ECLI:NL:RBOVE:2025:4895

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
22 juli 2025
Publicatiedatum
23 juli 2025
Zaaknummer
11121616 \ CV EXPL 24-1843
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over gebrekkige auto met schade aan motor en koelsysteem

In deze zaak heeft eiser een auto gekocht van gedaagde, maar stelt dat de auto een gebrekkig koelsysteem had, waardoor de motor beschadigd is geraakt. Eiser vordert vergoeding voor de kosten van de inbouw van een nieuwe motor en koeler, evenals andere kosten zoals reparatiekosten, reiskosten en kosten van zijn gemachtigden. Gedaagde voert verweer en stelt dat hij een nieuwe motor heeft geleverd, waardoor de kwestie opgelost zou zijn. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde niet heeft aangetoond dat hij geen verdere kosten hoeft te vergoeden. De kantonrechter wijst de vorderingen van eiser grotendeels toe, met uitzondering van het eigen risico van de rechtsbijstandsverzekering, dat wordt afgewezen. De proceskosten worden forfaitair toegewezen, en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen, inclusief wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANKOVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11121616 \ CV EXPL 24-1843
Vonnis van 22 juli 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. R.W.J.M. te Pas,
tegen
[gedaagde],
zaakdoende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.Samenvatting

1.1.
[eiser] heeft een auto van [gedaagde] gekocht. Hij stelt dat [gedaagde] een auto met gebrekkig koelsysteem heeft geleverd en dat de motor hierdoor beschadigd is geraakt. Hij vordert vergoeding van de kosten van de inbouw van de nieuwe motor en een nieuwe koeler. Daarnaast vordert hij betaling van reparatiekosten omdat de brandstoftank niet dicht was en de motorafdekking is verbrand, extra reiskosten voor het brengen en halen van zijn dochter voor wie de auto bedoeld was, het eigen risico van zijn rechtsbijstandsverzekering en de kosten van zijn gemachtigden.
1.2.
[gedaagde] voert verweer. Hij voert aan dat hij een nieuwe motor heeft geleverd en dat de kwestie daarmee opgelost zou zijn. Volgens hem gaf [eiser] pas later aan dat hij meer kosten had gemaakt, waaronder inbouwkosten.
1.3.
De kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde] niet. De vorderingen worden grotendeels toegewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor vergoeding van de werkelijke proceskosten, maar wijst een forfaitaire vergoeding aan proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten toe. Het eigen risico valt daaronder en wordt daarom afgewezen.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de akte wijziging en vermeerdering van eis met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de producties van [gedaagde] ;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 2 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnotitie van [eiser] .
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op 13 oktober 2023 heeft [eiser] een auto van [gedaagde] gekocht voor € 8.350,00. Het gaat om een Aixam GTO Sport. Op de koopovereenkomst staat vermeld:
“1 Jahre motor Garantie”.
3.2.
Op 23 oktober 2023 heeft [eiser] aan [gedaagde] medegedeeld dat de brandstoftank niet dicht was. [eiser] heeft de brandstoftank dicht laten maken en de (verbrande) motorafdekking laten vervangen door autoreparateur [bedrijf] voor € 632,85.
3.3.
Partijen hebben via WhatsApp contact gehad over problemen met de motor en koeler en de vervanging daarvan. Op 16 februari 2024 heeft [gedaagde] aan [eiser] medegedeeld dat hij op zoek is naar een nieuwe motor en koeler.
3.4.
Op 1 maart 2024 heeft mr. Doering, de Duitse gemachtigde van [eiser] , [gedaagde] aangemaand om het bedrag van € 632,85 te betalen en een vervangende motor te leveren. Daarop is niet gereageerd. Op 19 maart en 4 april 2024 heeft mr. Te Pas, de Nederlandse gemachtigde van [eiser] , herinneringen gestuurd.
3.5.
Op 21 mei 2024 heeft [eiser] [gedaagde] gedagvaard.
3.6.
Op 23 mei 2024 heeft [gedaagde] per e-mail aan mr. Te Pas voorgesteld om een andere brommobiel aan [eiser] te leveren.
3.7.
Op 28 mei 2024 heeft mr. Te Pas per e-mail het volgende aan [gedaagde] medegedeeld:
“Vanzelfsprekend maakt mijn cliënt ook aanspraak op de kosten als genoemd onder het hoofdstuk mitsdien. Te denken valt aan het halen en brengen van zijn dochter, de buitengerechtelijke kosten en de dagvaardingskosten.”
3.8.
Op 30 mei 2024 heeft [gedaagde] geantwoord:
“ja die worden vergoed door ons.”
3.9.
Op 8 augustus 2024 heeft [gedaagde] per e-mail het volgende naar mr. Te Pas gestuurd:
“wij kunnen eventueel ook een vervangende motor voor Meneer [eiser] regelen. deze heeft 7000 KM gelopen inklusief koeler. wanneer wij de Motor langsbrengen, is dan alles achter de rug?”
3.10.
