Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- [slachtoffer 6]
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de verdediging
5.De bewijsmotivering
- er is bemonsterd ‘rondom
- er is een “bloedspoor achterpand onderkant linkerzijde’ bemonsterd op de jas van [slachtoffer 2] . Daarvan kan wel gezegd worden dat het bloed van [medeverdachte 2] is, omdat dit slechts DNA van minimaal één persoon bevat;
- er is bemonsterd ‘nabij kleinere
bloedgaat dat rondom de steekverwoningen van [slachtoffer 2] is aangetroffen (gelet op het gegeven dat het DNA van meerdere personen afkomstig is), acht de rechtbank voorgaand speculatieve alternatieve scenario volstrekt onwaarschijnlijk gelet op het feit dat zijn DNA/bloed uitsluitend is aangetroffen nabij de steekbeschadigingen in de jas van [slachtoffer 2] en nergens anders op diens kleding, zo blijkt uit bemonsteringen op zestien andere plaatsen op de kleding van [slachtoffer 2] .
in elk gevalin de buik gestoken heeft en daarmee op z’n minst genomen voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 2] .
preciezegedragingen die zijn medeplegers hebben verricht. Voldoende is dat er causaal verband is tussen de feitelijke delictgedragingen van de medeplegers en de voorafgaande samenwerking tussen de medeplegers. Bij medeplegen gaat het om een samen doen, waarbij de samenwerking de kenmerken heeft van een geleverde rechtstreekse en substantiële bijdrage aan het vervullen van de centrale delictsbestanddelen. Bij de beoordeling van de feitelijke gedragingen kunnen als elementen voor het bewijs van de nauwe samenwerking worden aangemerkt: de intensiteit van de samenwerking, eventuele taakverdeling, de rol in voorbereiding, gezamenlijke uitvoering en afhandeling en het belang van die rol, het zich niet terugtrekken op daarvoor geëigende tijdstippen en aanwezigheid op de beslissende momenten.
Wie had een mes of wetenschap van een mes?en
Wie heeft of hebben gestoken?herhaalt de rechtbank dat zij eerder al heeft vastgesteld dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] op enig moment tijdens het gevecht een mes in handen hebben gehad, dat [medeverdachte 2] [slachtoffer 2] in zijn buik heeft gestoken en dat [medeverdachte 4] wetenschap had van het feit dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] die avond een mes bij zich droegen.
hij op 22 december 2023 te Enschede tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, door opzettelijk meermalen, met kracht met (een) mes(sen) in de hartstreek dan wel in de borststreek en/of in de long en/of rug(streek) van die [slachtoffer 1] te steken, ten gevolge waarvan deze is overleden;
hij op 22 december 2023 te Enschede tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, opzettelijk op die [slachtoffer 2] is toe gelopen/gerend en/of die [slachtoffer 2] heeft achtervolgd en/of die [slachtoffer 2] heeft ingesloten en/of vastgehouden en/of geduwd en/of ten val heeft gebracht en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of meermalen, (met kracht) met (een) mes(sen) de buik en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 2] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 22 december 2023 te Enschede openlijk, te weten op of aan de Van Lochemstraat (omgeving kruising Overduingaarde-Van Lochemstraat) in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen, te weten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] door op die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] toe te lopen/rennen en/of die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] te achtervolgen en/of te isoleren van hun (vrienden) groep en/of meermalen, met een mes stekende bewegingen te maken in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 3] .
