ECLI:NL:RBOVE:2025:4900

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
11503332 \ CV EXPL 25-244
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor gebreken aan aangebrachte epoxyvloer in winkelpand

In deze zaak heeft de eiser, een ondernemer, een gedaagde, een klusbedrijf, ingeschakeld voor het aanbrengen van een epoxyvloer in zijn winkelpand. Na ingebruikname vertoont de vloer gebreken, waaronder krassen en scheuren. Een deskundigenrapport concludeert dat de aangebrachte epoxycoating van 0,25 mm dikte niet geschikt is voor de beoogde toepassing in de winkel. De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde aansprakelijk is voor een deel van de schade die de eiser heeft geleden. De eiser vordert schadevergoeding, waaronder herstelkosten en gederfde winst. De kantonrechter wijst de vordering tot schadevergoeding toe, maar niet in de volledige omvang zoals door de eiser gevorderd. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 8.905,04, inclusief buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De rechter concludeert dat de gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat de vloer niet voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 11503332 \ CV EXPL 25-244
Vonnis van 22 juli 2025
in de zaak van
[eiser],
h.o.d.n. [bedrijf 1],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. N. Altunc, DAS Rechtsbijstand,
tegen
[gedaagde],
h.o.d.n. [bedrijf 2],
wonende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
gemachtigde: mr. L.E.A. Langkamp.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding,
  • de conclusie van antwoord,
  • de aanvullende producties A t/m D van [eiser], en
  • de mondelinge behandeling van de zaak op 27 juni 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Samenvatting

[gedaagde] heeft een epoxyvloer coating aangebracht in het winkelpand van [eiser]. De vloer vertoont vlak na ingebruikname gebreken. Er zijn diverse beschadigingen. Uit een deskundigenrapport blijkt dat de vloer met een epoxy coating van 0,25 mm dikte, niet geschikt is voor de toepassing in de winkel van [eiser]. De vloer moet opnieuw met epoxy behandeld worden maar dan een dikkere (en duurdere) epoxy gietvloer. De kantonrechter is het met [eiser] eens dat [gedaagde] aansprakelijk is voor een deel van de door [eiser] gevorderde schade en wijst die schade toe.

3.De feiten

3.1.
[gedaagde] heeft een klusbedrijf en voert al jaren klusjes uit voor [eiser]. In het voorjaar van 2023 verhuisde [eiser] haar onderneming naar een ander winkelpand en [gedaagde] voerde in de nieuwe winkelruimte diverse (verbouw)klussen uit. Nadat [eiser] tegen [gedaagde] heeft gezegd dat zij een nieuwe tegelvloer in de winkel wil hebben kwam ook het leggen van een epoxyvloer in plaats van tegels ter sprake. [gedaagde] had een dergelijke vloer twee keer eerder aangebracht bij iemand anders.
3.2.
Partijen spraken over de keuze tegelvloer of epoxyvloer, en vervolgens over welke soort epoxyvloer: een (dikkere) gietvloer of een (dunnere) coating. Een epoxy gietvloer was [eiser] te duur en het aanbrengen van een epoxy coating was sneller en goedkoper dan een het leggen van tegelvloer. [eiser] kiest daarom voor (het aanbrengen van) een epoxy coating. [gedaagde] had vervolgens naar eigen zeggen overleg met zijn leverancier (de Afbouwbaas in Almelo) of een coating geschikt was voor de situatie van [eiser] (de vloer moest in elk geval krasvast/krasbestendig zijn) waarop de leverancier met twee coatings kwam die beide geschikt zouden zijn. Een van de twee coatings viel af omdat de door [eiser] gewenste kleur niet beschikbaar was. Tijdens het proces heeft [eiser] nog gekozen voor het aanbrengen van zogenaamde vlokken in de coating.
3.3.
Op 12 april 2023 is [gedaagde] begonnen met de werkzaamheden, het egaliseren van de vloer en het aanbrengen van de epoxy coating. De eerste laag epoxy is aangebracht op 19 of 20 april 2023, de tweede laag (inclusief vlokken) op 20 of 21 april 2023 en op 22 of 23 april 2023 is de toplaag met UV beschermer door [gedaagde] aangebracht.
3.4.
[eiser] zat op dat moment middenin het proces van verhuizen van haar oude pand naar het nieuwe pand waarin de epoxyvloer werd aangebracht. Op 1 april 2023 ging de huur van het nieuwe pand in en op 17 mei 2023 is zij verhuisd van het oude naar het nieuwe pand.
3.5.
Op 22 april 2023 stuurt [gedaagde] [eiser] ’s avonds het volgende bericht over de vloer:
“Morgen zou je er op kunnen lopen alleen achter in de keuken nog niet droogt daar heel. Slecht namelijk beter wachten tot maan dag of zelfs dinsdag. Kan dat maandag wel ff controleren als je wil haal ik meteen de tabel weg”.
3.6.
Op 25 april 2023 heeft [eiser] met een aantal anderen de balie van de winkel verhuisd, [gedaagde] heeft daarbij geholpen. [gedaagde] heeft [eiser] die dag ook gefactureerd voor zijn werkzaamheden, in totaal een bedrag van € 4.350,00 incl. btw.
3.7.
Vanaf 26 april 2023 constateerde [eiser] gebreken aan de vloer, in het begin krassen en scheuren. Na wat herstelwerkzaamheden door [gedaagde] stuurt [eiser] [gedaagde] op 6 juni 2023 een brief met als onderwerp “ingebrekestelling”. In de brief staat onder meer:
… Op 27 maart 2023 heb ik met u een overeenkomst gesloten voor onder andere egaliseren en aanbrengen epoxyvloer en toplaag met uv-beschermer en dat de vloer krasvast is inclusief arbeid voor ca. € 3500,-. Helaas bent u onze afspraken niet (volledig) nagekomen. Ik heb de volgende klachten:
-
Vloer bijkeuken nog niet afgewerkt
-
Door u gerepareerde delen winkel niet dezelfde kleur (zichtbaar kleurverschil)
-
Loslatende delen epoxy over de gehele vloer
-
Niet krasvast zoals u benoemd heeft bij afsluiten van de opdracht
-
Niet op tijd kunnen openen zoals gepland 1 mei 2023
-
Opslag voor goederen die ik nog niet in de bijkeuken heb kunnen plaatsen i.v.m. niet gereed van de vloer
-
Vervoersmiddelen die ik ergens anders moet onder brengen doordat de vloer niet klaar is.
Met deze brief stel ik u in gebreke.
Laatste kans om afspraak/afspraken na te komen.
Ik verzoek u vriendelijk om alsnog binnen twee weken na de datum van deze brief de bovengenoemde verplichting/verplichtingen na te komen … .
