWV geen Indicatie Banenafspraak heeft gegeven. Er is daarom op dit moment geen reden om schadevergoeding toe te kennen.
Het UWV moet wel het griffierecht van € 53,- aan eiseres terugbetalen, omdat het beroep gegrond is.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is gegrond. Dat betekent dat mevrouw Van der Pol gelijk krijgt en dat het UWV inhoudelijk moet gaan beoordelen of zij in aanmerking komt voor een Indicatie Banenafspraak. Ze krijgt geen schadevergoeding maar ze krijgt wel het griffierecht terug. Dat is € 53,-.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen deze mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2025 door
mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr. E.G.M. ten Kate, griffier.
De rechter is verhinderd
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.