ECLI:NL:RBOVE:2025:528
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor bouwen op gemeentegrond
Eiser heeft zonder omgevingsvergunning twee pilaren en een erfafscheiding gebouwd op een perceel waarvan het college stelt dat een deel daarvan gemeentegrond betreft. Naar aanleiding van een verzoek tot handhaving door een derde-partij heeft het college een last onder dwangsom opgelegd om de bouwwerken te verwijderen of aan te passen.
Eiser betwist dat de bouwwerken op gemeentegrond staan en voert aan dat de grond zijn eigendom is, wat hij in civiele procedures tracht te bewijzen. Hij verzoekt het college af te zien van handhavend optreden vanwege een concreet zicht op legalisering en de onevenredigheid van handhaving.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college in beginsel mag uitgaan van de kadastrale gegevens die aantonen dat de grond gemeente-eigendom is. Er is onvoldoende concreet zicht op legalisering omdat de aanvraag omgevingsvergunning voor de erfafscheiding en linkerpilaar niet in behandeling is genomen. Het belang van het college bij handhaving weegt zwaarder dan het belang van eiser om te wachten op definitieve vaststelling van eigendom.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter Hesseling op 30 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.