- [slachtoffer 6]
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
08-141849-25 ten laste gelegde inmiddels meerderjarig), terwijl hier nauwelijks contra-indicaties voor zijn. Het recidiverisico voor gewelddadig en overig delinquent gedrag wordt (zonder behandeling en begeleiding) als hoog inschat. De huidige behandeling van verdachte (die binnen het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis in gang is gezet) bestaat uit een opname op de jeugdafdeling van Tactus die gericht is op het behandelen van verslaving waarbij ook aandacht is voor traumabehandeling (onder meer middels EMDR) en het aanleren van diverse vaardigheden. Accare voert wekelijks schema-therapeutische traumabehandeling uit en blijft dit ook doen na de opname. Zij voert ook de behandeling van het (gezins)systeem uit. Dit huidige klinische aanbod lijkt goed aan te slaan. Verdachte toont zich open, meewerkend en gemotiveerd. Bij voldoende holding en de juiste randvoorwaarden kan hij tot verandering en positieve keuzes komen. Geadviseerd wordt om de hiervoor genoemde behandeling vanuit Tactus en Accare op te leggen als onderdeel van een GBM waarbij de jeugdreclassering toeziet op de uitvoering. Daarnaast wordt jeugdreclasseringstoezicht geadviseerd, zodat deze begeleiding niet stopt als de GBM mislukt. Een GBM geeft verdachte een duidelijk kader en heldere structuur, wat helpt om het delinquente gedrag te reguleren en tot sociaal-emotionele ontwikkeling te komen. Verdere begeleiding en behandeling worden noodzakelijk geacht om het recidiverisico te verminderen. De time-out mogelijkheid van de GBM geeft de jeugdreclasseerder, in samenwerking met de behandelaren van Tactus, Accare en de jeugdcoaches, meer mogelijkheden in de behandeling van verdachte doordat hij gevoelig is voor directe consequenties. Mocht de GBM mislukken, dan is verdachte detentiegeschikt gebleken. Gezien de hardnekkigheid van zijn probleemgedrag en de noodzakelijk geachte interventies, is een termijn van een jaar noodzakelijk om effect van de interventies te kunnen sorteren.
9.De schade van de benadeelden
- Reiskosten medische afspraken en advocaat € 25,00
- Medische kosten en eigen risico € 395,00
- Jas € 400,00
- Gederfde inkomsten € 949,58.
- Reiskosten medische afspraken en advocaat € 25,00
- Medische kosten en eigen risico € 395,00
- Jas € 400,00
- Gederfde inkomsten € 949,58.
nuldagen wordt gesteld.
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
17 (zeventien) maanden;
6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
dadelijk uitvoerbaarzijn;
maatregel betreffende het gedrag van de jeugdigevoor de duur van
12 (twaalf) maanden, die bestaat uit:
12 (twaalf) maanden;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
betaling aan de benadeelde partij [nabestaande 1](feit 1 primair) van een bedrag van
€ 20.000,00 (twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 20.000,00 (twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
gijzelingvoor de duur van
nuldagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [nabestaande 2](feit 1 primair) van een bedrag van
€ 20.000,00 (twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 20.000,00 (twintigduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
gijzelingvoor de duur van
nuldagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2](feiten onder 1 primair en 2 primair) van een bedrag van
€ 25.015,93 (vijfentwintigduizend vijftien euro en drieënnegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten onder 1 primair en 2 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 25.015,93 (vijfentwintigduizend vijftien euro en drieënnegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
nuldagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4](feiten onder 1 primair, 2 primair en 3 primair) van een bedrag van
€ 5.000,00 (vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten onder 1 primair, 2 primair en 3 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 5.000,00 (vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
nuldagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3](feiten onder 1 primair, 2 primair en 3 primair) van een bedrag van
€ 5.000,00 (vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023, met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten 1 primair, 2 primair en onder 3 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 5.000,00 (vijfduizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 december 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
nuldagenkan worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5]van een bedrag van
€ 1.535,00 (duizend vijfhonderd vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2025;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.535,00 (duizend vijfhonderd vijfendertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
gijzelingvoor de duur van
nuldagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6]van een bedrag van
€ 2.520,00 (tweeduizend vijfhonderd twintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 mei 2025;
€ 19,80, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 2.520,00 (tweeduizend vijfhonderd twintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
gijzelingvoor de duur van
nuldagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
heft ophet
bevel tot schorsingvan de voorlopige hechtenis met ingang van heden.