Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
[eiser],
[gedaagde],
1.De procedure
- 3 producties, ingebracht van de zijde van [gedaagde] ;
- de pleitnota van [gedaagde] , voorgedragen door mr. Van Eerten tijdens de mondelinge behandeling;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Partijen zijn oud-echtgenoten die in meerdere procedures verwikkeld zijn over de afwikkeling van hun huwelijk en maatschapsovereenkomst. Na een beschikking van het hof is executoriaal beslag gelegd door [gedaagde] op negen onroerende zaken van [eiser]. Twee percelen waarop beslag rust, zijn verkocht door [eiser], maar levering wordt verhinderd door het handhaven van het beslag.
[eiser] vordert in kort geding opheffing van het beslag op deze twee percelen, stellende dat [gedaagde] misbruik maakt van haar bevoegdheid door het beslag te handhaven terwijl er voldoende zekerheid is via andere beslagen en geldmiddelen. [gedaagde] verzet zich hiertegen en stelt dat het beslag rechtmatig is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van [gedaagde] bij handhaving van het beslag gerelativeerd moet worden, omdat de waarde van de overige beslagen ruim voldoende is om haar vordering te dekken. Het belang van [eiser] wordt onevenredig geschaad doordat hij de koopprijs niet kan ontvangen en daardoor niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. Ook het lange tijdsverloop sinds beslaglegging weegt mee.
Daarom wordt het beslag op de twee percelen opgeheven wegens misbruik van bevoegdheid. De proceskosten worden aan [gedaagde] opgelegd.
Uitkomst: Het executoriaal beslag op twee landbouwpercelen wordt opgeheven wegens misbruik van bevoegdheid.