Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsmotivering
feit 2). Ook wordt verdachte verweten dat hij in diezelfde hoedanigheid van feitelijk bestuurder voorafgaand en tijdens het faillissement van [bedrijf 1] de administratieplicht van [bedrijf 1] heeft geschonden (
feit 1, sub 2) en dat hij tijdens het faillissement niet desgevraagd terstond de administratie van [bedrijf 1] heeft verstrekt aan de curator (
feit 1, sub 1). Tot slot wordt verdachte verweten dat hij als middellijk bestuurder van [bedrijf 1] gedurende het faillissement van [bedrijf 1] niet heeft voldaan aan de op hem rustende inlichtingenplicht (
feit 3).
in faillissementis verklaard en na oproep van de curator niet terstond de administratie aan de curator verstrekt. Dit brengt mee dat het strafbare feit pas kan worden gepleegd vanaf het moment van de faillietverklaring van de onderneming.
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 september 2025;
- het proces-verbaal van onttrekkingen [bedrijf 1] B.V. van 4 december 2024, AMB-003 (p. 99-102);
- Een schriftelijk bescheid met documentcode DOC-041, inhoudende een overzicht van bankmutaties [bedrijf 1] B.V. (p. 263 t/m 269).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
als bestuurder van een rechtspersoon, voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt, meermalen gepleegd;
als bestuurder van een rechtspersoon voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd, buitensporig middelen van de rechtspersoon verbruiken, uitgeven of vervreemden ten gevolge waarvan een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld, meermalen gepleegd;
als bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard en wettelijk verplicht is tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk wegblijven, weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onvolledige inlichtingen geven, meermalen gepleegd.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De toegepaste wettelijke voorschriften
8.De beslissing
als bestuurder van een rechtspersoon, voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt, meermalen gepleegd;
als bestuurder van een rechtspersoon voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd, buitensporig middelen van de rechtspersoon verbruiken, uitgeven of vervreemden ten gevolge waarvan een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld, meermalen gepleegd;
als bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard en wettelijk verplicht is tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk wegblijven, weigeren de vereiste inlichtingen te geven en opzettelijk onvolledige inlichtingen geven, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
240 (tweehonderdveertig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast voor de duur van
120 (honderdtwintig) dagen;
ontzetverdachte voor de duur van
3 (drie) jarenuit
het recht op de uitoefening van het beroep als bestuurder van een rechtspersoon.