Partijen sloten op 3 juni 2023 een koopovereenkomst waarbij partij A een sloep aan partij B verkocht voor €21.000, met een aanbetaling van €500 en de afspraak dat de rest contant bij ophalen zou worden voldaan. Partij A overhandigde een sleutel, maar de sloep bleef in zijn bezit totdat partij B deze kon ophalen.
Op 8 juni 2023 bleek de sloep gestolen te zijn voordat partij B deze kon ophalen. Partij B trok de betaalinstructie voor het restantbedrag in en ontbond de koopovereenkomst wegens niet-levering. Partij A vorderde betaling van het resterende bedrag.
De kantonrechter oordeelde dat juridisch gezien geen levering had plaatsgevonden omdat partijen niet de bedoeling hadden dat eigendom al was overgegaan vóór het ophalen en betalen. De sleuteloverdracht werd gezien als zekerheid voor de aanbetaling. Door de diefstal kon partij A niet leveren, maar dit was niet aan hem toe te rekenen wegens overmacht.
De vordering van partij A tot betaling van het restantbedrag werd afgewezen, de ontbinding door partij B was rechtsgeldig, en partij A werd veroordeeld tot terugbetaling van de aanbetaling. De schadevergoeding van partij B werd afgewezen wegens overmacht. Proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen.