ECLI:NL:RBOVE:2025:4898
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen verhuurder wegens onvoldoende onderbouwing huurachterstand en schade
Eiser verhuurde van december 2018 tot juli 2024 een woning met bedrijfsruimte aan gedaagde en vorderde betaling van achterstallige huur, nutsvoorzieningen en herstelkosten van een politie-inval. De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor een huurachterstand en dat de servicekosten niet konden worden vastgesteld vanwege het ontbreken van afrekeningen.
Ten aanzien van de politie-invalkosten stelde eiser dat er meer schade was dan door de politie vergoed, maar kon dit niet onderbouwen met offertes of een duidelijke grondslag voor vergoeding door gedaagde. Ook de overige vorderingen, zoals Ziggo-kosten en gemeentelijke belastingen, werden afgewezen omdat hiervoor geen contractuele basis was.
De dagvaarding werd als summier en onduidelijk beoordeeld, mede doordat eiser veel stukken zonder toelichting overlegde. De kantonrechter benadrukte dat het aan eiser en zijn gemachtigde was om de relevante stukken te duiden en te onderbouwen. Omdat dit niet gebeurde, kon de rechter de vorderingen niet toewijzen.
Uiteindelijk wees de kantonrechter alle vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten van gedaagde. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep zijn vorderingen beter te onderbouwen.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.