ECLI:NL:RBOVE:2025:5477
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in ontnemingsvordering wegens termijnoverschrijding
De rechtbank Overijssel behandelde een vordering van het Openbaar Ministerie tot vaststelling en betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel ter hoogte van €51.437,27 op grond van artikel 36e Sr. De procedure omvatte meerdere zittingen tussen november 2021 en augustus 2025, waarbij getuigen werden gehoord in juli 2022. Tijdens de laatste zitting waren veroordeelde en zijn raadsman afwezig, maar de procedure bleef op tegenspraak omdat zij eerder wel waren verschenen.
Het Openbaar Ministerie kondigde voorafgaand aan de zitting aan niet-ontvankelijk verklaard te willen worden wegens het ontbreken van een proces-verbaal en een grove overschrijding van de redelijke termijn. De raadsman van veroordeelde steunde dit standpunt. De rechtbank overwoog dat zij terughoudend moet zijn bij toetsing van het beleid van het Openbaar Ministerie, dat ruime beleidsvrijheid heeft. Gezien het gemotiveerde standpunt van het OM dat geen belang meer is bij voortzetting van de vervolging, zag de rechtbank geen reden dit te betwisten.
Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging. Dit oordeel is in overeenstemming met de beginselen van een goede procesorde en het recht op een redelijke termijn.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het ontbreken van een proces-verbaal en een grove overschrijding van de redelijke termijn.