3.8.
[gedaagde] heeft hierop gereageerd op 19 juni 2023. Ten aanzien van de klachten over de krassen en scheuren in de vloer schrijft hij:
… Punt 2.
De gerepareerde delen in de winkel hebben een iets andere kleur, deze kan ik deze week nogmaals een keer overnieuw met epoxy behandelen om te proberen het kleur verschil minimaal te krijgen. Deze plekken op de vloer zijn tijdens het verhuizen gebeurt, zoals meerdere malen aangegeven de vloer was pas na 24 uur beloopbaar en nog niet belastbaar. De vloer had twee weken nodig om uit te harden. U bent naar drie dagen al begonnen met verhuizen en u hebt niet de moeite genomen om de vloer te beschermen. (Door middel van de vloer af te plakken ) hierdoor zijn beschadigingen op de vloer ontstaan. Omdat u meerdere keren aangaf dat u zo snel mogelijk open wou met de zaak heb ik de epoxy wat bedoelt was voor de bijkeuken gebruikt om de plekken direct te behandelen, omdat de levertijd zat op de epoxy daardoor heb ik €180,- extra kosten moeten maken om u te helpen zodat u de winkel zo snel mogelijk open kon doen ook deze extra kosten heb ik niet in rekening gebracht.
Punt 3.
Loslatende delen over de gehele vloer, zoals hierboven benoemd is zijn de instructies niet opgevolgd door de beschadigingen op de vloer en het meerdere malen dweilen met schoonmaakmiddelen en de wateroverlast van de bovenburen ben ik niet overtuigd dat ik de vloer niet goed aangebracht heb.
Punt 4.
Niet krasvast zoals benoemd bij de opdracht, zoals u weet hebben we u een andere epoxy vloer geadviseerd en hebben u aangegeven dat er nadelen waren aan deze epoxy vloer maar u gaf aan in verband met de kleur u voor deze epoxy vloer wou gaan. Deze vloer was minder krasvast en meer vuil opnemend. Zoals aangegeven tijdens ons gesprek bij u vorige pand is het een harde vloer en redelijk krasbestendig bij normaal gebruik geen enkele epoxy vloer is volledig krasbestendig maar op het moment dat u de vloer niet te tijd geeft om uit te laten harden en de vloer zwaar belast hebt binnen een aantal dagen is de vloer nog zeer kwetsbaar. U hebt zelf andere offertes opgevraagd bij andere bedrijven voor o.a. een gietvloer en eventueel een tegelvloer maar dat vond u te duur … .
3.9.
[eiser] heeft hierna een deskundige (TechnoConsult te Heeswijk-Dinther) ingeschakeld om onderzoek te verrichten naar de aard, omvang en de oorzaak van de gebreken.
In het rapport, dat de deskundige van het onderzoek heeft opgemaakt, staat onder meer:
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
[Afbeelding]
3.10.
Op 23 februari 2024 heeft [eiser] [gedaagde] bij brief op de hoogte gebracht van het rapport. In de brief staat onder meer dat [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld om binnen drie weken tot herstel over te gaan conform de wijze van herstel zoals de deskundige is voorgedragen en [gedaagde] wordt verder verzocht door [eiser] geleden schade te vergoeden tot een bedrag van € 2.738,- ex btw in verband met tijdelijke verhuizing van de onderneming gedurende het herstel en een bedrag van € 9.753,24 in verband met gederfde winst over de verhuisperiode.
3.11.
Op 13 maart 2024 reageert [gedaagde] hierop kort in die zin dat hij het dossier heeft ontvangen, er spoedig op terug zal komen maar de termijn te kort is, hij de zaak heeft overgedragen aan een jurist en een contra expert zal worden ingeschakeld.
3.12.
Op 23 april 2024 stuurt [eiser] [gedaagde] nog een brief waarin onder meer staat dat [gedaagde] niet binnen de termijn tot herstel is overgegaan en [eiser] geen nakoming meer verlangt maar vervangende schadevergoeding. [gedaagde] wordt gesommeerd om binnen 14 dagen tot betaling van een bedrag van € 22.839,76 incl. btw over te gaan, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten als [gedaagde] niet tijdig betaalt.

