Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(DOC-028, p. 24), en/of
3.De bewijsmotivering
feit 1) of als feitelijke leidinggever van [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) (
feit 3), verschillende onjuiste aangiften omzetbelasting heeft ingediend. Ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal van 2022 bestaat het vermoeden dat verdachte ter onderbouwing van deze aangifte valse facturen heeft verstrekt aan de Belastingdienst (
feit 2).
Moet facturen nog doen he belastingdienst (…) pfff”
ja hoeveel”
Totaal bedrag hebben”
Heb je zoveel facturen”
te weten een (of meer) (digitale) aangifte(n) voor de omzetbelasting ten name van [bedrijf 3] B.V.’, terwijl de aangiften omzetbelasting zijn ingediend op naam van [bedrijf 2] B.V.
Heb je zoveel facturen (…) Doe wel vouchers i kopen as loyaliteits dingetje”),in combinatie met de beschreven gang van zaken rond (het tijdstip) van het opmaken van die facturen retourcommissie via boekhoudprogramma [bedrijf 5] . Daaruit blijkt duidelijk dat verdachte deze facturen heeft geantedateerd en pas heeft opgemaakt nadat de Belastingdienst op 12 oktober 2022 vroeg om onderbouwing van de geclaimde voorbelasting over het derde kwartaal van 2022.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze opzettelijk in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;
opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;
ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en deze opzettelijk in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven;
het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
ontzetverdachte voor de duur van
3 (drie) jarenuit
het recht op de uitoefening van het beroep als bestuurder van een rechtspersoon;