Eiser heeft op 3 april 2024 een aanvraag ingediend voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor de functie van medewerker alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) bij het COA. De staatssecretaris heeft deze aanvraag geweigerd op grond van een recente veroordeling voor een ernstig drugsdelict en eerdere strafbare feiten, waarbij het risico voor de samenleving zwaarder werd gewogen dan het belang van eiser.
De rechtbank heeft het beroep op 2 juli 2025 behandeld en geoordeeld dat de staatssecretaris in redelijkheid tot de weigering heeft kunnen besluiten. De strafbare feiten uit het verleden zijn meegewogen in de belangenafweging, maar niet als zelfstandige grond voor afwijzing. Het positieve reclasseringsrapport en de persoonlijke omstandigheden van eiser zijn wel betrokken, maar het korte tijdsverloop sinds de veroordeling en de lopende proeftijd wegen zwaarder.
De rechtbank concludeert dat het subjectieve criterium niet is vervuld en dat de belangen van de samenleving prevaleren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. De rechtbank benadrukt dat een toekomstige aanvraag opnieuw beoordeeld kan worden, afhankelijk van het gedrag van eiser.