ECLI:NL:RBOVE:2025:4710

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
9 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
C/08/333160 / KG ZA 25-100
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod op betreden terreinen en contactverbod wegens onrechtmatig gedrag melkveebedrijf

Eiseressen, twee bedrijven die werkzaamheden uitvoeren bij een zandwinning, vorderen een verbod tegen gedaagden, een melkveebedrijf en aanverwante entiteiten, wegens onrechtmatig betreden van hun terreinen en contact met hen. Eerder was al een gebieds- en contactverbod opgelegd in 2020, maar eiseressen stellen dat gedaagden dit vonnis overtreden en zich onrechtmatig blijven gedragen.

Gedaagden zijn ondanks behoorlijke oproeping niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat het gevorderde verbod, deels nieuw en deels uitgebreider dan het vonnis van 2020, gegrond is en wijst de vorderingen toe die niet reeds in 2020 zijn toegewezen. Het betreft een verbod om zonder toestemming de terreinen te betreden, om onjuiste opgaven te corrigeren en om contact te vermijden, met dwangsommen bij overtreding.

De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitgesproken op 9 juli 2025 door mr. A.H. Margadant.

Uitkomst: Gedaagden wordt verboden de terreinen van eiseressen te betreden en contact te zoeken, met dwangsommen bij overtreding; verstek verleend en veroordeeld in proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/333160 / KG ZA 25-100
Vonnis in kort geding van 9 juli 2025
in de zaak van

1.[eiseres 1] B.V.,

2.
[eiseres 2] B.V.,
beiden te [vestigingsplaats 1] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseressen] c.s.,
advocaat: mr. H.P. van der Veen,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2.
[gedaagde 2] B.V.,
3.
[gedaagde 3] B.V.,
allen te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] c.s.,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 juni 2025 met 14 producties;
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Tot slot is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

Verstek
2.1.
[gedaagden] c.s. zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. De voorzieningenrechter stelt vast dat bij het betekenen van de dagvaarding de wettelijke vereisten zijn nageleefd en dat de voorgeschreven termijnen en overige formaliteiten in acht zijn genomen. De voorzieningenrechter zal daarom verstek verlenen tegen [gedaagden] c.s.
Spoedeisend belang
2.2.
Uit de aard van het gevorderde vloeit reeds voort dat [eiseressen] c.s. bij hun vorderingen een spoedeisend belang hebben. Volgens [eiseressen] c.s. is door het onrechtmatige gedrag van [gedaagden] de veiligheid van hun bestuurders, aandeelhouders, medewerkers alsmede familieleden en/of kennissen in het geding en datzelfde geldt voor de medewerkers van [bedrijf] en de andere huurders in het [plaats 1] pand van [bedrijf] .
Beoordeling
2.3.
[gedaagden] c.s. exploiteren een melkveebedrijf dat grenst aan het terrein van een zandwinning in [plaats 2], waar [eiseressen] c.s. hun werkzaamheden uitvoeren. [eiseressen] c.s. verwijten [gedaagden] dat hij de zandwinning en/of percelen van [eiseressen] c.s. al jarenlang illegaal betreedt en/of gebruikt.
2.4.
Bij vonnis in kort geding van 21 december 2020 (ECLI:NL:RBOVE:2020:4445) tussen enerzijds eiseres sub 1 en anderzijds [gedaagde 3] C.V. en gedaagde sub 1 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank aan laatstgenoemden, kort gezegd, een gebieds- en contactverbod opgelegd, op straffe van dwangsommen (hierna: het vonnis van 2020).
2.5.
[eiseressen] c.s. stellen dat [gedaagden] zich nog steeds, althans opnieuw, onrechtmatig tegenover hen gedraagt en dat hij niet van plan lijkt om dat gedrag te staken. Daarbij overtreedt [gedaagden] het vonnis van 2020 en gedraagt hij zich daarnaast ook onrechtmatig op wijzen die nog niet door het vonnis van 2020 verboden zijn. Volgens [eiseressen] c.s. blijft [gedaagden] inbreuk maken op haar eigendomsrechten. Daarbij wijst [eiseressen] c.s. erop dat aan beide zijden sprake is van wijzigingen in eigendomsverhoudingen. Zo heeft eiseres sub 1 de eigendom van percelen van/rond de zandwinning binnen het concern aan eiseres sub 2 overgedragen en heeft [gedaagden] zijn melkveebedrijf ingebracht in gedaagden sub 2 en 3.
[eiseressen] c.s. beogen met deze procedure om deels uitgebreider en deels opnieuw een verbod door de voorzieningenrechter te laten uitspreken tegen [gedaagden] c.s. om onrechtmatig te handelen, ditmaal op straffe van hogere dwangsommen, nu gebleken is dat het vonnis van 2020 onvoldoende is om [gedaagden] te weerhouden van zijn onrechtmatige gedrag.
2.6.
[gedaagden] c.s. zijn niet verschenen en zij hebben de vorderingen van [eiseressen] c.s. niet weersproken. Het gevorderde I. sub c, d en f, II., III. en IV. (zie het petitum in de dagvaarding) komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen. Het gevorderde I. sub a, b en e (zie het petitum in de dagvaarding) zal worden afgewezen, omdat die vorderingen reeds bij het vonnis van 2020 zijn toegewezen en niet is gebleken dat ten aanzien van deze opgelegde verboden het maximum aan dwangsommen is verbeurd (€ 100.000 per verbod). Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat mogelijke overtredingen feitelijk alleen door gedaagde sub 1 kunnen worden begaan.
Proceskosten
2.7.
[gedaagden] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseressen] c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
125,91
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
715,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.732,91

