De kinderrechter van de Rechtbank Overijssel heeft op 14 juli 2025 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige in een gezinshuis te verlengen tot het einde van de ondertoezichtstelling op 3 maart 2026. Deze beslissing volgt op een eerdere tussenbeschikking van 26 mei 2025, waarin de machtiging reeds voor twee maanden was verlengd.
De gecertificeerde instelling (GI) handhaaft het verzoek tot verlenging, onderbouwd met zorgen over de opvoedingssituatie bij de moeder. De moeder heeft weinig contact gehad met de GI en heeft afspraken, zoals een evaluatie en omgangsmomenten, niet nagekomen. Ook is zij recent ontslagen uit een kliniek en heeft zij geen urinecontroles ondergaan. De omgang tussen moeder en kind is sinds juni 2025 niet meer goed verlopen, wat de hechting schaadt.
Daarnaast is nog niet duidelijk wie de biologische vader van het kind is, ondanks pogingen tot DNA-onderzoek. De moeder weigert hierover in gesprek te gaan, wat niet in het belang van het kind wordt geacht. De kinderrechter acht voortzetting van de uithuisplaatsing noodzakelijk voor de veiligheid en stabiliteit van de minderjarige en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.