Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
1.[partij A 1],
2.
[partij A 2],
Rechtbank Overijssel
Partij A gaf partij B opdracht voor diverse verbouwingswerkzaamheden aan hun woning tegen een aanneemsom van €39.500. Partij A stelde dat partij B tekort was geschoten in de nakoming van deze overeenkomst en vorderde betaling van €101.027,42. Partij B vorderde in reconventie betaling van een openstaande factuur en een verklaring voor recht omtrent meerwerkkosten.
De rechtbank stelde in een tussenvonnis vast welke werkzaamheden partij B diende te verrichten en beoordeelde in dit vonnis de hoogte van de schadevergoeding die partij B aan partij A moet betalen. Uit een deskundigenrapport bleek dat het werk van partij B ondermaats was en grotendeels opnieuw moest worden uitgevoerd. Partij A had de werkzaamheden inmiddels door een derde laten uitvoeren en bracht facturen ter zake in het geding.
De rechtbank wees de vorderingen van partij B in reconventie af, omdat partij B tekort was geschoten en onvoldoende onderbouwing gaf voor zijn vorderingen. De rechtbank veroordeelde partij B tot betaling van €55.904,64 aan partij A, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Partij B wordt veroordeeld tot betaling van €55.904,64 aan partij A wegens tekortkomingen in de nakoming van de aannemingsovereenkomst.