ECLI:NL:RBOVE:2025:5547
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WIA-uitkering per 10 februari 2021 na nieuw besluit UWV
Eiseres had haar WIA-uitkering ingetrokken zien per 10 februari 2021 door het UWV. Na bezwaar en eerdere vernietiging van het besluit door de rechtbank, heeft het UWV een nieuw besluit genomen waarbij het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft dit nieuwe besluit beoordeeld.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verzekeringsarts bezwaar en beroep het besluit voldoende had gemotiveerd, met name ten aanzien van de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 22 november 2020. Eiseres stelde dat de medische situatie, waaronder een cogniforme stoornis en hersenbeschadiging, onvoldoende was meegewogen en dat zij in de praktijk niet kon werken.
De rechtbank oordeelde dat het rapport van 21 maart 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep de bezwaren adequaat had beantwoord. De diagnose leidde niet tot meer beperkingen dan reeds opgenomen en de urenbeperking was niet gerechtvaardigd. Ook de verwijzing naar de MAOC-richtlijn en opmerkingen van psychiater Liesdek leidden niet tot andere conclusies.
Daarmee bleef het besluit van het UWV tot intrekking van de WIA-uitkering per 10 februari 2021 in stand en werd het beroep van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WIA-uitkering per 10 februari 2021 wordt ongegrond verklaard.