4.Het geschil

4.1.
De vorderingen
[eiser] vordert samengevat:
een verklaring voor recht dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen en aansprakelijk is voor de door [eiser] geleden schade,
[gedaagde] te veroordelen tot betaling van
a. een bedrag van € 17.708,10 met rente;
b. buitengerechtelijke kosten van € 952,08 en
c. de kosten van de deskundige van € 2.046, ex btw en
3. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
Volgens [eiser] is de vloer niet deugdelijk. Zij heeft met [gedaagde] besproken dat de vloer krasbestendig moet zijn en moet voldoen aan de eisen voor de horeca (antislip/vloeistof dicht). Dat is niet het geval. Er zijn diverse gebreken geconstateerd. De gebreken zijn door de (onafhankelijke) deskundige onderzocht en vastgelegd in het expertiserapport. Het uitgevoerde werk is in strijd met de eisen van goed en deugdelijk werk. [gedaagde] is niet tot herstel overgegaan na hiertoe te zijn gesommeerd. [gedaagde] is sinds 14 maart 2024 in verzuim. [eiser] vordert inmiddels de kosten van herstel door een derde (vervangende schadevergoeding) en gevolgschade.
Het verweer van [gedaagde] dat instructies niet zijn nagekomen klopt niet, [eiser] heeft geen instructies gekregen en [gedaagde] heeft zelfs meegeholpen met het verhuizen van de balie zonder te zeggen dat de vloer nog niet in gebruik kon worden genomen. Het verweer dat de gebreken komen door lekkage van de bovenburen klopt evenmin.
Het schadebedrag van € 17.708,10 is opgebouwd als volgt:
  • € 7.477,00 ex btw aan kosten herstel zoals door de deskundige vastgesteld
  • € 2.046,00 ex btw voor kosten voor opslag en in- en uitruimen van de verkoopruimte;
  • € 2.310,00 ex btw aan expertisekosten en
  • € 5.875,10 ex btw aan gederfde winst gedurende de periode waarin herstel plaatsvindt.
4.3.
Het verweer
[gedaagde] concludeert – samengevat - tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met veroordeling van [eiser] in de proceskosten en nakosten. Inderdaad hebben [eiser] en hij besproken dat de vloer krasbestendig moest zijn, niet dat de vloer moest voldoen aan HACCP richtlijnen, zoals gehanteerd in het rapport. Partijen hebben ook geen fatale (oplever)termijnen afgesproken. De vloer in de winkel is in opdracht van [eiser] aangebracht, het deel in de keuken in opdracht van de verhuurder. [eiser] gooit alles ten onrechte op één hoop.
Volgens [gedaagde] zijn de gebreken aan de vloer geen gevolg van een tekortkoming in de uitvoering van de opdracht, maar het van externe factoren en handelingen van [eiser]. Ten tijde van het leggen van de vloer was sprake van lekkage bij de bovenburen en [eiser] heeft ook door [gedaagde] verstrekte instructies niet opgevolgd. Hierdoor is de vloer in een te vroeg stadium blootgesteld aan vocht, chemische (reinigings-)middelen en zware mechanische belasting. [gedaagde] heeft [eiser] op meerdere momenten gezegd dat de vloer voldoende moest uitharden, dat blijkt onder meer uit het bericht van 22 april 2023. Dit alles ligt in de invloedssfeer van [eiser] en het ligt dan ook niet aan [gedaagde] dat de vloer niet voldoet aan de verwachtingen van [eiser]. De epoxyvloer voldoet aan de eis van krasbestendigheid, mits de vloer voldoende is uitgehard.
[eiser] vordert ook te veel schade. De herstelkosten uit het rapport maken geen onderscheid tussen kosten voor de winkelruimte en de bijkeuken. Bovendien stelt het rapport dat de oorspronkelijk gekozen vloer niet geschikt zou zijn voor de beoogde toepassing. Het voorstel is geen herstel van schade in de oorspronkelijke staat maar het vervangen van de aangelegde vloer door een aanzienlijk duurdere en kwalitatief betere variant. Het is niet redelijk die kosten op [gedaagde] te verhalen.
[gedaagde] betwist ook de kosten voor opslag en verhuizing. [eiser] heeft er zelf voor gekozen de ruimte in gebruik te nemen voordat [gedaagde] tot herstel over kon gaan. De kosten hadden voorkomen kunnen worden als [eiser] had ingestemd met het herstelvoorstel van [gedaagde]. Het bedrag is bovendien onredelijk hoog, het betreft eenvoudige werkzaamheden die doorgaans tegen aanzienlijk lagere kosten kunnen worden uitgevoerd of door familie; deze schadepost is niet reëel.
De expertisekosten van € 2.310,00 ex btw zijn onredelijk hoog in verhouding tot de oorspronkelijke opdracht, ook deze kostenpost moet worden afgewezen.
Ook de post gederfde winst van € 5.875,10 moet worden afgewezen of verlaagd. [eiser] heeft door haar eigen keuzes zelf bijgedragen aan het ontstaan van deze schade en bovendien is het bedrag gebaseerd op een onrealistisch hoog winstpercentage van 60% dat onvoldoende is onderbouwd.