Op 9 augustus 2024 heeft mr. Te Pas per e-mail een bericht van mr. Doering doorgestuurd naar [gedaagde] , waarin staat:
“Mit der Lieferung des Motors und des Kühlers wäre Herr [eiser] einverstanden.
Voraussetzung ist allerdings, dass wieder eine einjährige Garantie auf den Motor gegeben wird und die Kosten für den Einbau durch die Firma [bedrijf] und die bislang angefallenen Kosten übernommen werden.”
Mr. Te Pas heeft in zijn bijbehorende e-mail vermeld:
“Ingesloten doe ik u toekomen het bericht van Mr. Doering.
Gaarne verneem ik of u akkoord kunt gaan met de schikking zoals door u besproken en waarmee ook mijn cliënt akkoord kan gaan.
Overigens dient u ook onze kosten te betalen.”
3.11.
Op 10 september 2024 heeft [gedaagde] per e-mail het volgende naar de gemachtigde van [eiser] gestuurd:
“als ik het goed begrijp van mijn collega is dat wij een nieuwe motor langsbrengen inclusief Garantie dat dan alles opgelost is? wij willen graag duidelijkheid en dat het zo snel mogelijk is geregeld.”
3.12.
Op 11 september 2024 heeft mr. Te Pas gereageerd:
“Als ik mijn cliënt goed begrijp is uw veronderstelling als genoemd in uw bericht van gisteren juist.”
3.13.
In oktober 2024 heeft [gedaagde] een nieuwe motor naar [eiser] opgestuurd.
3.14.
Op 7 november 2024 heeft [eiser] een factuur van [bedrijf] van € 1.114,40 ontvangen voor het inbouwen van de nieuwe motor en een nieuwe koeler.
3.15.
Op 9 januari 2025 heeft mr. Te Pas per e-mail [gedaagde] gesommeerd om de reparatiekosten van € 692,85, de extra reiskosten van € 376,80, de kosten van de gemachtigden van € 940,70 en € 4.461,35 en de deurwaarderskosten van € 135,97 te betalen.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert – na wijziging en vermeerdering van eis – betaling van € 7.526,10, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding, en veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
4.2.
[eiser] stelt dat [gedaagde] een auto met gebrekkig koelsysteem heeft geleverd, waardoor de motor beschadigd is geraakt. [gedaagde] heeft weliswaar een nieuwe motor geleverd, maar moet volgens [eiser] ook de bijkomende kosten betalen. Het gaat om een bedrag van € 1.114,40 aan kosten voor het inbouwen van de nieuwe motor en een nieuwe koeler, € 376,80 aan kosten voor het heen en weer brengen van zijn dochter, € 150,00 aan eigen risico voor zijn rechtsbijstandsverzekering en € 940,70 en € 4.461,35 aan kosten van zijn gemachtigden, waaronder de buitengerechtelijke kosten. Daarnaast vordert [eiser] betaling van een bedrag van € 632,85 aan kosten voor reparatie van de brandstoftank en motorafdekking, omdat de brandstoftank van de auto niet dicht was, waardoor de afdekking van de motor verbrand is.
4.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
Aangezien [eiser] in Duitsland woont en [gedaagde] in Nederland, is er sprake van een grensoverschrijdend geschil. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of zij bevoegd is om het geschil te beoordelen en zo ja, welk recht van toepassing is.
5.2.
Aangezien [eiser] een consument is en [gedaagde] in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 18 van Verordening (EU) Nr. 1215/2012 (Brussel I bis).
5.3.
Partijen hebben geen rechtskeuze gemaakt. Aangezien het in deze zaak over een overeenkomst voor de koop van een roerende zaak gaat, de verkoper in Nederland woont en niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde] zijn activiteiten mede gericht heeft op de Duitse markt, is op grond van artikel 4 lid 1 sub a Verordening (EG) Nr. 593/2008 (Rome I) Nederlands recht van toepassing.
Kosten inbouw motor en koeler
5.4.
[gedaagde] heeft niet betwist dat hij een auto met gebrekkig koelsysteem heeft geleverd en dat de motor hierdoor beschadigd is geraakt. Volgens [eiser] moet [gedaagde] daarom de kosten van de inbouw van de nieuwe motor en een nieuwe koeler moet betalen. [gedaagde] voert echter aan dat hij een nieuwe motor heeft geleverd en dat de kwestie daarmee opgelost zou zijn. Volgens hem gaf [eiser] pas later aan dat hij meer kosten had gemaakt, waaronder inbouwkosten. [gedaagde] voert aan dat hij dat niet wist en dat hij de motor zelf had kunnen en willen inbouwen.
5.5.
De kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde] niet. In het bericht van mr. Doering dat op 9 augustus 2024 aan [gedaagde] is doorgestuurd, staat namelijk dat [eiser] akkoord gaat met levering van een motor en koeler, onder de voorwaarde dat er weer een jaar garantie op de motor wordt gegeven en dat de kosten voor de inbouw door firma [bedrijf], worden vergoed. [gedaagde] heeft daarna gevraagd of alles opgelost is als hij een nieuwe motor langsbrengt inclusief garantie. Mr. Te Pas heeft in zijn e-mail van 11 september 2024 weliswaar bevestigend geantwoord, maar uit deze e-mail mocht [gedaagde] niet afleiden dat hij geen meerkosten hoefde te vergoeden. Mr. Te Pas heeft in zijn voorgaande e-mails namelijk benoemd dat de bijkomende kosten vergoed moesten worden en [gedaagde] heeft ook bevestigd dat hij kosten zou vergoeden. [gedaagde] mocht er dus niet van uitgaan dat het met levering van de motor klaar was.
5.6.
Nu [gedaagde] niet heeft weersproken dat hij een auto met gebrekkig koelsysteem heeft geleverd, is hij op grond van artikel 6:74 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) verplicht om de schade die [eiser] hierdoor lijdt te vergoeden. Het gevorderde bedrag van € 1.114,40 aan kosten voor de inbouw van de nieuwe motor en een nieuwe koeler zal daarom worden toegewezen.
Kosten reparatie brandstoftank
5.7.
De door [eiser] gevorderde kosten van € 632,85 voor reparatie van de brandstoftank zijn niet weersproken en zullen daarom ook worden toegewezen.
Kosten brengen en halen dochter
5.8.
[eiser] stelt dat de auto voor zijn dochter bedoeld was. Aangezien zij de auto langere tijd niet heeft kunnen gebruiken, heeft hij haar meerdere keren moeten brengen naar en ophalen van school, werk en sport. Hij vordert vergoeding van de kosten die hij hiervoor heeft moeten maken. [eiser] heeft de kosten berekend aan de hand van een kilometervergoeding van € 0,30.
5.9.
[gedaagde] heeft niet weersproken dat hij deze kosten moet vergoeden. [eiser] heeft echter kosten in rekening gebracht voor zowel het brengen (heen en weer) als het ophalen (heen en weer) van zijn dochter. Als [eiser] dochter in de gekochte auto had kunnen rijden, had zij de kilometers echter ook één keer heen en weer moeten rijden. De extra gemaakte kosten bestaan dus uit de kosten voor één keer heen en weer rijden. De kantonrechter zal daarom een vergoeding voor 838 kilometer (22 kilometer x 14 + 10 kilometer x 11 + 42 kilometer x 10) toewijzen. Dit komt neer op een vergoeding van € 251,50 (838 kilometer x € 0,30).
Kosten tolk
5.10.
[eiser] heeft een offerte van een tolk overgelegd. De kosten van een tolk komen in een civiele procedure echter voor rekening van de partij die de tolk nodig heeft.
Wettelijke rente
5.11.
[eiser] heeft wettelijke rente gevorderd maar is niet helemaal consequent of dit de wettelijke rente van artikel 6:119 BW betreft of de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW. Aangezien geen sprake is van handelsovereenkomst is niet de wettelijke handelsrente van toepassing, maar wel de wettelijke rente van artikel 6:119 BW. Deze zal daarom worden toegewezen.
5.12.
Over het bedrag van € 884,35 (€ 632,85 + € 251,50) zal de rente worden toegewezen vanaf 21 mei 2024 (de datum van de dagvaarding), zoals gevorderd. Over het bedrag van € 1.114,40 zal de rente worden toegewezen vanaf 21 januari 2025 (de datum van de akte wijziging en vermeerdering van eis), omdat de hoogte van de inbouwkosten op die datum voor het eerst aan [gedaagde] bekend is gemaakt.
Proceskosten en buitengerechtelijke incassokosten
5.13.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [eiser] vordert vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten. Daarvoor is echter alleen ruimte in uitzonderlijke gevallen, zoals wanneer er sprake is van misbruik van recht. Naar het oordeel van de kantonrechter is daar in dat geval geen sprake van. [gedaagde] heeft zich verweerd tegen de door [eiser] gestarte procedure, omdat hij een andere lezing van de gang van zaken had.
5.14.
De buitengerechtelijke incassokosten zijn toewijsbaar op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Omdat [eiser] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Op grond van het in het Besluit bepaalde tarief zal over het bedrag waarvoor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht van € 7.181,04 (€ 6.548,19 + € 632,85) een bedrag van € 888,20 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal ook worden toegewezen.
5.15.
De proceskosten van [eiser] worden (forfaitair) begroot op:
- kosten van de dagvaarding
135,97
- griffierecht
248,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
totaal
893,97
5.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Eigen risico rechtsbijstandsverzekering
5.17.
Het door [eiser] gevorderde eigen risico van € 150,00 dat hij heeft moeten betalen voor het inschakelen van zijn rechtsbijstandsverzekering is niet afzonderlijk toewijsbaar, omdat deze kosten onder de buitengerechtelijke kosten en proceskosten vallen.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.998,75, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, over € 884,35 met ingang van 21 mei 2024 en over € 1.114,40 met ingang van 21 januari 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 888,20 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 21 mei 2024, tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 893,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2025.