Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats],
1.De procedure
2.Het geschil
Wat vordert Hengelo Excelsior?
3.De beoordeling
€ 119,00
Rechtbank Overijssel
In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, op 22 juli 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen de besloten vennootschap Hengelo Excelsior Onroerend Goed B.V. (eiser) en een gedaagde partij. De eiser vorderde betaling van een huurachterstand van € 4.957,89, die was ontstaan door niet-betaling van huur door de gedaagde. De huurovereenkomst was per 31 december 2024 beëindigd en de eiser had de vordering ter incasso uit handen gegeven aan haar gemachtigde, wat leidde tot extra kosten. De gedaagde erkende de huurachterstand, maar betwistte de extra kosten en de noodzaak van de dagvaarding. De kantonrechter heeft de vordering van de eiser gedeeltelijk toegewezen, waarbij de hoofdsom van € 2.988,44 en de wettelijke rente zijn toegewezen. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde niet tijdig had betaald en in verzuim was geraakt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden echter afgewezen, omdat het beding in de algemene voorwaarden als oneerlijk werd beoordeeld. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van het verschuldigde bedrag, vermeerderd met de proceskosten, die op € 1.255,14 zijn begroot. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.