5.De beoordeling

5.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van de zaak is nader gesproken over de wijze van totstandkoming en de inhoud van de tussen partijen gesloten overeenkomst. [eiser] wilde in eerste instantie een tegelvloer en [gedaagde] kwam met de optie van een epoxyvloer. Na inlichtingen over de kosten van een tegelvloer, een epoxy gietvloer en een epoxy coating is gekozen voor een epoxy coating. [gedaagde] is bij zijn leverancier geweest, heeft daar de situatie van [eiser] uitgelegd (toepassing van de coating in de broodjeszaak van [eiser]) en kwam met twee coatings die (volgens zijn leverancier) daarvoor geschikt waren. [eiser] heeft vervolgens een keuze gemaakt uit de twee verschillende coatings.
5.2.
[gedaagde] heeft zich onder de gegeven omstandigheden niet alleen verplicht tot het deugdelijk aanbrengen van de coating, maar ook tot het deugdelijk zijn van de vloer in het geval van [eiser]. [gedaagde] heeft zich immers bemoeid met de vloer- en materiaalkeuze en tegen [eiser] gezegd dat -na overleg met zijn leverancier- twee soorten epoxy coatings geschikt waren voor de situatie van [eiser] en zij mocht op die informatie vertrouwen. [gedaagde] wist dat de coating kwam in de winkel van [eiser] en de coating moest dus niet alleen voldoen aan het krasvrij/ krasvast zijn maar ook kwalitatief voldoende hard zijn voor de alledaagse activiteiten in de winkel, waarbij bijvoorbeeld wel eens wat op de grond valt.
5.3.
De vloer die nu in de winkel ligt is voor dat dagelijkse gebruik niet geschikt. De deskundige concludeert in het rapport onder meer:
“Alles overziend is de epoxycoating door zijn minimale dikte dan ook niet geschikt voor de huidige toepassing. Door deze minimale dikte, waarbij een cementgebonden egalisatielaag onder de epoxylaag aanwezig is, is de vloer zeer gevoelig voor mechanische beschadigingen”.
De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen aan de conclusie van de deskundige. De door [gedaagde] aangebrachte coating is maar 0,25 mm dik en de ondeugdelijkheid van de vloer heeft niet te maken met (is geen gevolg van) de manier waarop [gedaagde] de coating heeft aangebracht en evenmin met de aanwezigheid van vocht of lekkage ten tijde van het aanbrengen van de vloer. Die conclusie komt ook overeen met de stellingen van [eiser] dat ook daar waar geen lekkage was beschadigingen optreden en dat ook op plekken waar de vloer wel de tijd heeft gehad uit te harden beschadigingen optreden. De vraag of [gedaagde] wel goed genoeg in de gelegenheid is gesteld tot herstel over te gaan is daarom ook niet relevant: ook herstel met dezelfde coating had niet geholpen. De conclusie is dat [gedaagde] geen vloer heeft aangebracht die voldoet aan de overeenkomst en dat daarmee sprake is van een tekortkoming in de nakoming van zijn verbintenissen uit die overeenkomst. [gedaagde] is voor die tekortkoming ook aansprakelijk. De door [eiser] gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen.
5.4.
De in dat verband door [eiser] gevorderde schade is qua hoogte niet toewijsbaar zoals zij heeft gevorderd. Onder de noemer ‘herstelkosten’ worden nu kosten van een duurdere epoxy gietvloer (van enkele millimeters dik) gevorderd terwijl die vloer in het begin te duur was voor [eiser]. Het is niet redelijk die meerkosten voor rekening van [gedaagde] te laten komen. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding ter hoogte van de prijsafspraak voor de coatingvloer, € 3.595,04 ex btw (€ 4.350,00 incl. btw). De meerkosten voor de dikkere epoxyvloer komen voor rekening van [eiser]; dat zou ook het geval zijn geweest als partijen direct voor de dikkere en duurdere epoxy gietvloer hadden gekozen.
5.5.
De expertisekosten van de deskundige zijn toewijsbaar zoals gevorderd. [gedaagde] betwistte de oorzaak van de gebreken en onder die omstandigheden stond het [eiser] vrij om kosten te maken ter vaststelling van aansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:96 lid 2 onder b Burgerlijk Wetboek (BW). Deze kosten zijn verhaalbaar op [gedaagde] en zullen worden toegewezen tot het bedrag van € 2.310,00 (ex btw).
5.6.
De gevorderde kosten voor opslag en in-en uitruimen van de verkoopruimte (€ 2.046,00) en de gevorderde kosten voor gederfde winst (€ 5.875,10) zijn door [gedaagde] betwist en komen ook de kantonrechter te hoog voor. De schade die [eiser] lijdt bij het leggen van de nieuwe vloer is afhankelijk van een aantal factoren: hoe lang de operatie duurt, of dat in een vakantieperiode kan gebeuren (waarin de winkel gesloten is), of zij wel of niet gebruik maakt van vrienden en kennissen bij het in- en uitruimen van de verkoopruimte en wat de gederfde winst is per dag. Wat de gederfde winst per dag zou moeten zijn is niet vast te stellen, [gedaagde] heeft het winstpercentage betwist en [eiser] heeft de cijfers later niet nader onderbouwd. De kantonrechter zal deze schadeposten gezamenlijk ex aequo et bono begroten op een bedrag van € 3.000,00 ex btw.
5.7.
In totaal zal worden toegewezen een schadevergoeding van € 3.595,04 + € 2.310,00 + € 3.000,00 = € 8.905,04. De post buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar met dien verstande dat deze post wordt gerelateerd aan het toegewezen bedrag. Voor buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen een bedrag van € 820,25.
5.8.
[gedaagde] dient verder, als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, de proceskosten te dragen.
De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
dagvaarding € 123,73
griffierecht € 732,00
salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten x tarief € 339,00)
nakosten €
135,00
Totaal € 1.668,73
5.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
verklaart voor recht dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst tussen partijen en aansprakelijk is voor de schade die [eiser] daardoor heeft geleden;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 8.905,04, te betalen binnen drie weken na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 14 maart 2024 tot de dag waarop alles betaald is;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen buitengerechtelijke kosten tot een bedrag van € 820,25;
6.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.668,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
6.5.
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
6.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.M.S. Kuipers op 22 juli 2025.