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verbiedt [gedaagden] c.s. om:
( a) zich zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiseressen] c.s. te begeven op het terrein van [eiseressen] c.s. van/rond de zandwinning, specifiek de kadastrale percelen lokaal bekend als:
  • [locatie] – W 82
  • [locatie] – W 83
(3) [locatie] – W 471
(4) [locatie] – W 95;
(5) [locatie] – W 254
(6) [locatie] – W 255
(7) [locatie] – W 468
(8) [locatie] – W 311
(9) [locatie] – W 475
(10) [locatie] – W 474
(11) [locatie] – W 480
  • b) zich zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiseressen] c.s. te begeven op het terrein van [eiseressen] c.s. kadastraal bekend als perceel [locatie] , sectie W, nummer 343;
  • c) zich zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [eiseressen] c.s. of [bedrijf] te begeven op het terrein van [bedrijf] te [plaats 1] aan de [adres] (kadastraal bekend [plaats 1] , sectie A, nummer 8628),
op straffe van een hoofdelijke dwangsom van € 10.000 per overtreding, met een maximum van € 250.000;
3.2.
verbiedt [gedaagden] c.s. om aan [eiseressen] c.s. toebehorende percelen, waaronder specifiek de percelen
  • [locatie] – W 82
  • [locatie] – W 83
(3) [locatie] – W 471
(4) [locatie] – W 95;
(5) [locatie] – W 254
(6) [locatie] – W 255
(7) [locatie] – W 468
(8) [locatie] – W 311
(9) [locatie] – W 475
(10) [locatie] – W 474
(11) [locatie] – W 480
(12) [locatie] – W 343
aan RVO of enige andere autoriteit op te geven als zijnde door hem gepacht of anderszins met toestemming aan hem in gebruik gegeven, althans – voor zover dit reeds is gedaan – gebiedt [gedaagden] c.s. deze opgave binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis te corrigeren, op straffe van een hoofdelijke dwangsom van € 1.000 per perceel per dag dat sprake is van onterechte inschrijving na de datum van betekening van dit vonnis, met een maximum van € 100.000;
3.3.
verbiedt [gedaagden] c.s. om zich tegenover enige partij aan wie [eiseressen] c.s. enig perceel in pacht of gebruik zal zijn of worden gegeven beledigend of dreigend uit te laten of deze op enigerlei wijze te beletten om vrijelijk gebruik te maken van deze percelen, op straffe van een hoofdelijke dwangsom van € 1.000 per overtreding, met een maximum van € 25.000;
3.4.
verbiedt [gedaagden] c.s. om, anders dan via mr. H.P. van der Veen of mr. H.G. Pomper of een andere schriftelijk door [eiseressen] c.s. aan te wijzen persoon, telefonisch of via social media (zoals maar niet beperkt tot WhatsApp) contact op te nemen met [eiseressen] c.s. en aan [eiseressen] c.s. als aandeelhouder, bestuurder of medewerker verbonden personen en hun huisgenoten en familieleden of om op social media berichten over hen te plaatsen, op straffe van een hoofdelijke dwangsom van € 1.000 per overtreding, met een maximum van
€ 25.000;
3.5.
veroordeelt [gedaagden] c.s. hoofdelijk, in die zin dat als de één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de proceskosten van € 1.732,91, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
3.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Margadant en in het openbaar uitgesproken op
9 juli 2025. (PS)