Eneco Services B.V. vordert betaling van openstaande energienota's van de vennootschap onder firma, bestaande uit vier termijnnota's en een eindnota. Hoewel het totale openstaande bedrag € 21.697,25 bedraagt, beperkt Eneco haar vordering om proceseconomische redenen tot € 2.500.
De kantonrechter stelt vast dat tussen partijen een energiecontract is gesloten en dat Eneco daadwerkelijk energie heeft geleverd. De hoogte van de nota's is niet betwist. De vennootschap onder firma voert aan niet bekend te zijn met de facturen, maar dit verweer wordt verworpen omdat het niet afdoet aan de betalingsverplichting.
De kantonrechter veroordeelt de vennootschap onder firma tot betaling van € 2.500 plus wettelijke handelsrente vanaf 4 april 2025, de dag van dagvaarding, en in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.