Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair), dan wel daaraan medeplichtig is geweest (
subsidiair), dan wel samen met een ander ter voorbereiding van een afpersing in vereniging of diefstal met geweld in vereniging vuurwapens en messen voorhanden heeft gehad
meer subsidiair):
primair), dan wel daaraan medeplichtig is geweest (
subsidiair);
3. De bewijsmotivering
of omstreeks18 april 2025 te Enschede,
of meerander
en, althans alleen,
geweld en/ofbedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geld,
in elk geval enig goeddat
/die geheel of ten deleaan
die[slachtoffer] en/of een derde toebehoorde
(n),
een vuurwapen ofeen op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en
/of;
(meermaals
)dreigend de woorden heeft toegevoegd: ‘’geef geld of ik schiet’’,
of omstreeks18 april 2025 te Enschede,
of meerander
en, althans alleen,
/of;
/of
/of;
/of;
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
), heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld
en/of gevolgdvan
geweld en/ofbedreiging met geweld tegen [slachtoffer],
en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekerendoor
een vuurwapen ofeen op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en
/of;
(meermaals
) (dreigend
)de woorden toe te voegen: ‘’geef geld of ik schiet’’
, althans woorden van soortgelijke aard of strekking;
of omstreeks18 april 2025 te Enschede
/ofheeft gedragen.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
7.De schade van de benadeelde
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
gevangenisstrafvoor de duur van
42 (tweeënveertig) maanden;
benadeelde partij [slachtoffer](feiten 1 primair en 2
hoofdelijktot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 2.500,00 (bestaande uit immateriële schade), te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf 18 april 2025), met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,00, (zegge: vijfentwintighonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 35 dagen kan worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;