Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[verzoeker] ,
Het procesverloop
De beoordeling
De beslissing
terechtzitting van 27 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Verzoeker, een 24-jarige rechtenstudent, heeft een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend nadat een faillissementsaanvraag tegen hem was gedaan. De schuldenlast wordt door verzoeker gesteld op € 39.000,-, bestaande uit vorderingen van vier schuldeisers. Verzoeker verklaart dat zijn beleggingen in cryptovaluta verloren zijn gegaan en dat hij uit schaamte te laat heeft geïnformeerd.
De rechtbank overweegt dat toewijzing van het verzoek vereist dat verzoeker te goeder trouw is geweest in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek. Dit betekent dat onder meer gekeken wordt naar de aard en omvang van de schulden, het ontstaan daarvan en het gedrag van verzoeker. De rechtbank stelt vast dat de exacte omvang van de schuldenlast niet duidelijk is en dat de schuldenlijst mogelijk fors kan toenemen vanwege een lopend strafrechtelijk onderzoek.
Daarmee ontbreekt een totaalbeeld van de schuldenlast, waardoor niet kan worden beoordeeld of verzoeker te goeder trouw is geweest. Gezien deze onzekerheid wijst de rechtbank het verzoek af op grond van artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro. Verzoeker heeft het recht om binnen acht dagen hoger beroep in te stellen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de totale schuldenlast en het ontbreken van aannemelijkheid van goede trouw.